Beleggingsnieuws

22 oktober 2021

 

Niet al te bezorgd

De aandelenmarkten hebben de verliezen van september grotendeels goedgemaakt. De discussie over de inflatie, knelpunten in de toeleveringsketen en de eventuele start van de afbouw van steunaankopen door de Fed (tapering) heeft vooralsnog niet geleid tot verhoogde onzekerheid onder beleggers.

De VIX-index, de graadmeter voor marktvolatiliteit, bevindt zich op het laagste niveau in maanden. Beleggers lijken hun aandacht vooralsnog te richten op het resultatenseizoen voor het derde kwartaal. Het is nog veel te vroeg om conclusies te trekken uit de kwartaalresultaten van de bedrijven, maar de eerste indruk is behoorlijk positief. De meeste ondernemingen hebben de prognoses overtroffen, zowel in de VS als in Europa.

De coronabeperkingen worden over de hele wereld versoepeld en beleggers schatten het economische klimaat nog altijd positief in. Ondanks het spookbeeld van hogere bedrijfskosten, vertragende economische groei en minder ondersteunend beleid van centrale banken en overheden, zijn de aandelenmarkten veerkrachtig gebleken. De komende week zijn alle ogen gericht op de resultaten van de grote Amerikaanse technologieconcerns. Op dit moment stellen we ons neutraal op ten aanzien van de technologiesector.

Er was veel bedrijvennieuws de afgelopen week. Maandag daalde de koers van het aandeel Medtronic fors. Het bedrijf in medische apparatuur kwam met een teleurstellende update over een klinische studie. Nestlé zorgde voor een positieve noot: het Zwitserse voedingsmiddelenconcern publiceerde uitstekende resultaten. De afzetkanalen buitenshuis herstelden, terwijl de thuisconsumptie sterk bleef. Tot slot schoot de koers van het Amerikaanse sociale netwerk-bedrijf Pinterest op woensdag met ruim 10% omhoog. Er gaan geruchten dat PayPal overweegt een overnamebod uit te brengen.

Ogen op inflatie

De obligatierente werd deze week vooral gestuurd door de aanhoudende zorg over de inflatie. De inflatieverwachtingen bereikten in de VS het hoogste niveau sinds mei. In Europa stegen ze tot het hoogste niveau sinds 2013. 

De energieprijzen blijven een belangrijke bepalende factor voor de inflatie. Ook de hoge gas- en kolenprijzen dreven – door vervanging-effecten – de olieprijs omhoog. In de VS heeft deze ontwikkeling, in combinatie met het vooruitzicht van krapper monetair beleid en tragere economische groei, geleid tot een verdere vervlakking van de rentecurve. De reële rente op 10-jaars Duitse staatsobligaties en hun Amerikaanse tegenhangers (Treasuries) blijft naar historische maatstaven zeer laag. Ondertussen klom de nominale rente op 10-jaars Treasuries deze week tijdelijk boven de 1,67%, terwijl de Duitse obligatierente kort boven het niveau van -0,10% uitkwam. Hoewel beleggers zich steeds drukker lijken te maken over de inflatie, blijkt uit de notulen van de recente beleidsvergadering van de Amerikaanse Federal Reserve (Fed) dat de economen van de Fed er nog altijd vanuit gaan dat de hogere inflatie een tijdelijk verschijnsel is. 

We hebben nog steeds vertrouwen in obligaties uit de periferie van de eurozone. De risicopremies (spreads) daarvan kunnen het meest profiteren van de verdere financiële integratie van Europa, die verder is versterkt door de introductie van het Europese herstelfonds.

De spreads op investment-grade bedrijfsobligaties en high-yield-papier blijven prijzig en we verwachten niet dat deze nog veel verder dalen. Wel profiteren bedrijfsobligaties nog altijd van solide fundamentele omstandigheden, sterke winstmarges, en schuldenlasten die na de piek van de coronapandemie weer zijn gedaald. Vooral het high-yield segment profiteert van een per saldo positieve migratie van kredietbeoordelingen. Hiermee doelen we op het feit dat de kredietbeoordelingsbureaus de ratings meer naar boven dan naar beneden bijstellen. Ook is er sprake van een laag wanbetalingspercentage. Hoewel het verwachte einde van het noodprogramma in Europa voor de pandemie (Pandemic Emergency Purchase Programme) minder steun inhoudt voor investment-grade bedrijfsobligaties gaat het Corporate Sector Purchase Programme gewoon door. Dat programma is verantwoordelijk voor het leeuwendeel van de aankopen. De technische ondersteuning blijft dus intact. De opkomende markten profiteren van solide fundamentele factoren, waaronder relatief lage schuldenlasten. Ook is er sprake van overschotten op de lopende rekening onder invloed van stijgende grondstoffenprijzen. De in veel gevallen al doorgevoerde krappere monetaire beleidsmaatregelen houden de inflatiedruk in bedwang. Vooralsnog handhaven we onze overwogen positie in investment-grade bedrijfsobligaties en risicovollere obligatiesegmenten.

De komende week zijn de Amerikaanse bbp-cijfers interessant, in combinatie met de eerste aanvragen voor een werkloosheidsuitkering in de VS. Voor wat betreft het toenemende inflatiepercentage is het vizier gericht op de consumentenprijsindexcijfers die voor diverse Europese landen bekend worden gemaakt. Dit moet aanvullende informatie opleveren voor de inschatting van verdere monetaire acties van de centrale banken.

AEX bereikt nieuwe top

De opwaartse weg die vorige week werd ingezet kreeg deze week een vervolg. Dit resulteert vrijdag, tijdens het schrijven van deze nieuwsbrief, dan ook in een nieuw record. Aandelenbeleggers lijken de zorgen rondom inflatie en afnemende groei even naast zich neer te leggen. 

Nadat de eindsprint vorige week een slot boven de 800 punten opleverde, ging de AEX-index deze week met een min van start. Maar in de loop van de week werd de weg omhoog weer vervolgd. Met een stand rond de 814 punten bedraagt de weekwinst zo’n 1,7% voor de belangrijkste Nederlandse beursindex. Dit resultaat is beduidend beter dan dat van de bredere Stoxx Europe 600 index. Die staat op een niveau van 471 punten, ruim 0,3% hoger dan vorige week. De grootste stijgers deze week zijn TomTom (9,3%), Philips (7,2%) en BESI (6,9%). De lijst van dalers wordt aangevoerd door CM.COM (-6,7%), gevolg door Air France-KLM (-5,5%) en Intertrust (-4,2%).

Philips trapte de week af met de publicatie van de bedrijfscijfers. De omzet voor het derde kwartaal was in lijn met de verwachting. De verschillen bij de diverse bedrijfsonderdelen was echter groot. Daar waar de Diagnosis & Treatment divisie het juist beter deed, waren de resultaten van de Connected-Care-divisie (CC) wat minder. Dit heeft voor CC onder andere te maken met de lastige vergelijkingsbasis van vorig jaar. Toen kon deze divisie namelijk profiteren van de coronapandemie. De groeiverwachtingen voor het gehele jaar werden door Philips naar beneden bijgesteld. De beperkte beschikbaarheid van sommige onderdelen en het uitblijven van nieuwe orders voor slaapapneu-apparatuur (lopende terugroepactie) waren hier mede de oorzaak van.

Zwaargewicht ASML trad woensdag met de bedrijfsresultaten naar buiten. De omzet kwam met EUR 5,2 miljard iets onder onze verwachting van EUR 5,4 miljard uit. Maar de bruto winstmarge was iets beter dan waar de markt op rekende. De verwachtingen voor het vierde kwartaal vielen wat lager uit dan verwacht. Ook ASML komt niet onder de problemen van de toeleveringsketen uit. Klanten willen de producten soms eerder ontvangen zonder de gebruikelijke test in de fabriek. Hierdoor kan de omzet echter pas later gerealiseerd worden. Wij zien dan ook een kleine verschuiving van de omzet van 2021 naar 2022. Het groeipad ziet er vooralsnog erg sterk uit.

AkzoNobel zag de omzet in het derde kwartaal toenemen. Ondanks dat de volumes lager uitvielen droegen hogere prijzen bij aan deze groei. Hogere kosten zorgden wel voor druk op het resultaat. AkzoNobel verwacht de komende negen maanden nog te maken te hebben met hogere grondstoffenprijzen en beperkingen in de toeleveringsketen. Daarnaast viel op dat het verf- en coatingsbedrijf zich als eerste in de sector committeerde aan het doel om de CO2-uitstoot in 2030 met 50% te willen verminderen. Hierbij kijkt AkzoNobel naar de gehele keten, inclusief toeleveranciers, en niet alleen naar zichzelf. 

Randstad liet sterke autonome (zonder overnames) groeicijfers zien. De omzet nam met 20,7% toe en dat was meer dan waar de markt (16,3%) en wij (17,3%) op hadden gerekend. De aangepaste EBITA verbeterde ook en viel met EUR 298 miljoen hoger uit dan onze prognose van EUR 298 miljoen. Ook wanneer de omzet vergeleken wordt met de periode van voor corona zien we een toename (6% omzetgroei). Daarnaast ging de aandacht uit naar het vertrek van de CEO Jacques van den Broek. De huidige CEO zal per maart 2022 vertrekken wanneer zijn tweede termijn is volbracht. Sander van ’t Noordende, nu lid van de Raad van Commissarissen, is de beoogde opvolger. 

Unilever wist de omzet in het derde kwartaal goed op peil te houden vergeleken met het voorgaande kwartaal. Ten opzichte van vorig jaar nam de omzet met zo’n 4,0% toe. Het levensmiddelenconcern wist dit onder andere te bereiken door de prijzen van producten te verhogen. Deze verhogingen waren voor Unilever noodzakelijk om de oplopende kosten voor grondstoffen gedeeltelijk te compenseren. Op deze manier lijkt Unilever in staat om de marges voor dit jaar op niveau te houden. 

De vaart in het cijferseizoen blijft er flink in zitten. De komende week zullen in Nederland onder andere BESI, KPN, ASMI, Corbion, Heineken, Flow Traders, Fugro en Royal Dutch Shell met cijfers komen. In andere landen kunnen we resultaten verwachten van onder meer Facebook, Novartis, UBS Group, Alphabet, BASF, Boeing, Coca-Cola, Apple TotalEnergies, Starbucks en Amazon.