
Rente kruipt verder omhoog
Eind vorige week was het weer zover: de jaarlijkse conferentie van centrale bankiers en economen in het Amerikaanse Jackson Hole. Beleggers keken vooral uit naar de toespraak van de voorzitter van de Federal Reserve (Fed), Kevin Warsh. In zijn speech sloeg Warsh een verkrappingsgezinde toon aan.
Warsh gaf de prioriteit aan het terugdringen van de inflatie tot het doelstellingsniveau van 2% en stelde ook dat de Amerikaanse arbeidsmarkt er goed voor staat. De rentecurve van Amerikaanse staatsobligaties werd vervolgens vlakker, doordat de lange rente daalde. Dat kan worden geïnterpreteerd als een teken van groter vertrouwen in de Federal Reserve.
Maar begin deze week stegen wereldwijde obligatierentes daadwerkelijk en over de hele rentecurve. De markten houden er steeds meer rekening mee dat centrale banken hun beleidsrentes gaan verhogen. Deze week werd het Europese inflatierapport over augustus gepubliceerd. Daaruit bleek dat de totale eurozone-inflatie afgelopen maand verder is gestegen, tot 3,3%. Dit zal voor de Europese Centrale Bank (ECB) waarschijnlijk een bevestiging zijn dat een renteverhoging volgende week noodzakelijk is. En in de VS heeft Warsh met zijn toespraak in Jackson Hole de drempel verlaagd voor een renteverhoging tijdens de volgende Fed-vergadering op 16 september.
Lange rentes zijn terug op niveaus die decennia geleden voor het laatst werden aangetikt. Deze week steeg de rente op 30-jarige Duitse staatsobligaties (Bunds) tot niveaus die voor het laatst tijdens de eurocrisis werden bereikt. De rentes op 30-jarige Britse Gilts en Japanse staatsobligaties (JGB’s) liepen op tot niveaus van eind jaren negentig. De rente op 30-jarige Amerikaanse staatsobligaties blijft dicht bij het niveau van 5,3% dat medio augustus werd aangetikt; daarvóór werd dit niveau voor het laatst in de beginjaren van deze eeuw bereikt.
Sommige beleggers vinden dit geen probleem, omdat dergelijke rentestanden in het verleden ook voorkwamen. Maar destijds hadden overheden veel lagere schuldenlasten. Nu de overheidsschulden fors zijn opgelopen, drukken deze renteniveaus veel zwaarder op de overheidsbegrotingen. Bovendien moeten beleggers een veel groter obligatie-aanbod absorberen.
Begrotingsdiscipline en bezuinigingen vormen de meest voor de hand liggende oplossing. Maar politici zullen die weg waarschijnlijk niet vrijwillig inslaan. Overheden kunnen proberen in te grijpen. Maar zonder steun van centrale banken, bijvoorbeeld via het opkopen van obligaties (kwantitatieve verruiming), is de kans klein dat overheidsinterventies succesvol zullen zijn. Centrale banken zullen bovendien waarschijnlijk pas ingrijpen wanneer de financiële stabiliteit in gevaar komt, oftewel nadat de rente sterk is opgelopen.
Ondertussen is het juist één van Warsh’ ambities om de balans van de Fed te verkleinen (kwantitatieve verruiming zou ervoor zorgen dat de balans weer uitdijt). Warsh’ voornemen is geen goed nieuws voor Scott Bessent, de Amerikaanse minister van Financiën. Want zonder steun van de Fed zullen zijn interventies om de lange rente te verlagen waarschijnlijk niet succesvol zijn.
Gelukkig is de kans groter dat centrale banken via hun rentebeleid ondersteuning bieden. De markt prijst momenteel een reeks renteverhogingen in die tot volgend jaar doorloopt. Als de inflatie begint af te nemen, zal dat niet gebeuren. Centrale banken zouden hun beleidsrentes zelfs kunnen verlagen, waardoor de obligatierentes aanzienlijk zouden dalen.
Wij vinden dit een waarschijnlijk scenario. Maar daarvoor is het wel noodzakelijk dat de energieprijzen omlaag gaan. De ontwikkelingen rond het conflict met Iran blijven daarbij van groot belang om te volgen. Daarnaast zullen we nauwlettend kijken naar de Amerikaanse inflatiecijfers die volgende week worden gepubliceerd.