Woordenboek Beleggen: I tot en met P

Hieronder vindt u het tweede deel van het beleggers-abc.

I

Dit is een markt die niet groot genoeg is om grote orders snel en tegen een goede prijs te verwerken, zonder dat dit invloed heeft op de prijs. Een illiquide markt is ongunstig voor een belegger, omdat het moeilijk is een order tegen een gunstige prijs uit te voeren.
Deze afkorting staat voor Internationaal Monetair Fonds. Deze organisatie werd samen met de Wereldbank in juli 1944 opgericht tijdens de Conferentie van Bretton Woods. Het oorspronkelijke doel was het door de Tweede Wereldoorlog ontregelde betalingsverkeer in goede banen te leiden. Tegenwoordig is het doel van het IMF het verzekeren van stabiliteit binnen het internationale financiële systeem.
Ook wel verwachte beweeglijkheid. Dit is een maatstaf die de sterkte aangeeft van de schommelingen die in de markt worden verwacht. Implied volatility is een belangrijke factor bij de prijsbepaling van een optie. Hoe groter de beweeglijkheid of schommelingen van de markt, hoe groter het risico en hoe hoger de prijs van een optie.
Grote ondernemingen zoals banken, verzekeringsmaatschappijen en kredietinstellingen (de zogenoemde institutionele beleggers) die geen beleggingsadvies krijgen.
Alle beleggingsproducten (zoals aandelen en bankpapier) die een (rechts)persoon in bezit heeft.
Een aandeel dat niet op de officiële beurs wordt verhandeld. Omdat er weinig in zo'n fonds gehandeld wordt, wordt er soms dagenlang geen prijs vastgesteld.
Een verhoudingsgetal waarmee je grootheden met elkaar vergelijkt met de waarde 100 in een basisjaar.  Kost bijvoorbeeld een aandeel in een jaar € 32,- en in het volgende jaar € 34,-? Dan stelt men € 32,- gelijk aan de waarde 100. Het indexcijfer voor het volgende jaar is dan 34/32 x 100 = 106. Dat betekent dat de prijsstijging 6% bedroeg.
Een indexfonds is een fonds dat een bestaande beursindex nabootst om zo hetzelfde rendement te behalen met hetzelfde risico. Indexfondsen worden ook wel trackers genoemd. Zie ook: Exchange Traded Fund (ETF).
Met het kopen van een indexoptie heeft de koper het recht om de onderliggende index te kopen (calloptie) of verkopen (putoptie) tegen een vastgestelde uitoefenprijs, op een afgesproken tijdstip in de toekomst. Omdat de waarde van een index niet wordt uitgedrukt in geld, wordt de onderliggende waarde van een indexoptie uitgedrukt in euro maal de waarde van de index.

Indirecte clearingdiensten worden ingezet bij buitenlandse beursgenoteerde derivaten (opties). Hier vindt u informatie over onze clearingdiensten voor uw transacties in buitenlandse beursgenoteerde derivaten. 

We spreken van indirecte clearing diensten wanneer wij bij de afwikkeling van uw buitenlandse beursgenoteerde derivaten bij een Europese Centrale Tegenpartij (ECT) gebruikmaken van een derde partij, een zogeheten clearing member. Deze clearing member heeft directe toegang tot de ECT die uiteindelijk uw transacties afwikkelt. Indirect clearing gaat dus om een set aan contractuele afspraken tussen de ECT, de clearing member, ABN AMRO en u.

Wettelijke verplichting

De European Market Infrastructure Regulation (‘EMIR) en de Markets in Financial Instruments Directive II en Regulation (samen aangeduid als ‘MiFID II’) schrijven ons voor welke informatie wij met u moeten delen wanneer wij indirecte clearingdiensten aan u verlenen. 

Wij zijn dan verplicht om het volgende te doen:

  • u de keuze bieden tussen een standaard-omnibusrekening (basic omnibus indirect client account ) en een bruto-omnibusrekening (gross omnibus indirect client account);
  • u informeren over de verschillende niveaus van afscheiding van vermogen en de risico’s die aan elk soort rekening verbonden zijn;
  • de voorwaarden openbaar maken waaronder wij deze diensten verlenen (Terms and Conditions Indirect Clearing Arrangements).

Hiervoor hebben wij voor u de volgende documenten opgesteld. Wij raden u aan deze goed te lezen. Deze documenten zijn gebaseerd op voorgeschreven internationale marktstandaarden. Daarom zijn deze documenten alleen in het Engels beschikbaar:

Indirect Clearing Risk Disclosure Document
Terms and Conditions Indirect Clearing Arrangements

Hoe administreert ABN AMRO mijn buitenlandse beursgenoteerde derivaten (opties)?

Wij administreren uw buitenlandse beursgenoteerde derivaten op een standaard-omnibusrekening. De kosten hiervoor zitten al verwerkt in de gebruikelijke kosten van de beleggingsdienstverlening. 

Wilt u dat wij uw buitenlandse beursgenoteerde derivaten administreren op een bruto-omnibusrekening? Dan betaalt u hiervoor extra. Dit komt doordat wij hiervoor hogere kosten moeten maken. Bijvoorbeeld omdat wij rekeningen moeten openen bij de Central Securities Depository (CSD), onze systemen hierop moeten aanpassen en meer administratie moeten bijhouden. Wilt u hierover meer informatie ontvangen, dan kunt u contact met ons opnemen.

Een individueel account is een rekening waarop de centrale effectenbewaarinstelling alleen uw beleggingsproducten administreert (‘IER’).
Inflatie betekent letterlijk opblazen. Doordat de prijzen van goederen en diensten stijgen, vermindert de waarde van geld. Je kunt dan voor eenzelfde hoeveelheid geld minder kopen dan voor de inflatie. Het tegenovergestelde van inflatie is deflatie.
Een aandeel dat door de vennootschap die het aandeel had uitgegeven is teruggekocht. Dit kan overigens alleen als dit in de statuten van de vennootschap is opgenomen en dit volgens de wettelijke regels gebeurt.
Ook wel initiële marge genoemd. Het is de waarborgsom die de bank tijdelijk op de betaalrekening van een belegger blokkeert als deze klant een future (een toekomstige transactie) koopt of verkoopt.
Bij veel beursgenoteerde ondernemingen is het mogelijk om het aantal aandelen dat een belegger in die onderneming heeft gekocht via een bank of tussenpersoon over te boeken in het aandeelregister van de onderneming zelf.
Dit is een groot instituut, zoals een pensioenfonds of een levensverzekeringsmaatschappij, dat namens een andere groep beleggers handelt op de beurs. Bijvoorbeeld door ontvangen premies te beleggen op de geld- en kapitaalmarkt.
Dit is het deel van een dividend (de winstuitkering) dat het management van een bedrijf als voorschot aan de aandeelhouders uitkeert. Dit gebeurt meestal als blijkt dat het boekjaar zal worden afgesloten met winst. Zo laat het management de aandeelhouders weten dat het goed gaat met het bedrijf. Het dividend dat daarna nog betaald moet worden heet het slotdividend.
In-the-money-opties zijn put- of callopties die het meeste geld waard zijn, vanwege de intrinsieke waarde die ze hebben. Een calloptie is 'in the money' als de uitoefenprijs lager is dan de beurskoers op dat moment. Een putoptie is 'in the money' als de uitoefenprijs hoger is dan de beurskoers. Zie ook: at the money en out of the money.
De wezenlijke waarde van iets. Bij een onderneming is dit de waarde die overblijft als de bezittingen van een onderneming worden verminderd met de schulden.
De waarde die een optie zou hebben als deze direct uitgeoefend zou worden. Dit is het verschil tussen de prijs van de onderliggende waarde en de uitoefenprijs van een optie. Bij een calloptie wordt de intrinsieke waarde berekend door de uitoefenprijs van de optie af te trekken van de prijs van de onderliggende waarde. Bij een putoptie wordt deze berekend door de koers van de onderliggende waarde af te trekken van de uitoefenprijs van de optie. De intrinsieke waarde van een optie is nooit lager dan nul.
Het inzetten van tijd, geld of personeel, met als doel hier op langere termijn meer opbrengst mee te behalen.
Een banktype dat in de Amerikaanse financiële wereld voorkomt. Dit type bank slaat een brug tussen bedrijven en overheden die investeerders zoeken en deze investeerders. Deze banken zijn gespecialiseerd in (internationale) emissies, de handel in waardepapieren (zoals eurobonds) en het nemen van participaties. In Nederland worden deze diensten aangeboden door algemene banken en merchant banks.
Zie rating.
Een gesloten beleggingsfonds met beperkte mogelijkheid om toe- of uit te treden. Meestal gaat het om een naamloze vennootschap die zelf aandelen heeft en gespecialiseerd is in de keuze en spreiding van het risico van aandelenbeleggingen. Een investment trust biedt beleggers de mogelijkheid om door koop van de aandelen van de trust indirect te beleggen in een groot aantal beleggingsproducten van ondernemingen uit verschillende sectoren.
Afkorting van Initial Public Offering, de Engelse term voor de eerste uitgifte van aandelen of obligaties op een effectenbeurs.

Afkorting van International Security Identification Number. Ieder aan de beurs genoteerd beleggingsproduct heeft een unieke ISIN-code, waaraan het beleggingsproduct herkend kan worden. De code bestaat uit 3 delen met in totaal 12 posities:

  • land van uitgifte (positie 1 en 2)
  • National Securities Identification Number (positie 3 t/m 11)
  • controlecijfer (positie 12)

J

Wettelijk verplichte jaarlijkse vergadering van de aandeelhouders en de raad van bestuur van een onderneming. Tijdens deze vergadering worden onder andere de jaarrekening en het uit te keren dividend (de winstuitkering) ter goedkeuring aan de aandeelhouders voorgelegd.
Een samenwerkingsverband tussen 2 of meer ondernemingen die een deel van hun vermogen inbrengen in een dochteronderneming om zo samen een product op de markt te brengen. In tegenstelling tot een fusie blijven de ondernemingen binnen een joint venture zelfstandig bestaan. De samenwerking kan zowel eenmalig als blijvend zijn.
Een term die gebruikt wordt bij risicovolle obligaties met een hoog rendement. Uitgegeven door bedrijven waarvan niet zeker is of zij aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Ook wel non-investment grade, sub-investment grade, high yield bond of rommelobligatie genoemd.

K

De markt voor langlopend kapitaal, waaronder aandelen en obligaties. De rente op de kapitaalmarkt wordt ook wel lange rente genoemd.
De rente die wordt vergoed op obligaties, of betaald moet worden op leningen met een looptijd van ongeveer 2 jaar of meer.
Een achtergestelde lening, uitgegeven door banken. De centrale bank rekent kapitaalobligaties in principe tot het garantievermogen van de banken.
Dividend waarbij een aandeelhouder kan kiezen tussen een bonus- (stock) en contant dividend (cash).
De marktprijs van beleggingsproducten of vreemde valuta's.
Een begrip dat door technisch en fundamenteel analisten wordt gebruikt om hun verwachting van een toekomstig koersniveau mee weer te geven.
Een koerslimiet is de maximale of minimale prijs van een beleggingsproduct bij koop of verkoop. Beleggers kunnen zo'n limiet soms bij hun order opgeven. Zij geven dan dus aan hoeveel ze maximaal willen betalen bij een kooporder of hoeveel ze minimaal willen krijgen bij een verkooporder.
Het risico dat de koers van een beleggingsproduct een onverwachte (en meestal ongewilde) beweging maakt, waardoor een belegger verlies maakt.
Fluctuaties in de koersen als gevolg van veranderende vraag naar en aanbod van beleggingsproducten en vreemde valuta's.
De koers van een aandeel gedeeld door de netto jaarwinst van dat aandeel. De KW-verhouding is een vergelijkingsmaatstaf voor de prijs van aandelen van uiteenlopende ondernemingen.

Een beoordeling van de kredietwaardigheid van particulieren of  bedrijven. Deze beoordeling is gebaseerd op:

  • de financiële historie van lenen
  • het kunnen aflossen van leningen
  • de beschikbaarheid van de activa
  • de omvang van de passiva.

L

De prijs waarvoor verkopers een aandeel willen verkopen. Het kan ook de prijs zijn waarvoor banken valuta willen verkopen.
Economische cijfers die een trend achteraf beschrijven. Het tegenovergestelde van leading indicators, die trends juist voorspellen. Een voorbeeld van een lagging indicator is het werkloosheidscijfer. Dat zal pas dalen wanneer de economie weer is gaan groeien. Zie ook: leading indicators.
De koers van de laatste transactie die is uitgevoerd. De 'last' koers staat vaak op koersoverzichten, net als de 'open' (eerste koers van de dag), 'close' (laatste koers van de dag), 'high' (hoogste koers van de dag) en 'low' (laagste koers van de dag).

Leading indicators zijn economische cijfers die trends voorspellen voor de ontwikkeling van de economie. Voorbeelden zijn:

  • aantal werkuren in een week in de industrie
  • nieuwe orders bij bedrijven
  • rendementen van obligaties
  • uitgegeven bouwvergunningen

Vooral in de VS kijken beleggers met belangstelling naar publicatie van leading indicators. Zie ook: lagging indicators.

De bank die een emissie van nieuwe aandelen leidt en daarbij ook andere banken probeert te betrekken. De eventuele andere banken heten in zo'n geval co-leadmanagers.
Ook wel hefboomeffect genoemd. Met leverage probeert een belegger het rendement van het eigen vermogen te verhogen. Dit doet hij door een deel van de belegging te financieren met geleend geld. In totaal belegt hij dan met een hoger bedrag. Hierdoor kan de belegger een rendement halen dat hoger is dan de rente die hij betaalt over het geleende geld. Maar de belegger loopt met leverage ook risico. Het rendement van de belegging kan ook lager zijn dan de rente die hij moet betalen over het geleende geld.
Futures op een index waarbij de onderliggende waarde van de future 10% bedraagt van die index.
Opties op een index, bijvoorbeeld op de AEX. Bij een normale optie wordt de waarde van de optie berekend door de onderliggende waarde te vermenigvuldigen met 100. Bij een light-optie is dit 10% hiervan, dus wordt vermenigvuldigd met 10.
De hoogste prijs die een koper voor een aandeel wil betalen of de laagste prijs waarvoor een verkoper wil verkopen.
Een beursorder waarbij een koper de maximale koers opgeeft waarvoor hij een beleggingsproduct wil kopen, of waarbij een verkoper de minimale koers opgeeft waarvoor hij wil verkopen.
Een uitkering in geld of aandelen als een vennootschap wordt opgeheven (liquidatie).
Verhandelbaarheid van beleggingsproducten. Beleggingsproducten waarbij veel vraag en aanbod is, zijn makkelijk verhandelbaar en daarmee liquide. Moeilijk verhandelbare beleggingsproducten zijn illiquide.
Het risico dat beleggingen niet of nauwelijks verhandeld kunnen worden op de beurs.
Aandelen die maar aan één beurs genoteerd staan. Het gaat daarbij meestal om aandelen van kleinere bedrijven.
Engelse term voor een optiepositie die bestaat uit één of meer gekochte callopties.
Long gaan betekent dat een belegger een positie in een beleggingsproduct neemt door dit product te kopen. Het tegenovergestelde is short gaan.
Een long positie is een positie waarbij de belegger een aandeel of optie gekocht (in bezit) heeft.
Engelse term voor een optiepositie, die bestaat uit één of meer gekochte putopties.
De looptijd van een optie is de periode tot aan de expiratiedatum. Bij leningen is de looptijd de termijn waarbinnen aflossingen plaatsvinden.
De lopende kosten van beleggingsfondsen zijn de kosten die de beheerder in een jaar betaalt uit het vermogen van het beleggingsfonds. Een overzicht van de lopende kosten staat in de Essentiële Beleggersinformatie van het beleggingsfonds.
Een lossing van een obligatie betekent dat de uitgevende instelling de obligatie aflost. De uitgevende instelling betaalt dan de hoofdsom van de obligatie terug aan de belegger. Dit gebeurt bij de meeste obligaties op de einddatum van de obligatie. Maar bij sommige obligaties kan dit ook eerder gebeuren. Bijvoorbeeld doordat de obligatie al voor de einddatum uitgeloot is, zoals bij premieobligaties.
Aanduiding voor een premieobligatie met kleine nominale waarde.
De laagste koers van een beleggingsproduct in een bepaalde handelsperiode (bijvoorbeeld dag, week, maand, jaar).

M

Van majoreren is sprake als een belegger bij een emissie voor een groter bedrag inschrijft dan hij eigenlijk wil hebben. Een belegger doet dit als hij denkt dat de emissie overtekend is. Er zijn dan meer inschrijvingen dan de uitgevende instelling kan toewijzen. Door te majoreren hoopt de belegger in dat geval toch het bedrag of aantal te krijgen dat hij wil. Hij loopt hierbij het risico dat hij meer toegewezen krijgt dan hij wil hebben.
Een omschrijving van hoe een bank of vermogensbeheerder het vermogen van een klant belegt. Ook het beleid dat de bank of vermogensbeheerder voor de beleggingen volgt staat erin.
Een pakket dat uit verschillende beleggingsproducten is samengesteld, met als doel risico's te spreiden. Een mandje kan bijvoorbeeld bestaan uit verschillende aandelen en obligaties.
Het bedrag dat een belegger verplicht moet storten als onderpand bij een shortpositie.
Bij een margin call vraagt een effectenhandelaar een klant om meer zekerheden. Deze heeft hij nodig om uitstaande posities (vaak shortposities en posities in de futurehandel) af te dekken.
In een marginoverzicht staat per beleggingsrekening een momentopname van de shortposities en de daarbij geldende verplichtingen (margin). Het totaalbedrag van het marginoverzicht is het totaal van alle ongedekte shortposities.
Een geldbedrag dat dient als zekerheid dat een optiebelegger de onderliggende aandelen levert (ongedekt geschreven calls) of afneemt (ongedekt geschreven puts) als hij daarvoor wordt aangewezen. De optiebeurs heeft deze margin verplicht gesteld. Het doel van de margin is zorgen dat de koper van opties erop kan vertrouwen dat de tegenpartij (de schrijver) altijd aan zijn verplichtingen kan voldoen. De koper moet zijn optierecht immers altijd kunnen uitoefenen, zelfs bij een beurscrash of andere grote koersbewegingen.
Lid van een beurs dat voor eigen risico handelt en daarom geen opdrachten mag uitvoeren voor andere leden. Market makers zijn verplicht ervoor te zorgen dat handel in bepaalde beleggingsproducten mogelijk is.
Onderneming waarvan experts gemiddelde prestaties verwachten, dus vergelijkbaar met de markt. Het advies is om geen aandelen te kopen in zo'n onderneming. Beleggers die aandelen van een marketperformer in bezit hebben, krijgen het advies om deze niet te verkopen.
De marktkapitalisatie van een (beursgenoteerd) bedrijf is de actuele beurswaarde van een bedrijf. Deze wordt berekend door het aantal uitstaande aandelen te vermenigvuldigen met de actuele beurskoers.
Andere term voor bestens order. Zie ook: bestens order.
Dit is de datum waarop schuldbrieven zoals obligaties aflopen en uitbetaald moeten worden. Maturity is ook de afloopdatum waarop een lening moet zijn terugbetaald.
Een bank die is gespecialiseerd in een beperkt aantal diensten, zoals de emissie van en handel in beleggingsproducten, valuta's en edele metalen, vermogensbeheer en adviezen op het gebied van fusies en acquisities. Dit soort gespecialiseerde banken komt vooral in Groot-Brittannië voor. In Nederland vervullen algemene banken ook de rol van merchant banks.
Alles wat banken doen voor overheid en bedrijfsleven als het gaat om transacties op de kapitaalmarkt. Hierbij hoort ook bemiddelen bij en uitvoeren van deze transacties. Zie ook: merchant bank.
Andere naam voor de Amsterdam Midkap Index (AMX). In deze index zitten de 25 aandelen die volgen op de 25 grootste aandelen uit de AEX-index.
Het gemiddelde van de laatkoers en de biedkoers.
De afkorting van Markets in Financial Instruments Directive. Dit is de Europese regelgeving op het gebied van beleggingen, waaraan iedere financiële instelling zich moet houden. Hier staan ook gedragsregels in, bijvoorbeeld voor de zorgplicht.
De markt manipuleren door opties te kopen en zo te handelen in de onderliggende waarde dat de prijzen van die opties stijgen. Dit is verboden.
Een beleggingsfonds dat belegt in een mix van aandelen, obligaties, onroerend goed en liquiditeiten.
Een portefeuille die voor een bepaald risicoprofiel belegt in een standaardpakket met aandelen. Dit heet ook wel adviesportefeuille.
De modified duration is betrouwbaarder dan een duration. De modified duration wordt berekend door de duration te delen door 1 + het effectief rendement. Hoe hoger de waarde van de duration, hoe groter de waardeverandering als de rente wijzigt. Zie ook: duration.
Een begrip uit de technische analyse. Momentum is de periode waarin bijvoorbeeld koersen of winsttaxaties (koersmomentum, winstmomentum) een duidelijke beweging laten zien, omhoog of omlaag.
Een obligatielening waarbij een hypotheek op het vastgoed van de lener het onderpand is.
Een grafiek van een voortschrijdend gemiddelde. Deze wordt veel gebruikt in de technische analyse.
Morgan Stanley Capital International Index. Deze index laat zien hoe wereldwijd de koersontwikkeling gaat van een groot aantal beursgenoteerde ondernemingen.
Afkorting van Medium Term Note. Dit is een obligatie met een looptijd van 2 tot 5 jaar en langer.

N

Naakt, ofwel ongedekt, schrijven van opties betekent dat een belegger callopties schrijft zonder dat de onderliggende waarden op zijn beleggingsrekening aanwezig zijn. Dit soort opties heten ook wel 'ongedekte opties', 'naked options', of 'uncovered options'.
Een beursgenoteerde onderneming wijzigt haar naam.
De koers die tot stand komt na de officiële sluitingstijd van een effectenbeurs.
Afkorting van National Association of Securities Dealers Automated Quotations. Dit is  de elektronische (virtuele) beurs van New York.
Zonder beursnotering. Niet-beursgenoteerde aandelen kunnen alleen verhandeld worden via de instantie die ze heeft uitgegeven. Vaak gaat het om beleggingsfondsen van banken.
Dit zijn beleggers die de hoogste bescherming van de bank krijgen, ook wel MiFID-klanten genoemd. Hieronder vallen alle particuliere klanten en zakelijke klanten die niet vanuit hun beroep beleggen.
De Japanse beurs in Tokyo.
De waarde van alle aandelen die door een onderneming zijn uitgegeven.
Het aandelenkapitaal dat is uitgegeven en waarvoor de aandeelhouders hebben betaald.
De waarde die vermeld staat op een verhandelbaar waardepapier zoals een aandeel, een vordering,  of een obligatie.
Aandelen van bedrijven die minder gevoelig zijn voor ontwikkelingen in de economie of conjunctuur, zoals voedingsmiddelenconcerns of olieproducenten.
Een kortlopende obligatie (4 tot 7 jaar) die is uitgegeven op de eurovalutamarkt.
De prijzen die op de Amsterdamse effectenbeurs of op een andere officiële beurs tot stand komen via vraag en aanbod.
Bij opties worden de koersen (optiepremies) genoteerd per deel van het totale aantal opties in het contract. De premie per optie wordt berekend door de noteringseenheid te vermenigvuldigen met het aantal opties, de handelseenheid. Bijvoorbeeld: de handelseenheid bij aandelenopties is 100. De noteringseenheid is 1/100. Stel dat de premie € 3,00 bedraagt, dan is het bedrag van de optie € 300,00 (premie x handelseenheid).
Een obligatie waar geen coupons aan zitten. Bezitters ontvangen geen jaarlijkse rente. Het rendement komt uit het verschil tussen de lagere uitgiftekoers en de latere, hogere aflossingskoers.
Afkorting van de New York Stock Exchange, de aandelenbeurs van New York.
NYSE Euronext is de naam waaronder NYSE Group en Euronext samen verder zijn gegaan.

O

Een obligatie is een verhandelbaar schuldbewijs voor een lening die door de overheid, een instelling of een bedrijf is aangegaan. Als een bedrijf geld nodig heeft, kan het door het uitgeven van een obligatielening aan de financiering komen. De koper van de obligatie ontvangt van de uitgever rentevergoeding. Dit is meestal een vaste rente.

Obligaties van banken vallen onder de bail-in regeling.

Een winstaandeel (dividend) dat niet in geld wordt uitgekeerd, maar in de vorm van een obligatie die de onderneming uitgeeft.
Een beleggingsfonds dat uitsluitend in obligaties belegt.
De prijs van een obligatie die door vraag en aanbod tot stand komt op de obligatiemarkt. Deze koers verandert tegengesteld aan de hoogte van de marktrente. Een stijgend renteniveau betekent namelijk dat een belegger een obligatie met lage rente pas zal kopen als dit eenzelfde rendement oplevert als wanneer hij een nieuwe obligatie tegen die hogere rente koopt. Hij zal een obligatie met lage rente dus alleen kopen als de koopkoers zo ver onder de nominale waarde ligt dat het renteverschil wordt goedgemaakt.
Begrip uit Canada en de VS. Normaal wordt op de beurzen daar in aandelen gehandeld in aantallen van honderd, dit noemt men een round lot. Een odd lot is een kleiner aantal aandelen dan honderd.
De Officiële Prijscourant (OPC) bestaat uit 3 pdf-bestanden en verschijnt elke handelsdag. In deze 3 bestanden staan de prijzen van de beleggingsproducten (aandelen, obligaties en derivaten) die aan Euronext Amsterdam noteren en de standen van de lokale indexen.
Iedere koers die op een gereglementeerde markt op een bepaald tijdstip wordt vastgesteld. Hierbij zijn vraag en aanbod in evenwicht. Dit kan ook een koers zijn die door een daartoe aangewezen commissie vastgesteld wordt (meestal eenmaal per dag). Die koers blijft geldig tot de volgende officiële notering tot stand komt en dient als basis voor bepaalde transacties.
Een populaire aanduiding voor het aandeel Royal Dutch Shell (Koninklijke Olie).
Niet-openbaar, zonder tussenkomst van een officieel bevoegde instantie, buiten de officieel gereglementeerde markt om. Bij de markt voor onderhandse leningen en de onderhandse markt voor incourante fondsen bestaan wel bepaalde regels, maar die zijn niet officieel. De belegger loopt daarom meer risico.
Een onderhandse lening waarbij de aflossing is achtergesteld bij de overige crediteuren.
Een onderhandse emissie is een emissie waarbij de nieuwe stukken niet openbaar aangeboden worden, maar slechts aan een geselecteerd aantal beleggers.
De gestandaardiseerde hoeveelheid waarde waarop een optie- of futurecontract betrekking heeft, bijvoorbeeld honderd aandelen XYZ bij een aandelenoptie XYZ. Een onderliggende waarde kan ook bestaan uit een index, obligatie, valuta of uit goederen.
Het schrijven van ongedekte opties. Hiervan is sprake als callopties worden geschreven zonder dat de onderliggende waarde in de beleggingsportefeuille aanwezig is. Geschreven putopties zijn per definitie ongedekt, omdat bij deze opties een afnameplicht geldt.
Een ongedekte optiepositie ontstaat als een belegger een optie schrijft zonder dat hij de onderliggende waarde op zijn beleggingsrekening heeft. Of zonder dat hij daar een andere optiepositie tegenover heeft.
Koop- of verkooporder die wordt uitgevoerd tegen de eerst gedane koers. Dit wordt ook wel 'bestens order' genoemd.
Het huis waarin u woont, is onroerend goed. Hetzelfde geldt voor kantoren, winkelpanden, fabrieken en de grond waarop deze gebouwen staan. Het gemeenschappelijke kenmerk is dat ze ‘vast’ zijn; ze ‘roeren’ of bewegen niet. Vandaar de naam onroerend goed, het wordt ook wel ‘vastgoed’ genoemd. Direct beleggen in onroerend goed, zoals in kantoorpanden of winkelcentra is alleen geschikt voor beleggers die het geld voor langere tijd kunnen missen. Het is vaak ook moeilijk om een voldoende gespreide portefeuille in te richten. Direct beleggen in onroerend goed vraagt om veel kennis van de onroerend goed sector. Vandaar dat beleggen in onroerend goed meestal gebeurt via aandelen in bedrijven die onroerend goed beheren, of via beleggingsfondsen of Exchange Traded Funds (ETF’s).
Een open end beleggingsfonds is verplicht om altijd beleggers toe te laten tot het fonds of te laten uitstappen. Dit kan zo'n fonds doen door nieuwe aandelen of participaties in dat fonds uit te geven als de vraag groter is dan het aanbod. Of bestaande in te trekken als het aanbod groter is dan de vraag. Hierdoor kunnen beleggers dus makkelijk hun beleggingen kopen en verkopen tegen de werkelijke waarde van het fonds. Het tegenovergestelde is een closed end beleggingsfonds.
Het kopen van een optie waarbij de belegger een recht koopt tegen betaling van een premie (prijs van de optie). Een gekochte optie wordt beëindigd door een sluitingsverkoop of door een exercise (uitoefening).
Het verkopen van een optie terwijl de verkopende partij die niet heeft. Dit heet ook wel schrijven. De verkoper verplicht zich tot een ruil voor de premie die hij krijgt. Een geschreven optie wordt beëindigd door een sluitingskoop of door een 'assignment' (aanwijzing).
De eerste koers van een beleggingsproduct op een handelsdag. Deze koers is vooral belangrijk omdat alle betrokken partijen overeenstemming hebben bereikt over de prijs.
Speciaal aandeel met vaak extra rechten, waar alleen de oprichters van een vennootschap houder van zijn. Soms zijn het ook aandelen die worden gegeven voor bewezen diensten bij de oprichting van een vennootschap. Oprichtersaandelen hebben geen nominale waarde.
Het wijzigen van de classificatie van een klant naar een MiFID-categorie met een hogere beleggersbescherming. Bijvoorbeeld van de groep professionele beleggers naar de groep niet-professionele beleggers. Zie ook: Opt Up en MiFid.
Het wijzigen van de classificatie van een klant naar een MiFID-categorie met een lagere beleggersbescherming. Bijvoorbeeld van de groep niet-professionele beleggers naar de groep professionele beleggers. Zie ook: MiFID.
Een optie is een standaard contract. Hiermee koopt de belegger een recht of gaat hij de verplichting aan om in een bepaalde periode (de uitoefenperiode) een bepaalde hoeveelheid van een onderliggende waarde (bijvoorbeeld aandelen) te kopen of te verkopen. Dit gebeurt tegen een vooraf bepaalde prijs (de uitoefenprijs). Opties worden verhandeld op de optiebeurs.
De prijs die een belegger moet betalen voor een optie. De optiepremie is niet vast en bestaat uit de intrinsieke waarde plus de tijd- en verwachtingswaarde. Zie ook: intrinsieke waarde.
Opties van een bepaalde klasse met een bepaalde looptijd en uitoefenprijs.
Dit is een administratief systeem waarin gelimiteerde koop- en verkooporders zijn gerangschikt op volgorde van binnenkomst, hoogste bieding (bij kooporders) en laagste lating (bij verkooporders).
De stand van zaken (lopend en uitgevoerd) bij opgegeven opdrachten.
Een optie waarbij de uitoefenprijs (strike) van een calloptie hoger is dan de koers van de onderliggende waarde. Of waarbij de uitoefenprijs van een putoptie lager is dan de koers van de onderliggende waarde.
Onderneming waarvan op basis van onderzoek wordt verwacht dat deze het de komende tijd beter gaat doen dan de markt. Het advies is dan om aandelen in deze onderneming te kopen.
Een Overeenkomst Beleggen is een overeenkomst die beleggers sluiten met een bank of tussenpersoon om te kunnen beleggen. Zo'n overeenkomst kan per bank of tussenpersoon anders heten. De meest gebruikte namen zijn Overeenkomst Beleggen en Overeenkomst Effectendienstverlening.
Overeenkomst die een belegger moet ondertekenen voordat hij in opties mag handelen.
Vergaande bemiddeling van een bank bij een emissie. De bank voert niet alleen de emissie uit, maar neemt ook het plaatsingsrisico van de emittent over.

P

Een koers noteert à pari als die gelijk is aan (100% van) de nominale waarde.
Een ETF of zogenoemde indextracker kan actief of passief worden beheerd. Bij een passief beheerde ETF wordt de onderliggende index zo nauwkeurig mogelijk gevolgd. De beheerder van de ETF heeft dan ook geen andere beleggingsvisie dan een index te volgen bij de opbouw van een ETF. Zie ook: ETF.
Bij vermogensbeheer betekent passief portefeuillebeheer meestal dat de vermogensbeheerder zoveel mogelijk een benchmark probeert te volgen. Soms wordt met passief portefeuillebeheer een buy-and-hold-strategie bedoeld.
Een penny stock is een aandeel van een risicovol bedrijf met een lage marktkapitalisatie. De koers van een penny stock beweegt meestal sterk en bedraagt vaak niet meer dan enkele tientallen centen.
Zie perpetuele obligatie.
Perpetuele obligaties of perpetuals zijn leningen of obligaties zonder einddatum. Een belegger leent dan geld uit aan een bedrijf of land. Het land of het bedrijf bepaalt vervolgens zelf wanneer het de obligatie aflost. Elk jaar krijgt de belegger rente over de perpetual. Perpetuals zijn te koop of worden verkocht op de beurs. Beleggen in perpetuals heeft een hoog risico dat vergelijkbaar is met beleggen in aandelen.
Plaatsingskracht geeft aan dat een investment bank grote emissies van beleggingsproducten in de markt kan zetten. De plaatsingskracht kan te maken hebben met het netwerk dat de investment bank heeft of de lage kosten die de bank kan berekenen aan beleggers.
De eigenaar van een preferent aandeel heeft recht op een vast dividend. Meestal geeft een preferent aandeel ook voorrang bij het terugkrijgen van geld als een bedrijf failliet gaat.
Een preferente emissie betekent dat bestaande aandeelhouders voorrang krijgen als ze inschrijven op een emissie van nieuwe aandelen. Aandeelhouders die mogen inschrijven op de preferente emissie, krijgen een dividendbewijs van de uitgevende instelling. Dit bewijs moeten ze inleveren als ze inschrijven.
Met preferentie krijgt een vordering voorrang boven andere vorderingen. Een vordering wil zeggen dat een belegger een bedrag mag terugeisen. Bijvoorbeeld omdat hij dit heeft uitgeleend of geïnvesteerd.
Bij opties is de premie de prijs waartegen een optie wordt verhandeld of de prijs waartegen een optie staat genoteerd. Zie ook: notering.
Een premie-obligatie is een obligatie met een lage couponrente. De uitgever van de premie-obligatie keert niet alle couponrente uit, maar verloot het overgebleven deel van de couponrente (de premie) onder alle eigenaren van de premie-obligaties. Dit komt bijna niet meer voor.
Engels woord voor noteringseenheid.
Een aandeel waaraan speciale rechten zijn verbonden voor de eigenaar ervan, bijvoorbeeld bij bestuursbenoemingen of vetorecht. Een prioriteitsaandeel wordt vaak ingezet om een vijandige overname tegen te houden.
PRIIPs staat voor: Packaged Retail Investment and Insurance-based investment Products". PRIIPs zijn 'verpakte' beleggingsproducten, zoals beleggingsfondsen, Exchange Traded Funds, structured products, converteerbare obligaties, achtergestelde obligaties, turbo's, opties en levensverzekeringen met een beleggingscomponent. De waarde van PRIIPs is afhankelijk van de koersontwikkeling van onderliggende indexen of beleggingen, die niet rechtstreeks door de belegger worden aangekocht. Vanaf 1 januari 2018 moet er een Essentiële-informatiedocument (EID) beschikbaar zijn bij aankopen van PRIIPS.
Beleggers die de ervaring, kennis en deskundigheid hebben om zelf beleggingsbeslissingen te nemen en de risico's hiervan goed in te schatten. Deze definitie is afkomstig uit de Markets in Financial Instruments Directive (MiFID), dit is Europese wetgeving. De MiFID kent nog meer omschrijvingen van soorten beleggers. Hiermee is het mogelijk per beleggingsproduct aan te geven voor welk soort belegger dit geschikt is. Zie ook: MiFID.
Bij iedere emissie van nieuwe aandelen of obligaties staan in het prospectus alle bijzonderheden over de nieuw uit te geven beleggingsproducten. Een accountant en de Vereniging voor de Effectenhandel moeten officieel goedkeuring geven aan de inhoud van een prospectus.
Een handelaar die op de beurs optie-orders uitvoert voor zichzelf en voor anderen.
Beleggers kunnen een putoptie kopen met als onderliggende waarde de aandelen die zij in hun beleggingsportefeuille hebben. Hierdoor beperken zij het risico op een koersdaling van die aandelen. De put is dan een verzekering.
Een optiestrategie die bestaat uit het tegelijkertijd kopen en schrijven van een putoptie. Beide opties hebben dan dezelfde einddatum. De uitoefenprijs van de geschreven putoptie is lager dan die van de gekochte putoptie. Het verlies is dan in het ongunstigste geval de betaalde premie van de gekochte put min de premie die de belegger heeft gekregen van de verkochte put. Zie ook: Schrijven van opties.
Zie optie.