
Opvolging Fed-voorzitter nadert
Zoals algemeen verwacht, hebben de beleidsmakers van de Amerikaanse Federal Reserve (de Fed) de beleidsrente tijdens hun vergadering in april ongewijzigd gelaten. Het besluit zelf was geen verrassing. Wat meer opviel, was de interne verdeeldheid die hieruit bleek.
Vier beleidsmakers waren het oneens, het hoogste aantal sinds 1992, waarbij drie bezwaar maakten tegen de versoepelende toon in de verklaring en één de voorkeur gaf aan een onmiddellijke renteverlaging. Met name de afwijkende voorkeur voor verkrapping onderstreept hoe moeilijk het voor de Fed zal zijn om de komende maanden een samenhangende vooruitblik te communiceren.
De rentes op staatsobligaties reageerden hierop. De markten prijzen nu het vooruitzicht op renteverlagingen op korte termijn uit. Olieprijzen staan rond de USD 100 dollar en de inflatie op basis van de persoonlijke consumptieve bestedingen (Personal Consumption Expenditures) ligt nog steeds rond de 3,5% per jaar. Dat de Fed daardoor terughoudend is om te hinten op verdere versoepeling is volkomen begrijpelijk, ook al is dit politiek gezien ongemakkelijk.
Een extra punt van onzekerheid is de aanstaande voorzitterswissel bij de Federal Reserve. De ambtstermijn van Jerome Powell als voorzitter loopt op 15 mei af. Het vooruitzicht dat Trumps kandidaat Kevin Warsh de teugels overneemt, heeft speculatie aangewakkerd over een meer marktgerichte benadering van het monetaire beleid. Over het algemeen leiden wisselingen bij de Fed tot grotere beweging in de rente en de spreads, omdat de markten het toekomstige beleid al gaan herprijzen voordat de nieuwe voorzitter de kans heeft gehad om het vertrouwen van de markt te winnen.
De rente op 30-jarige Amerikaanse staatsobligaties bereikte deze week kortstondig 5,03%. Dat niveau wijst op een structurele herwaardering van het fiscale risico op lange termijn, en niet alleen op verwachtingen over de rente op korte termijn. Een groot aanbod, een politiek klimaat dat begrotingsconsolidatie bemoeilijkt en aanhoudende inflatie boven de doelstelling zijn allemaal factoren die hieraan bijdragen. In Europa blijven de rentes op tienjaars Duitse staatsobligaties rond de 3,0 tot 3,1% hangen, en zijn tienjaars Britse staatsobligaties tot boven de 5,0% gestegen. Deze brede stijging van de rentes op staatsobligaties in de belangrijkste markten duidt erop dat de looptijdpremies zich herstellen na jaren onder druk te hebben gestaan.
Onze positionering weerspiegelt deze omgeving. We blijven de voorkeur geven aan het middellange deel van de rentecurve, waar de carry aantrekkelijk blijft en het looptijdrisico beter beheersbaar is. Binnen de creditmarkt behouden we een voorkeur voor hoogwaardige investment-grade-obligaties en hanteren we een voorzichtige benadering ten aanzien van high yield.