Levensloopregeling


Sparen voor toekomstig verlof

Toe aan een sabbatical, of droomt u van een wereldreis? Met de levensloopregeling spaart u voor een periode van onbetaald verlof. Het is aan u om, in overleg met uw werkgever, te bepalen wanneer u het verlof opneemt en waar u het aan besteedt. Als u het verlof hebt opgenomen, kunt u opnieuw inleggen. Maar tussentijds verlof opnemen hoeft niet: u kunt ook blijven inleggen om bijvoorbeeld eerder te stoppen met werken. Stort u de maximumbedragen (12% van het bruto jaarloon) dan zou u na twee jaar inleggen al bijna een kwartaal verlof kunnen opnemen. Met behoud van uw inkomen! Sinds 1 januari 2006 kunt u heel makkelijk deelnemen aan de levensloopregeling door bij uw bank een levenslooprekening te openen. U bepaalt zelf welk percentage van uw brutoloon uw werkgever op uw levenslooprekening moet storten.

Spelregels

  • Per jaar geldt er een maximum van 12% van het bruto jaarloon om te storten op de rekening. Het totale saldo (stortingen inclusief bijgeboekte rente) mag niet meer bedragen dan 210% van uw bruto jaarloon van het voorafgaande kalenderjaar. 
  • Was u op 31 december 2005 51 jaar of ouder, maar nog geen 56 jaar, dan valt u onder de overgangsregeling. Voor u vervalt de voorwaarde dat binnen de levensloopregeling per jaar niet meer dan 12% van het brutoloon van dat jaar mag worden gespaard. U mag dus meer sparen. Wel moet u binnen de grens blijven van 210% van uw bruto jaarloon van het voorafgaande kalenderjaar. 
  • U kunt het saldo van de levenslooprekening alleen gebruiken voor het financieren van onbetaald verlof of als aanvulling op uw pensioen.
  • Uw werkgever is wettelijk verplicht u in de gelegenheid te stellen mee te doen aan de levensloopregeling. Om verlof op te nemen hebt u wel toestemming van uw werkgever nodig (met uitzondering van ouderschapsverlof en zorgverlof). De uitbetaling vindt plaats via uw werkgever. 
  • Op het moment dat u verlof opneemt, mogen de maandelijkse uitkeringen uit uw levenslooptegoed niet hoger zijn dan uw laatstverdiende loon. U kunt dus niet kiezen voor een korter verlof tegen een hoger salaris. Wel voor een langer verlof tegen een lager salaris (bijvoorbeeld 70%). 


Correctie

Hebt u te veel gestort op de levensloopregeling? Vul het Correctieformulier saldo Levensloopplan in om het teveel gestorte bedrag te laten terugboeken.

Levensloopregeling en de belastingdienst

Ieder jaar hebt u de keuze tussen deelname aan de spaarloonregeling of de levensloopregeling. U kunt niet in een jaar tegelijkertijd profiteren van beide regelingen. Wat voor u het beste is, hangt af van uw situatie. Zo kunt u met de levensloopregeling meer geld opzij zetten en kan het fiscale voordeel hierdoor groter zijn, terwijl de bedragen bij de spaarloonregeling al na vier jaar vrijvallen, vrij te besteden zijn en vrij zijn van loonheffing. Hieronder vindt u de belangrijkste fiscale regels van de Levensloopregeling op een rijtje.

Loonbelasting
Over de ingelegde bedragen wordt geen loonbelasting geheven, wel premies werknemersverzekeringen. U betaalt pas loonbelasting als u het opgebouwde levenslooptegoed opneemt, maar u ontvangt dan wel een belastingkorting, de zogenaamde levensloopverlofkorting. Voor elk jaar dat u hebt ingelegd bedraagt de korting € 199,- (2010, dit bedrag wordt ieder jaar geïndexeerd).

Vermogensbelasting
Het gespaarde bedrag telt niet mee als vermogen in box 3. Dat wil zeggen dat u geen vermogensrendementheffing (1,2%) betaalt over uw levensloopsaldo.