Beleggingsnieuws

14 mei 2021

 

Glas half vol of half leeg?

Eind vorige week stegen de Amerikaanse aandelenkoersen tot recordhoogten, zelfs na een teleurstellend banenrapport in de VS. Door de zwakke banencijfers groeide bij beleggers de overtuiging dat het soepele monetaire beleid, dat ten grondslag ligt aan het ongekende herstel, langer zal worden voortgezet.

Door het rapport veerde de recent achtergebleven handel in ‘thuisblijven’-aandelen op. De Dow Jones en S&P 500 sloten op recordhoogten. De optimistische ‘glas half vol’-interpretatie van het rapport stelde diegenen gerust die zich zorgen maakten over oververhitting en toenemende inflatie. De aanname was dat de Amerikaanse Fed zich soepel zou blijven opstellen en dat de Amerikaanse president Joe Biden de juiste weg was ingeslagen met zijn (broodnodige) stimuleringsprogramma’s. Dit scenario is gunstig voor risicobeleggingen en meer in het bijzonder voor groei- en techfondsen.

Na een weekend hard nadenken schoten de markten de andere kant op, vanwege de ‘maar’ 266.000 banen die er in april waren gecreëerd in vergelijking met de 1 miljoen waar de algemene verwachting op uit was gekomen. Deze minder optimistische inschatting was gebaseerd op dezelfde cijfers, nu bekeken met een pessimistische bril. De ‘glas half leeg’ visie zorgde gelijk voor verkoopdruk op de aandelenmarkten. De werkgelegenheidscijfers zouden wijzen op tekorten op de arbeidsmarkt en de deur openzetten voor hogere lonen. In combinatie met de sterk stijgende grondstofprijzen en tekorten in halfgeleiders en vervoersmiddelen leidden de cijfers tot hogere inflatieverwachtingen.

Door die nadruk op hogere inflatieverwachtingen en uiteindelijk dus ook een hogere rente werden goede bedrijfsresultaten niet altijd gevolgd door een hogere koers. Technologiereuzen als Apple en Amazon kregen eerder al geen beloning voor de uitmuntende resultaten, die de verwachtingen veruit overtroffen. De afgelopen week viel BMW datzelfde lot ten deel. De uitstekende resultaten voor het eerste kwartaal leverde de Duitse autofabrikant slechts een kleine koerswinst van ongeveer 0,3% op. Ondanks de tekorten aan halfgeleiders lagen de omzet en marges bij BMW fors hoger dan verwacht.

Inflatie weer op koers?

Niet alleen de afgelopen week maar al een tijdje is inflatie het belangrijkste onderwerp waar obligatiebeleggers zich het hoofd over breken. En dat zal de komende maanden waarschijnlijk niet veel anders worden.

Vrijwel iedere belegger voorziet het komende jaar een sterke economische groei als gevolg van economieën die weer open gaan, overheden die nog meer geld uitgeven en centrale banken die dat maar blijven drukken. De economische groei helpt de obligatiebelegger bij de vermindering van het wanbetalingsrisico in het riskantere deel van de portefeuille en de spreads zorgen voor een positief rendement. Tegelijkertijd verhoogt de economische groei het risico van inflatie. En dat zou de totale waarde van de beleggersportefeuille weer ondermijnen, omdat de rente dan stijgt. Voor de inflatie waren de vooruitzichten toch al onzeker. Nu lopen de meningen hierover onder beleggers, analisten en beleidsmakers zeer sterk uiteen.

Het is gebleken dat de inflatie de afgelopen tien jaar zeer lastig te voorspellen is. De centrale banken zijn er niet in geslaagd de inflatie omhoog te krijgen naar het streefdoel van 2%. Dit ondanks verwoede pogingen daartoe en geruststellende prognoses. Zij zijn het vertrouwen kwijt dat ze de inflatie überhaupt kunnen voorspellen en laten zich steeds meer leiden door de feitelijke inflatiecijfers. De meeste centrale banken hebben de intentie om de rente laag te houden en grote hoeveelheden obligaties op te kopen tot de feitelijke inflatie consequent hoger ligt dan het streefdoel van 2%. Dat is goed nieuws voor overheden, die de markten overspoelen met obligatie-uitgiften. Voor obligatiebeleggers is de boodschap echter minder eenduidig.

De centrale banken hadden al gewaarschuwd dat de inflatiecijfers tot de zomer wisselvallig en vertekend zullen zijn. Sterker nog, die cijfers kunnen de indruk wekken dat de inflatie vervroegd terug is van weggeweest, zoals de publicatie van de meest recente Amerikaanse inflatiecijfers afgelopen woensdag duidelijk illustreerde. De consumentenprijzen in de VS waren in april 3% hoger dan een jaar geleden, toen de economie de hardste coronaklappen te verduren had. Dan worden de volatiele energie- en voedselprijzen zelfs nog buiten beschouwing gelaten. Zoals al eerder aangegeven, hadden de centrale banken al gewaarschuwd dat deze ontwikkeling tijdelijk zou zijn. De komende jaren moet echter nog veel meer worden gedaan om de inflatie echt weer op koers te krijgen. De centrale banken hebben waarschijnlijk gelijk met die analyse, maar kunnen in eerste instantie moeite hebben de markten daarvan te overtuigen.

In tegenstelling tot beleggers die kopen om vast te houden (‘buy-and-hold’) hoeft de actieve belegger niet te wachten op positieve rendementen voor de hele markt om kans te maken op positief rendement. Het moment inschatten waarop de rente daalt en de obligatiekoersen stijgen is echter op z’n zachtst gezegd een uitdaging. De beleidsrente van de ECB bevindt zich momenteel op -0,5% en de centrale bank is vastbesloten om dat niveau nog jaren te handhaven. Maar nu de obligatierendementen van dat niveau afdrijven, wordt het steeds waarschijnlijker dat obligaties met een hoge rentegevoeligheid (duration) een aantal goede maanden tegemoet kunnen gaan. Een goede timing van het instapmoment en, misschien nog wel belangrijker, weten wanneer er winst moet worden genomen, zijn van essentieel belang om succes te boeken.

Zelf denken we dat de inflatiecijfers in het tweede halfjaar inderdaad het gelijk van de centrale banken zullen bewijzen en de rente aan banden zullen leggen. Tot die tijd kan de rente echter omhoog blijven kruipen. De portefeuille van de actieve belegger die nu al gepositioneerd is voor een correctie op de recente stijging kan eerst klappen krijgen voordat ervan kan worden geprofiteerd. Een voorzichtigere opstelling lijkt raadzaam op dit moment, totdat er inderdaad meer zicht komt op gunstigere inflatiecijfers.

Hoofdpijn voor de AEX

De AEX heeft een slechte week achter de rug, nadat inflatieangst het sentiment wereldwijd parten speelde. De AEX had meer last van het negatieve sentiment omdat technologiebedrijven een groot deel van de index uitmaken. Hun toekomstig verwachte winst zal eventueel harder worden geraakt bij inflatie.

De AEX-index kreeg deze week een forse klap en moest 2,4% inleveren. De hoofdgraadmeter aan het Damrak dook gedurende de week fors onder de 700 punten en noteert vrijdagochtend rond 696 punten. Hiermee bleef de index behoorlijk achter bij Europa waar de Stoxx 600 0,9% verloor. Grootste stijgers binnen de AEX waren deze week IMCD (+2,6%), Ahold Delhaize (+2,5%) en Aegon (+2,1%). De verliezen waren het grootst bij ASM Int. (-13,1%), Adyen (-12,9%), en Just Eat Takeaway (-11,9%).

Ahold-Delhaize werd deze week beloond voor betere  cijfers dan eerder werd verwacht, terwijl het concern ook zijn vooruitzichten voor het jaar verhoogde. Zowel omzet, operationele winst, marges en de winst per aandeel (WPA) waren veel beter dan verwacht. Groei in de VS was sterk en in Europa erg sterk. Het supermarktconcern verhoogde zijn onderliggende WPA groeitarget voor 2021 van tussen de 1 en 5% ten opzichte van 2019 naar een range van 5 tot 9%.

Het operationele resultaat en de winst die over bleef onderaan de streep was bij Aegon beter dan verwacht. Dit werd veroorzaakt door beter dan verwachte resultaten bij de vermogensbeheertak, goede resultaten in Nederland en in mindere mate bij betere resultaten in de VS. De kapitaalratio (solvency) viel wel licht tegen (194% vs. 197%).

Bij de kleinere fondsen rapporteerde PostNL definitieve kwartaalcijfers, nadat het eerder al voorlopige cijfers had gepubliceerd. Hierbij was ook de winstverwachting voor het jaar verhoogd. Weinig nieuws dus, maar wel werd duidelijk dat een deel van de positieve winstbijstelling wordt veroorzaakt door éénmalige zaken dit jaar. Denk daarbij aan verstuurde uitnodigingen voor vaccinaties en het stemmen per post.

Alfen rapporteerde veel beter dan verwachte cijfers en herhaalde zijn vooruitzichten. Waarbij vooral de vooruitzichten van het onderdeel Smart Grid sterk verbeterden. Aalberts kwam onverwachts met een handelsupdate die solide organische omzetgroei en nieuwe orders liet zien. Het bedrijf gaf verder aan dat de herstructurering volgens planning verloopt en dat het aan de bovenkant gaat zitten van zijn investeringstarget. Cijfers van SBM Offshore waren in lijn met de verwachtingen en het bedrijf herhaalde zijn vooruitzichten.

Het cijferseizoen loopt volgende week op zijn laatste benen. In Nederland is het stil, terwijl internationaal onder andere Vodafone, Walmart, Applied Materials, Baidu, Home Depot, Allergan en Deere nog met cijfers komen. Het cijferseizoen was in zowel de VS als Europa erg goed. Logischerwijs was de winstgroei enorm vergeleken met het eerste kwartaal vorig jaar, maar ook de omzet verbeterde zich redelijk tot goed. Bedrijven wisten over een breed front de verwachtingen te overtreffen. Zowel in Europa als de VS wist de sector luxe goederen & diensten de grootste winstgroei te realiseren. Daarnaast deed ook de financiële dienstensector het op beide continenten goed. Opvallend was dat in Europa de industriële sector forse winstgroei liet zien, terwijl de winstgroei van die sector in de VS het kleinst was.

Op macro-economisch gebied is het volgende week een erg rustig. Maandag rapporteert China cijfers over industriële productie (+10% op jaarbasis verwacht) en detailhandelsverkopen (+25%) over april. De cijfers zullen een verdere indicatie geven of de binnenlandse vraag daadwerkelijk aantrekt. Op woensdag worden de beleidsstukken van de laatste Fed vergadering gepubliceerd, maar de focus zal vooral op vrijdag liggen als de voorlopige PMI’s over mei worden gepubliceerd. Het is de verwachting dat het producentenvertrouwen in de verwerkende industrie in de VS marginaal stijgt naar 60,8 en in Europa marginaal daalt naar 62,5. Het vertrouwen van de dienstensector zal waarschijnlijk stijgen naar respectievelijk 64,9 en 52,0.