Belasting betalen in box 3: hoe zit dat?

Rolf Post
Expert Kenniscentrum ABN AMRO
18-02-2021

Veel mensen hebben spaargeld of beleggingen. Of een tweede woning, zoals een vakantiewoning. Als de waarde van deze bezittingen boven een bepaald bedrag uitkomt, moet hierover belasting worden betaald. Maar hoe werkt dat eigenlijk? En wat zijn heffingsvrij vermogen, peildatum en fictief rendement?

 

Geen vermogensbelasting maar inkomstenbelasting

Een veelgehoord misverstand is dat we in Nederland vermogensbelasting kennen, terwijl dit al ongeveer 20 jaar niet meer zo is. In 2001 is het boxenstelsel in de inkomstenbelasting ingevoerd. Sindsdien wordt niet het vermogen zelf belast, maar de inkomsten uit het vermogen. Voorbeelden van inkomsten uit vermogen zijn spaarrente, dividend op aandelenbeleggingen of inkomsten uit verhuur van een woning. In box 3 worden niet uw werkelijke inkomsten uit vermogen belast. U betaalt belasting over fictieve inkomsten. Daarover later meer. Een veelgebruikte term voor inkomstenbelasting in box 3 is vermogensrendementsheffing.

De peildatum is leidend

Voor box 3 is de stand van uw vermogen op 1 januari van een jaar bepalend. Deze datum is de zogeheten peildatum in box 3. Maar hoe zit dat dan voor 2020 en 2021? 

In het voorjaar van 2021 doen de meeste mensen hun belastingaangifte over het jaar 2020. De stand van uw box 3-vermogen op 1 januari 2020 is in de belastingaangifte over 2020 bepalend. Omdat 1 januari 2020 al lang is gepasseerd, kunt u niets meer veranderen aan uw vermogen op dat moment. Het bedrag waarover uw box 3-belasting wordt berekend, is een voldongen feit. Ook de regels die gelden voor de berekening van de box 3-belasting over 2020 staan vast. 

Dat zijn dus niet de regels over 2021 die u hieronder leest. Want u doet weliswaar de aangifte in het (voor)jaar 2021, maar de regels over 2020 zijn van toepassing. In 2020 zijn veel bedragen en percentages anders dan in 2021. Het heffingvrij vermogen voor 2020 is bijvoorbeeld een stuk lager dan in 2021. Ook de schijfgrenzen en de fictieve rendementen zijn anders.

Uw grondslag sparen en beleggen

Om uw box 3-belasting te berekenen, moet u eerst het totale box 3-vermogen weten waarover u belasting betaalt. Dit is de waarde van uw bezittingen verminderd met uw schulden op 1 januari van het jaar waarvoor u aangifte doet. En daarvan trekt u het heffingvrij vermogen af. Dit is het deel van uw vermogen waarover u geen belasting hoeft te betalen, ofwel de vrijstelling. Dit bedrag is voor iedere belastingplichtige gelijk. Het totaalbedrag dat u nu heeft berekend na aftrek van het heffingvrij vermogen, heet in uw jaarlijkse belastingaangifte 'de grondslag sparen en beleggen'.

Welke bezittingen en schulden tellen mee in box 3?

Het voert te ver om exact uit te leggen wanneer iets meetelt voor box 3. Zo zijn er vrijgestelde bezittingen zoals bepaalde groene beleggingen. De precieze regels over wat bezittingen en schulden zijn, leest u op de website van de Belastingdienst. 

De meest voorkomende box 3-bezittingen zijn spaargeld, beleggingen zoals aandelen, obligaties en beleggingsfondsen en onroerend goed zoals een vakantiewoning. Ook contant geld of cryptovaluta tellen mee, net als geld dat u heeft uitgeleend, behalve als dit bijvoorbeeld aan uw eigen BV is. 

Het belangrijkste bezit dat niet in box 3 valt, is uw eigen woning. Deze zit namelijk in box 1. Ook bijvoorbeeld aandelen in uw eigen BV tellen niet mee in box 3, maar in box 2. 

Veel voorkomende schulden in box 3 zijn consumptieve leningen voor bijvoorbeeld een auto of vakantie of een roodstand op een betaalrekening. Ook de meeste studieschulden tellen mee. Van het totale bedrag aan box 3-schulden moet u een bedrag aftrekken , de zogeheten schuldendrempel. Het bedrag dat overblijft, trekt u af van uw box 3-bezittingen. Een belangrijke schuld voor veel huishoudens is de hypotheekschuld voor de eigen woning. Net als de eigen woning zelf, telt de hypotheekschuld meestal niet mee in box 3 maar in box 1. Lees hiervoor de regels over een eigenwoningschuld  op de site van de Belastingdienst.

Belasting over een fictief rendement

Eerder las u al dat in box 3 niet de werkelijke, maar fictieve inkomsten worden belast. Een belangrijke reden hiervoor is dat de uitvoering eenvoudiger is. Als de belasting zou worden berekend over het werkelijke rendement, zouden belastingbetalers namelijk ieder jaar hun feitelijke inkomsten uit vermogen moeten opgeven. En de Belastingdienst moet dit ook kunnen controleren. Daarnaast zijn de belastinginkomsten voor de staatskas beter te voorspellen bij een fictief rendement dan bij een belasting over het werkelijke rendement. 

De laatste jaren is er veel discussie over belasting heffen over een fictief rendement. De regering wil in de toekomst het werkelijke rendement gaan belasten. Maar dit komt naar verwachting op het bordje van het nieuwe kabinet na de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021.

Verschillende schijven in box 3

Tot 2017 ging de fiscus er vanuit dat u 4% rendement maakte op iedere euro in de grondslag sparen en beleggen, ongeacht de hoogte van uw totale vermogen. De laatste jaren is het uitgangspunt dat u meer rendement op uw vermogen behaalt naarmate uw vermogen hoger is. Er zijn daarom schijven in box 3 met elk hun eigen fictieve rendement. In het artikel 'Nieuwe cijfers voor de belastingheffing in box 3 over 2021' leggen we uit hoe het fictieve rendementspercentage tot stand komt. De bedragen waar de schijven beginnen en eindigen, zijn de schijfgrenzen. Voor 2021 is het heffingvrij vermogen per persoon € 50.000, voor partners € 100.000. De grondslag sparen en beleggen die overblijft na aftrek van het heffingvrij vermogen, valt in de belaste schijven.

Schijfgrenzen zonder
fiscaal partner
Schijfgrenzen met
fiscaal partner
Fictief rendement
€ 0 tot € 50.000 € 0 tot € 100.000 heffingvrij vermogen 0%
€ 50.000 tot € 100.000 € 100.000 tot € 200.000 eerste belaste schijf 1,90%
€ 100.000 tot € 1.000.000 € 200.000 tot € 2000.000 tweede belaste schijf 4,50%
meer dan € 1.000.000 meer dan € 2.000.000 derde belaste schijf 5,69%

Fiscaal partners

Hierboven ziet u bedragen zonder en met fiscaal partner. Heeft u een fiscaal partner voor de inkomstenbelasting? Dan mag u de grondslag sparen en beleggen in uw belastingaangifte naar wens verdelen tussen beide partners. In de praktijk komt dit erop neer dat voor fiscaal partners de dubbele bedragen gelden. Het heffingvrij vermogen is dus niet € 50.000 maar € 100.000. En ook voor de belaste schijven verdubbelen de schijfgrenzen. U bent fiscaal partner als u getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap heeft. En in sommige situaties ook als u samenwoont met iemand op hetzelfde adres. Bekijk de uitleg van de regels op de site van de Belastingdienst .

Hoeveel inkomstenbelasting betaal ik uiteindelijk?

Het tarief in box 3 was sinds 2001 altijd 30%. Maar in 2021 wordt dit verhoogd naar 31%. U betaalt 31% belasting over het fictieve rendement. Twee rekenvoorbeelden:

Uitgangspunten voorbeeld 1
U bent getrouwd. U verdeelt uw grondslag sparen en beleggen ieder voor de helft in uw aangifte. En op 1 januari 2021 zijn uw gezamenlijke bezittingen verminderd met schulden in box 3 € 350.000.

Uw heffingvrij vermogen is € 100.000. Een fictief rendement dus van 0% ofwel € 0 inkomsten uit de eerste € 100.000. Er is nu nog € 250.000 over die in de belaste schijven valt. Anders gezegd: uw grondslag sparen en beleggen is € 250.000. Dit bedrag valt deels in de eerste belaste schijf en deels in de tweede. De eerste belaste schijf voor partners loopt van € 100.000 tot € 200.000 en daarin wordt dus in totaal € 100.000 van de grondslag sparen en beleggen belast. Dit levert een fictief rendement op van 1,90%, dus € 1.900. Er is dan nog € 150.000 over die in de tweede belaste schijf valt. Daarin wordt gerekend met een fictief rendement van 4,50%. Dus nog eens € 6.750. Het totale fictieve rendement in box 3, ofwel de fictieve inkomsten uit uw vermogen, komt daarmee voor 2021 op € 8.650. Hierover betaalt u 31% inkomstenbelasting. Uw totale box 3-belasting is dan € 2.681. 

Uitgangspunten voorbeeld 2
U heeft geen fiscaal partner. Op 1 januari 2021 zijn uw bezittingen verminderd met schulden in box 3 € 200.000.

Uw heffingvrij vermogen is € 50.000. Een fictief rendement dus van 0% ofwel € 0 inkomsten uit de eerste € 50.000. Er is nu nog € 150.000 over die in de belaste schijven valt. Anders gezegd: uw grondslag sparen en beleggen is € 150.000. Dit bedrag valt deels in de eerste belaste schijf en deels in de tweede. De eerste belaste schijf loopt van € 50.000 tot € 100.000 en daarin wordt dus in totaal € 50.000 van de grondslag sparen en beleggen belast. Dit levert een fictief rendement op van 1,90%, dus € 950. Er is dan nog € 100.000 over die in de tweede belaste schijf valt waar wordt gerekend met een fictief rendement van 4,50%. Dus nog eens € 4.500. Het totale fictieve rendement in box 3, ofwel de fictieve inkomsten uit uw vermogen, komt daarmee voor 2021 op € 5.450. Hierover betaalt u 31% inkomstenbelasting. Uw totale box 3-belasting is dan € 1.689. 

Hoe hoog is uw vermogen op 1 januari 2022?

Uw box 3-belasting over 2020 en 2021 kunt u niet meer veranderen. Hoeveel belasting u moet betalen staat vast, omdat de peildata 1 januari 2020 en 1 januari 2021 al gepasseerd zijn. Maar zolang het nog geen 1 januari 2022 is, kunt u de hoogte van uw box 3-vermogen voor 2022 wel beïnvloeden als dat passend is in uw situatie. Bijvoorbeeld door in de loop van 2021 een grote uitgave te doen of (een deel van) uw hypotheek af te lossen. Of door geld te schenken aan familie, vrienden of een goed doel. Elke situatie is anders en andere omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat een bepaalde keuze wel of niet voor u geschikt is. 

De vermelde suggesties in dit blog zijn geen belastingadvies. Laat u altijd goed adviseren door uw eigen fiscaal adviseur voordat u uw keuze maakt. 

Preferred Banking

Bijeenkomsten over beleggen en vermogen

Wilt u meer informatie over beleggen en vermogen? Meld u dan nu aan voor een van onze digitale bijeenkomsten of maak een afspraak met een adviseur.

Andere suggesties voor u

Belastingheffing in box 3 over 2021

De regering maakt jaarlijks in september de nieuwe cijfers (bedragen en percentages) voor de belastingheffing over uw vermogen in box 3 voor het komende jaar bekend. Bekijk de cijfers voor de belastingheffing in box 3 in 2021.

Hypotheek blijkt lastig in de belastingaangifte

Veel belastingbetalers vinden de aangifte inkomstenbelasting eenvoudig. Toch gaat het niet altijd goed. Vooral in situaties met een nieuwe hypotheek.

Schenken op papier en box 3

De schenking op papier heeft voor de inkomstenbelasting gevolgen in box 3. Daar is de afgelopen periode veel over te doen geweest. Er zou namelijk een nieuw stelsel komen voor box 3. Voorlopig gaat dat echter niet gebeuren. Wat is nu de stand van zaken?