Belasting betalen in box 3: hoe zit het met vermogensbelasting?

Heb je privé spaargeld of beleggingen? Of andere bezittingen, zoals een tweede huis? En is de totale waarde hiervan hoger dan een bepaald bedrag (het 'heffingsvrije vermogen')? Dan betaal je belasting in box 3. De belasting in box 3 werd altijd berekend met het fictief rendement. Dit is een vast percentage. Maar bij de belastingaangifte van 2025 kun je ook kiezen voor een berekening met je echte rendement. Lees hoe dit werkt.
Wil je direct je box 3-belasting berekenen? Scroll dan door naar het rekenvoorbeeld.
Aangifte belasting op basis van fictief of werkelijk rendement
Je doet aangifte voor de wet inkomstenbelasting. In deze wet is geregeld dat je belasting betaalt over de inkomsten uit vermogen op basis van fictieve – voor iedereen gelijke – rendementspercentages. In je aangifte geef je jouw vermogensbestanddelen aan volgens deze wettelijke regeling. Hoe dat werkt, lees je hierna.
Als je volgens de wettelijke regeling meer belasting betaalt dan je volgens je werkelijke rendement verschuldigd bent, moet je belasting betalen over dit (lagere) werkelijke rendement. Hoe dat werkt, lees je onder het kopje 'Tegenbewijsregeling: heffing volgens werkelijk rendement'.
Vermogen op de peildatum is bepalend voor heffing
Voor de belastingheffing in box 3 is de stand van je vermogen op 1 januari van het belastingjaar bepalend. Dit is de peildatum. De belasting die je dat jaar moet betalen, wordt berekend over het vermogen op de peildatum.
Dit vermogen geef je aan in je aangifte. Hierover bepaalt de Belastingdienst een fictief rendement (ook forfaitair rendement genoemd). Dit is voor de aangifte je inkomen uit vermogen. Over dit inkomen betaal je 36% inkomstenbelasting.
Welke bezittingen en schulden tellen mee in box 3?
Wat precies wel of niet in box 3 valt, is te veel om hier op te sommen. In het kort gaat het over alles van waarde dat niet in box 1 of box 2 valt en niet duidelijk is vrijgesteld. De precieze regels over wat bezittingen en schulden zijn, lees je op de website van de Belastingdienst.
Veelvoorkomende box 3-bezittingen
De meest voorkomende box 3-bezittingen zijn spaargeld, beleggingen (zoals aandelen, obligaties en beleggingsfondsen) en onroerend goed (zoals beleggingsvastgoed en een vakantiehuis). Ook contant geld of cryptovaluta tellen mee. Net als geld dat je hebt uitgeleend (vorderingen), behalve als dit vorderingen zijn aan je eigen bv.
Belangrijke bezittingen die niet in box 3 vallen, zijn: je eigen woning en je onderneming. Deze zitten namelijk in box 1. Ook aandelen in je eigen bv tellen niet mee in box 3. De inkomsten uit je eigen bv worden belast in box 2.
Veelvoorkomende box 3-schulden
Veelvoorkomende schulden in box 3 zijn leningen voor bijvoorbeeld een auto, tweede huis of beleggingsvastgoed. Ook de meeste studieschulden tellen mee. Of een rekening-courantschuld aan je eigen bv.
Van het totale bedrag aan box 3-schulden is in 2025 een bedrag van € 3.800 (voor fiscale partners samen € 7.600) niet aftrekbaar, de zogeheten schuldendrempel. Het bedrag aan schulden dat overblijft, mag je aftrekken van je vermogen in box 3.
Een belangrijke schuld voor veel huishoudens is de hypotheekschuld voor de eigen woning. Net als de eigen woning zelf, telt de hypotheekschuld meestal niet mee in box 3 maar in box 1. Lees hiervoor de regels over een eigenwoningschuld op de site van de Belastingdienst.
Fictieve percentages per categorie
Het vermogen in box 3 is ingedeeld in 3 categorieën: banktegoeden (spaargeld, deposito’s, contant geld), overige bezittingen (alle bezittingen die geen banktegoeden zijn) en schulden.
Elke categorie heeft een eigen fictief percentage:
| Categorie | Fictief percentage 2025 |
|---|---|
| Banktegoeden | 1,37% |
| Overige bezittingen | 5,88% |
| Schulden | 2,70% |
In 2025 betaal je uiteindelijk 36% belasting over je fictieve inkomen in box 3. Dit is je voordeel uit sparen en beleggen.
Zo bereken je jouw belasting in box 3
Je kunt zelf berekenen hoeveel belasting in box 3 je moet betalen. Volg hiervoor deze 4 stappen.
Stap 1
Bereken het fictieve rendement over de verschillende categorieën van je vermogen. Voor 2025 is dat: 1,37% voor banktegoeden + 5,88% voor overige bezittingen − 2,70% voor schulden.
Heb je een negatief rendement? Dan ziet de Belastingdienst dat als 0% rendement.
Stap 2
Bereken het effectieve rendementspercentage (ERP). Dit doe je door je rendement te delen door je totale vermogen in box 3.
Stap 3
Bereken je grondslag sparen en beleggen. Dat doe je zo:
- Trek het heffingsvrije vermogen af van je vermogen in box 3.
- Vermenigvuldig dit bedrag met je ERP.
Het resultaat is je voordeel uit sparen en beleggen.
Stap 4
Tot slot: vermenigvuldig je voordeel uit sparen en beleggen (stap 3) met het belastingtarief van 36%.
Rekenvoorbeeld: fictief rendement
Stel, je hebt dit vermogen:
- Spaargeld: € 100.000
- Beleggingen: € 500.000
- Schulden: € 153.800
- Heffingsvrij vermogen: € 57.684
De bijbehorende (voorlopige) percentages en rendementen zien er dan zo uit:
Categorie | Bedrag | Forfaitair percentage | Forfaitair rendement |
Banktegoeden | € 100.000 | 1,44% | € 1.440 |
Overige bezittingen | € 500.000 | 5,88% | € 29.400 |
Schulden (na drempel) | € -150.000 | -2,62% | € -3.930 |
Totaal box 3 | € 450.000 | - | € 26.910 |
Nu kun je jouw belasting in box 3 berekenen. Dat doe je zo:
- Het effectief rendementspercentage (ERP) is: € 26.720 / € 450.000 = 5,94 % (afgerond).
- Het inkomen uit sparen en beleggen is: 5,94% * (€ 450.000 - € 57.684) = € 23.303.
- De belasting in box 3 is 36% * € 23.303 = € 8.389.
Tegenbewijsregeling: heffing volgens werkelijk rendement
Heb je het afgelopen jaar in werkelijkheid minder rendement behaald en ben je minder belasting verschuldigd dan volgens het forfait is berekend? Volgens de wet tegenbewijs betaal je dan belasting over het werkelijke rendement. Je kunt het werkelijk rendement aangeven in je belastingaangifte.
Bij het vaststellen van het werkelijk behaalde rendement gelden wel een aantal regels:
- De keuze voor belastingheffing over het werkelijk rendement geldt voor het gehele vermogen; je kunt niet voor een bepaalde categorie kiezen voor het fictieve rendement en voor een andere vermogenscategorieën voor het werkelijk rendement.
- Het werkelijk rendement wordt berekend inclusief ongerealiseerde waardemutaties van je vermogen.
- Bij bepaling van het werkelijk rendement mag je betaalde rente aftrekken.
- Kosten mag je niet aftrekken bij het bepalen van het werkelijk behaalde rendement.
- Investeringen mag je optellen bij de waarde van de vermogenscategorieën; zij zijn geen onderdeel van rendement.