Beleggingsnieuws

5 maart 2021

 

Draai in sectoren

Een toenemende inflatiedruk, in het bijzonder in de VS, leidt tot een hogere obligatierente en maakt de aandelenmarkten onrustig. Het veranderende inflatiebeeld zorgt voor een verdere draai bij aandelen.

Daarnaast beginnen de vaccinatieprogramma’s nu echt op stoom te komen. Dit is aanleiding voor verwachtingen over een sneller en sterker economisch herstel. En dat leidt weer tot een ommezwaai van bedrijven die van de coronamaatregelen hebben geprofiteerd naar bedrijven die daar toch vooral last van hebben gehad. Ook zien we een (lichte) verschuiving van groei- naar waarde-aandelen. Bij dit alles houden de centrale banken vast aan hun soepele monetaire opstelling.

De ontwikkeling van de inflatie is veranderd van ‘vraag-pull’ naar ‘kosten-push’. Vanwege de coronapandemie werd de inflatie in 2020 hoofdzakelijk veroorzaakt door stijgende consumentenprijzen. Die hogere prijzen kunnen in verband gebracht worden met de begrotingsstimulering door overheden. Inkomens werden daarmee ondersteund, met als doel de consumentenvraag op een redelijk peil te houden. Sinds november zien we echter dat de stijging van de grondstoffenprijzen sneller verloopt dan die van de consumentenprijzen. De inflatie wordt inmiddels dus vooral aangewakkerd door hogere kosten. Het gevolg is dat de obligatierente ook begint te stijgen, ook omdat de verwachtingen van een fors economisch herstel toenemen.

Tegen deze achtergrond zien we een rotatie in de aandelenmarkten naar de meer cyclische sectoren, waarbij energie en financiële instellingen momenteel beter presteren dan de markt. Of die rotatie ook doorzet, hangt af van diverse variabele factoren. De belangrijkste: de ontwikkeling van de rente en hoe de Fed reageert. Vooralsnog is de insteek van de Fed dat monetaire verkrapping pas wordt overwogen als de gemiddelde inflatie rond de 2% uitkomt en de arbeidsmarkt echt is hersteld. Zover is het nog niet.

Te midden van deze rotatie zien we de kloof tussen alternatieve-energieaandelen en ouderwetse energieaandelen kleiner worden. Die trend kan doorzetten als de rente blijft stijgen. Toch kunnen de alternatieve, nieuwe energiebedrijven waarschijnlijk het meest profiteren van de ‘groene deals’ die de overheden wereldwijd overal aankondigen.

Het Amerikaanse nutsbedrijf AES presenteerde afgelopen week zijn nieuwe strategie. De onderneming heeft het streefdoel voor de groei van duurzame energie verhoogd. Ook gaat AES de productie op basis van kolen versneld verminderen en wordt er een nieuw streefdoel geformuleerd voor ‘net zero’ CO2-uitstoot uit elektriciteitsafzet in 2040.

Hierboven beschreven we de verschuiving van bedrijven die van de coronamaatregelen kunnen profiteren naar ondernemingen die onder de maatregelen te lijden hebben. In het verlengde hiervan willen we wijzen op de solide winstcijfers die deze week werden gerapporteerd door de Chinese reisorganisatie Trip.com. De onderneming lijkt zich op te maken voor een sterk herstel van de binnenlandse reisbewegingen en kan haar concurrentiepositie verder versterken door in te spelen op internationale reismogelijkheden.

Blik op obligatierentes

De zogenoemde ‘reflation trade’ domineert de financiële markten tot nu toe dit jaar. Met reflatie wordt gedoeld op begrotings- en/of monetair beleid dat gericht is op het aanjagen van de economische groei en inflatie.

De rente op Amerikaanse staatsobligaties (Treasuries) staat daarbij centraal. De stijgende obligatierente werd in eerste instantie veroorzaakt door hogere inflatieverwachtingen. Maar de reële rente stijgt nu ook: markten prijzen het sterke economische groeiherstel in dat voor het tweede halfjaar wordt voorspeld.

De rente op tienjaars Treasuries is vorige week gestegen naar 1,6% en eindigde de week iets lager (1,4%). Deze week bleef de rente op Treasuries beweeglijk. Onze economen verwachten dat de inflatie onder controle blijft rond 2%, waardoor de Fed de rente laag kan houden. En dat zorgt weer voor een bovengrens aan de obligatierente. Onze prognoses voor tienjaars Treasuries bedragen respectievelijk 1,20% en 1,50% voor eind 2021 en eind 2022. Bij de huidige niveaus beginnen Treasuries weer een interessant alternatief te worden voor staatspapier uit de kernlanden van de eurozone. Maar we onderkennen dat de markten onze prognoses op de korte termijn voorbij kunnen schieten, want het reflatiethema blijft nog wel even dominant. De inflatiecijfers kunnen de komende maanden tijdelijk hoger uitvallen door basiseffecten en een hogere olieprijs. Die effecten trekken wel weer weg, maar kunnen in eerste instantie de ‘reflation trade’ verder versterken. Vooralsnog voorzichtig blijven dus.

De Europese obligatierente is, hoewel minder heftig dan die op Amerikaanse Treasuries, de afgelopen maand ook omhooggegaan. De ECB lijkt zich daar wat meer zorgen over te maken dan de Fed, als we afgaan op het commentaar van diverse ECB-bestuursleden en de opmerkingen van ECB-president Lagarde vorige week. Met het PEPP-steunprogramma (pandemic emergency purchase programme) heeft de centrale bank een sterk middel bij de hand om de obligatierente (en de risicopremies op staatsobligaties uit de periferie) onder controle te houden.

High-yield obligaties blijven profiteren van het verwachte herstel van de economische groei. Dat kan de komende maanden leiden tot een verdere daling van de risicopremies op deze obligaties en dus tot hogere koersen (bij obligaties beweegt de rente in tegengestelde richting van de koers). In het huidige marktklimaat vinden we high-yield obligaties nog altijd een interessantere belegging dan kwalitatief hoogwaardige obligaties.

Maart roert zijn staart

Ook deze week zit het venijn in de staart. Werden de ontwikkelingen rondom de rente in de VS eerder al met argusogen gevolgd, richting het eind van de week nam de bezorgdheid onder beleggers toe. De Amerikaanse beurzen daalden scherp.

Fed-voorzitter Powell wist beleggers niet gerust te stellen voor wat betreft het in toom houden van de rente. Het lijkt erop dat beleggers voor de zekerheid wat risico van tafel nemen door de hard opgelopen technologieaandelen in te ruilen voor wat meer defensieve, minder rentegevoelige aandelen. In Amsterdam bleef de AEX nagenoeg gelijk op een niveau van rond de 653 punten. De Eurostoxx 600 steeg licht naar een niveau van 408 punten. Grootste stijgers waren afgelopen week ICT Group (38,54%), BAM (9,35%) en Sligro (9,34%). Sterkste dalers waren Alfen (-11,66%), ASMI (-7,96%) en BESI (-7,54).

Het cijferseizoen loopt ten einde en is in grote lijnen redelijk positief verlopen. Dit kwam met name doordat de verwachtingen niet te hoog lagen. Veel analisten waren door de gevolgen van de coronacrisis conservatief met hun voorspellingen. Wat ook meespeelde is dat we zowel in het derde als het vierde kwartaal van 2020 bij veel bedrijven een relatief sterk herstel zagen, mede dankzij lockdown-versoepelingen en doordat ondernemingen wisten in te spelen op de nieuwe situatie. Wel zien we dat bedrijven nog steeds voorzichtig zijn met het uitspreken van toekomstverwachtingen. 

Royal Dutch Shell profiteerde afgelopen donderdag van het onverwachte besluit van de OPEC (Organisatie van olie-exporterende landen) om in een steeds krapper wordende markt de productie toch langer laag te houden. De prijs van een vat Brent steeg boven de USD 68: het hoogste niveau in ruim 12 maanden.

Voor PostNL was 2020 het jaar waarin een recordaantal pakketten werd bezorgd. Het bedrijf wist te profiteren van de noodgedwongen ‘vlucht’ naar het internetshoppen. Hierdoor steeg de omzet van EUR 2,8 miljard in 2019 naar EUR 3,3 miljard in 2020. De winst liep op van EUR 72 miljoen (2019) naar EUR 209 miljoen (2020). Ook in 2021 verwacht PostNL een stevige toename op het vlak van pakketbezorging (10% tot 12%). PostNL kondigde aan het dividend te hervatten en heeft dit vastgesteld op EUR 0,28.

De cijfers van Corbion over het vierde kwartaal van 2020 waren in lijn met de verwachting. Het bedrijfsresultaat (kernactiviteiten) over geheel 2020 bedroeg EUR 98 miljoen, versus EUR 85 miljoen in dezelfde periode van het jaar daarvoor. Het bedrijf heeft de marges fors weten te verbeteren. Deze margeverbetering komt voort uit het verlagen van productie- en reiskosten. Ook is er behoorlijk bespaard op R&D (research & development). Corbion heeft de in maart 2020 afgegeven outlook herbevestigd. Voor het lopende boekjaar wordt uitgegaan van een autonome omzetgroei (kernactiviteiten) van 4 tot 7%. De bruto winstmarge moet meer dan 17% bedragen in 2025 en de jaren daarna. Corbion handhaaft het dividend op EUR 0,56.

Boskalis liet ondanks een omzetdaling goede cijfers zien. Het bedrijfsresultaat nam toe met 7,9%. De netto operationele winst bedroeg EUR 90 miljoen. Hierop van invloed was een bijzondere last door de herbeoordeling van de waarde van de schepen. Deze herbeoordeling leidt tot een forse afboeking op de goodwill. De omvang van het orderboek is fors toegenomen naar EUR 5,3 miljard, ondanks de coronabeperkingen. Daarnaast heeft Boskalis een zeer sterke balans met een netto cash positie van EUR 439 miljoen. Het bedrijf hervat de dividenduitkering van EUR 0,50.