Beleggingsnieuws

Beleggingsnieuws

27 januari 2023

 

Wat zeggen de cijfers?

Na een sterke jaarstart maken de markten een pas op de plaats in afwachting van de komende kwartaalcijfers. Het verhaal in de markt lijkt te zijn dat er in de VS en Europa een economische vertraging aan zit te komen, maar dat die relatief ondiep kan zijn.

Dat zou eventuele tegenvallende bedrijfswinsten minder schadelijk kunnen maken dan eerder gedacht. De recente harde cijfers over de staat van de economie waren gemengd. Er bestaat dus nog geen eensgezindheid over de mate waarin een minder gunstige economische omgeving al in de markten is verwerkt.

Een belangrijke graadmeter voor de ontwikkeling van de bedrijfswinsten dit jaar zijn natuurlijk de cijfers voor heel 2022. En vooral ook de uitspraken over de vooruitzichten. Het resultatenseizoen is natuurlijk nog maar net begonnen, maar de eerste signalen zijn niet al te negatief. De resultaten lijken over het geheel genomen wat beter dan verwacht en uit de uitspraken van de bedrijven valt nog geen scherpe vertraging van de bedrijfswinsten op te maken. Opgemerkt moet daarbij wel worden dat analisten voorafgaand aan het resultatenseizoen de schatting duidelijk naar beneden hebben bijgesteld. Dat maakt het natuurlijk wel makkelijker voor een bedrijf om die lager gelegde lat te halen of deze te overtreffen.

De Amerikaanse banken geven van oudsher het startsein voor het resultatenseizoen. Nu de rente omhooggaat, worden de resultaten en de vooruitzichten voor de traditionele kredietverleningsactiviteiten bij bijvoorbeeld JPMorgan en US Bancorp behoorlijk gunstig. Bij het investment banking-onderdeel van de sector (zoals bij Goldman Sachs) was daarentegen sprake van een materiële tegenvaller: de fusie- en overnameactiviteit is gedurende 2022 helemaal ingezakt. De bedrijfswinsten in de Amerikaanse banksector bieden vooralsnog dus een gemixt beeld.

Wat betreft IT, heeft een aantal bedrijven met een signaalfunctie zeer fatsoenlijk resultaten en constructieve verwachtingen afgegeven. Toch waren er ook meer gemengde resultaten. Positief in het oog sprongen halfgeleiderconcerns ASML en LAM Research. Beide overtroffen de verwachtingen en gaven aan dat de vraag solide blijft, ondanks de waarschuwende geluiden over de verkopen aan China. De verwachtingen van Microsoft repten daarentegen van een verdere vertraging van de omzet die met de cloud samenhangt. Die gaat omlaag vanaf een zeer extreem groeiniveau.

Het resultatenseizoen is nog maar net begonnen, dus harde conclusies vallen nog niet te trekken. Onze eerste indruk is echter dat er tussen en binnen sectoren waarschijnlijk sprake zal zijn van behoorlijke verschillen. Een en ander heeft te maken met het inflatie-effect, de problematiek in de aanbodketen, alsook met de daaropvolgende versoepeling en de veranderingen van de consumentenvraag na de coronapandemie. Allemaal factoren die tot onverwachte uitkomsten kunnen leiden. Wordt vervolgd!

Verpest de ECB het feestje?

Dit jaar is voor obligaties vooralsnog gunstig begonnen. Nadat de rentes de eerste weken waren gedaald, bewegen ze zich de laatste week binnen een smalle bandbreedte. De risicopremies op credits zijn ook over de hele linie verkrapt: staatsobligaties uit de periferie van de eurozone en high yield voorop.

Kennelijk is de belegger bereid meer risico te nemen, want de economische vooruitzichten lijken te verbeteren. Naar het zich nu laat aanzien weet Europa aan een diepe recessie te ontsnappen, die een paar maanden geleden nog onafwendbaar leek. Tijdens het milde winterweer bleken energieconsumenten en -bedrijven opvallend flexibel en hebben veel meer gasreserves weten te behouden dan was verwacht. Door de afnemende bedrijvigheid in China, dat kortgeleden het zero-covid-beleid heeft losgelaten, is de hevige concurrentie om de voorraad vloeibaar aardgas eveneens verminderd. In Europa de lichten aanhouden, onder andere ook de volgende winter, lijkt ineens een minder grote opgave.

Toch is het risico van een recessie in 2023 nog niet helemaal uit beeld. De resterende dreiging zit in de hoek van centrale banken, die de economie een recessie in kunnen duwen om de hardnekkig hoge inflatie de kop in te drukken. Voor de VS is dat geen grote verandering: dat proces loopt al even. Alle tekenen wijzen erop dat de VS zich al in een recessie bevindt, waardoor de Federal Reserve (‘Fed’) mogelijk het tweede halfjaar tot een renteverlaging besluit. In Europa ligt de situatie minder eenduidig. De beleidsrentes staan nog min or meer op neutraal en de kerninflatie is het hoogste punt nog niet voorbij.

Zowel de Fed als de Europese Centrale Bank (ECB) zullen de komende week waarschijnlijk de rente verhogen en dat de komende paar maanden opnieuw doen. Voor de obligatiebelegger is het vooral belangrijk wat er daarna gebeurt. Een ondiepe recessie in de VS en Europa terwijl de inflatie snel afneemt, betekent dat de ECB net als de Fed het laatste kwartaal van 2023 de rente kan verlagen. Vóór zo’n ommezwaai door de ECB moet de inflatie echter een overtuigende en duurzame beweging naar het streefdoel van 2% inzetten. De obligatiebelegger hoeft daarom niet te verwachten dat de Europese rentes zich voor de zomer veel lager zullen bewegen. Een afwachtende opstelling is dan ook geboden; in ieder geval totdat er meer zichtbaarheid is over de richting die de inflatie en de ECB inslaan.

Voor de komende week staan de Europese inflatiecijfers en Amerikaanse werkgelegenheidscijfers op de agenda. Zowel de Fed als de ECB houden de eerste overlegbijeenkomst van 2023. Centrale bankiers zullen waarschijnlijk blijven roepen dat ze zich langer stevig moeten blijven opstellen om de inflatie er echt onder te krijgen. Dat zal in 2024 ten koste gaan van de economische groei. In die omstandigheden kunnen de obligatierentes en risicopremies nog altijd omhooggaan.

Nog geen einde aan de opmars

De AEX-index heeft opnieuw een goede week achter de rug, ondanks een gebrek aan duidelijk positief nieuws. Bepaalde trends werden eerder bevestigd. Zo is het cijferseizoen redelijk begonnen en verbeterden de Europese vertrouwensindicatoren verder.

De AEX-index bouwde deze week zijn jaarwinst verder uit. Die staat eind januari inmiddels al op bijna 9%, een tempo dat zeker niet het hele jaar vol gehouden zal worden. Deze week kwam daar, vanaf vorige week vrijdagochtend, +1,6% bij en de hoofdgraadmeter aan het Damrak noteert deze vrijdagochtend rond de 749 punten. Hiermee presteerde de AEX beter dan de Europese Stoxx 600 die +0,8% won. De grootste stijger binnen de AEX was ASM International (6,8%), gevolgd door ING (6,7%) en Unibail-Rodamco-Westfield (5,9%). De grootste dalers waren DSM (-5,9%), Ahold-Delhaize (-3,9%) en Randstad (-2,0%).

Het hightechbedrijf ASML rapporteerde deze week goede vierdekwartaalcijfers en een sterke omzetverwachting voor het hele jaar. Wel ging die laatste gepaard met een verwachte kostenverhoging. Over het vierde kwartaal versloeg ASML de verwachtingen met betrekking tot de winst per aandeel, bruto marge en het aantal boekingen. De omzet was in lijn met de verwachting. Voor het eerste kwartaal waren de vooruitzichten een beetje gemengd vergeleken met de verwachtingen, terwijl die voor het hele jaar beter waren dan verwacht. Wat betreft de exportrestricties gaf het management aan dat er sinds oktober niet veel is veranderd.

Voedingsmiddelenfabrikant DSM verlengde deze week de termijn waarop aandeelhouders hun stukken kunnen aanmelden voor de fusie met het Zwitserse geur- en smaakstoffenfirma Firmenich. Niet zozeer vanwege een gebrek aan aanmeldingen, maar omdat het bedrijf voor het competitiebeding nog niet overal toestemming voor heeft ontvangen.

Aankomende week wordt een extreem drukke week, zowel qua bedrijfscijfers als macro-economisch nieuws. De grote technologiebedrijven in de VS rapporteren (Apple, Amazon, Alphabet en Meta), evenals vele andere bedrijven, waaronder McDonalds, Pfizer, Exxon, ABB, Siemens Healthcare, Spotify en AMD. In Nederland rapporteren onder andere Shell, ING, Philips en KPN hun cijfers. Na volgende week hebben we dan ook een beter beeld van de winstontwikkeling bij bedrijven. Voor een eerste indicatie over het huidige cijferseizoen, is te lezen in het artikel ‘’Wat zeggen de cijfers?”.

Macro-economisch wordt op woensdag 1 februari in de eurozone en de VS het definitieve producentenvertrouwen in de verwerkende industrie gerapporteerd en op vrijdag die van de dienstensector.

Op woensdag komt ook het voorlopige inflatiecijfer over januari van de eurozone naar buiten. De verwachting is dat de hoofd- en kerninflatie marginaal dalen op jaarbasis, naar respectievelijk 9,0% en 5,1% (van 9,2% en 5,2%). Die avond komt ook de Fed in de VS met zijn rentebesluit. De markt rekent op een verhoging met 0,25%-punt.

Donderdag komt vervolgens de ECB met zijn rentebesluit en hier is een 0,5%-punt verhoging de verwachting. De mate van verhoging zal voor zowel de Fed als ECB geen verrassing zijn. Het gaat er meer om wat er in de loop van het jaar eventueel nog in de pijplijn zit. Er zit vooral verschil in wat de ECB tot nu toe communiceert en wat de markt inprijst. De markt en de Fed lijken min of meer op dezelfde lijn te zitten.

Tot slot komt vrijdag dan ook nog het banenrapport in de VS over januari naar buiten. De markt gaat uit van een afnemende banengroei (+175.000 nieuwe banen) en een afnemende loongroei op jaarbasis (4,3% van 4,6%).