Erfrechtelijke aanspraken in de belastingaangifte

Tjarko Denekamp
Expert Kenniscentrum ABN AMRO
24-02-2021

Bij het overlijden van een ouder krijgen kinderen vaak een niet-opeisbare vordering op hun langstlevende ouder. Dat is een bezitting, ook al krijgt het kind nog niet daadwerkelijk geld in handen. Hoe pakt dat uit voor de heffing van inkomstenbelasting? Moet het kind daar wel of niet belasting over betalen?

 

Een erfrechtelijke aanspraak

In Nederland is het gebruikelijk dat het vermogen na het overlijden van een partner ter beschikking komt aan de langstlevende partner. Als er kinderen zijn, erven die vaak wel mee maar zij komen in de ‘wachtkamer’. Bijvoorbeeld met een vordering die pas opeisbaar is na het overlijden van de langstlevende ouder. Voor gehuwden is dit met de wettelijke verdeling geregeld in de wet, samenwonende partners kunnen het regelen in een testament. 

Met een ‘erfrechtelijke aanspraak’ bedoelen we in dit artikel onder meer zo’n niet-opeisbare vordering. Vaak is dat op een langstlevende ouder, maar de aanspraak kan ook zijn op een stiefouder of samenwonende partner van de overleden ouder. 

Een ander voorbeeld van een erfrechtelijke aanspraak is een vruchtgebruiktestament. Daarbij komt bijvoorbeeld de woning op naam van het kind, maar het woonrecht bij de langstlevende ouder. 

Wat levert de aanspraak uiteindelijk op?

Bij een erfrechtelijke aanspraak heeft het kind dus wel een aanspraak, maar nog niets concreet in handen. Sterker nog, vaak is het niet zeker of de aanspraak uiteindelijk ook wat oplevert. Meestal mag de langstlevende ouder het vermogen aanspreken en dan is het als kind afwachten of er wel iets overblijft. 

In de praktijk is een knelpunt dat vaak niet wordt vastgesteld hoe groot de aanspraken van de kinderen zijn. Dat kan tot veel problemen leiden bij het overlijden van de langstlevende ouder. In ons artikel leest u daar meer over. 

Hoe zit het voor de inkomstenbelasting?

De concrete vraag die we hier aan de orde stellen is: ‘moet het kind wel of niet inkomstenbelasting betalen over zijn of haar erfrechtelijke aanspraak? Het antwoord is: waarschijnlijk niet, maar er zijn een aantal haken en ogen om op te letten. Hoe werkt het precies?

Stel dat sprake is van een niet-opeisbare vordering bij het kind. De inkomstenbelasting regelt het zo dat deze vordering bij het kind in box 3 valt, maar daar wordt genegeerd. Dat voorkomt dat een kind belasting moet betalen over vermogen dat hem niets oplevert en waarover hij niet kan beschikken. 

De keerzijde zien we bij de langstlevende ouder. Die heeft een schuld in zijn vermogen. Wat gebeurt daar mee? Ook deze schuld valt in box 3 en wordt daar genegeerd. Dit wordt ook wel ‘defiscalisatie’ genoemd. Het resultaat is dat de vordering en schuld geen rol spelen bij de heffing van inkomstenbelasting in box 3. Dit geldt ook bij een vruchtgebruiktestament. De langstlevende ouder betaalt steeds belasting over het vermogen dat hij of zij onder zich heeft, zonder rekening te houden met de aanspraken van de kinderen. 

'Ouder' is ruim gedefinieerd

De wet geeft een ruime invulling aan de begrippen ouders en echtgenoten. Daardoor kan ook een samenwonende partner van de ouder of een stiefouder onder deze regeling vallen. Verder houdt de wet rekening met de situatie dat een kind overlijdt vóórdat zijn of haar ouder is overleden:

  • Er zijn kleinkinderen die erven in plaats van die ouder. De aanspraak die de kleinkinderen krijgen, valt ook onder de negeer-regeling. 
  • Er is een erfrechtelijke aanspraak nagelaten aan de kinderen (kleinkinderen vanuit de grootouder). 

Al met al is dit een logische regeling die veel gedoe in de praktijk voorkomt. De jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting wordt bijvoorbeeld een stuk makkelijker! Maar er zijn een aantal zaken om op te letten:

  1. De aanspraak is opeisbaar geworden

    Het negeren van de aanspraken van de kinderen geldt zolang die aanspraken niet opeisbaar zijn. Vaak zijn in een testament situaties genoemd waarin de aanspraak eerder opeisbaar is dan pas na het overlijden van de langstlevende ouder. Hertrouwen van de langstlevende of opname van de langstlevende in een zorginstelling zijn situaties die vaak worden genoemd. Zodra een aanspraak opeisbaar is geworden, moeten de kinderen hun vordering wel als bezit opgeven in box 3. Dat is ook zo als de kinderen hun aanspraak niet daadwerkelijk opeisen. De uitzondering is de situatie dat de langstlevende en de kinderen schriftelijk afspreken dat de opeisbaarheid wordt uitgesteld.

  2. Er is rente van voor 1 januari 2001

    Soms wordt op de vorderingen van de kinderen een rente bijgeschreven. Deze rente wordt net als de vordering zelf genegeerd in box 3. Maar voor rente die is opgebouwd tot 1 januari 2001 kan wel sprake zijn van belastingheffing bij de kinderen. Het gaat hier dus om situaties waarin een ouder voor 2001 overleed en de langstlevende ouder nog leeft. Er ontstaan onder meer problemen als de vordering van de kinderen bij leven wordt uitgekeerd of als de langstlevende ouder andere erfgenamen heeft benoemd dan de eerst overleden ouder. Geldt deze situatie voor u? Dan adviseren wij u de gevolgen ervan in kaart te brengen met een fiscaal adviseur.

  3. Er is een 'ik-opa-clausule'

    Dit is een manier van nalaten door grootouders aan kleinkinderen. Het meest komt de situatie voor dat een grootouder een bedrag nalaat aan een kleinkind, opeisbaar na het overlijden van de eigen ouder. Dit levert voor het kleinkind een erfrechtelijke aanspraak op en die wordt niet genegeerd voor box 3. Het kleinkind moet de aanspraak dus wel als bezitting opgeven, met gevolgen voor het betalen van inkomstenbelasting en mogelijk ook toeslagen. Dit probleem is er ook als er aanspraken zijn in bijvoorbeeld de verhouding tante en neven/nichten. 

  4. Er is een schenking op papier

    Bij een schenking op papier heeft het kind ook een vordering op (meestal) zijn ouder. Geldt daarvoor ook dat die genegeerd wordt voor de heffing van inkomstenbelasting in box 3? Dat is niet het geval. Het kind moet een dergelijke vordering als bezitting opnemen in box 3 en de ouder mag de schuld in box 3 in aftrek brengen. Het verschil met een erfrechtelijke aanspraak is dat het kind bij een schenking op papier daadwerkelijk 6% rente ontvangt. Daarmee kan het kind de belasting betalen.

 

Conclusie

In de meeste gevallen worden erfrechtelijke aanspraken genegeerd voor de inkomstenbelasting. Dat helpt om zaken overzichtelijk te houden. Maar verlies de aanspraken daardoor niet uit het oog. Dat kan in de toekomst bij het overlijden van de langstlevende ouder problemen opleveren. En wees ook alert op de uitzonderingen. De gevolgen kunnen groot zijn als u daar in zit.

Preferred Banking

Bijeenkomsten over schenken en erven

Wilt u meer informatie over schenken en erven? Meld u dan nu aan voor een van onze digitale bijeenkomsten of maak een afspraak met een adviseur.

Andere suggesties voor u

Eerste hulp bij uw belastingaangifte

Veel belastingbetalers vinden het niet zo moeilijk om belastingaangifte te doen. Lastiger is het als er in 2020 iets is veranderd ten opzichte van 2019. Zoals een wijziging van de hypotheek, bijvoorbeeld vanwege een verhuizing, echtscheiding, ziekte of overlijden. Deze gebeurtenissen hebben vaak gevolgen voor de belastingaangifte.

Uw vakantiehuis en de belastingaangifte

Vraagt u zich af of u uw vakantiehuis in uw aangifte inkomstenbelasting moet vermelden? En maakt het dan nog uit of dat vakantiehuis in Nederland of in het buitenland staat? Lees waar u op moet letten.

Tijdelijke betaalstop hypotheek of betaalpauze lening in de belastingaangifte

Veel mensen ervaren financiële onzekerheid door de coronacrisis. Wie in 2020 betalingsproblemen voorzag, kon bij ABN AMRO gebruikmaken van een tijdelijke betaalstop voor de hypotheek of een betaalpauze voor de lening. Wat zijn de gevolgen voor uw aangifte inkomstenbelasting 2020 als u vorig jaar gebruikgemaakt heeft van een van deze mogelijkheden?