Geld spreiden om negatieve rente te voorkomen

De rente op de geld- en kapitaalmarkt is extreem laag en is letterlijk beneden het nulpunt gedaald. Vermogende spaarders moeten boven een bepaalde grens zelfs een vergoeding betalen om spaargeld bij de bank onder te brengen. Wat kunt u doen om negatieve rente zoveel mogelijk te voorkomen?

 

Wie negatieve spaarrente wil voorkomen, kan het spaargeld een andere bestemming geven. Bijvoorbeeld: aflossen van de woninghypotheek, een andere beleggingscategorie kiezen of een kind helpen met een schenking of een lening. Of spaargeld gebruiken binnen het eigen bedrijf of de BV. Wie alleen wil blijven sparen, kan ervoor kiezen om spaargeld te spreiden over verschillende bankrekeningen. Hieronder leest u een aantal aandachtspunten en mogelijke risico’s.

Schriftelijk vastleggen

Spaarsaldi overboeken naar andere bankrekeningen zou effect kunnen hebben op het bedrag aan negatieve rente dat u verschuldigd bent. Door spreiding over rekeningen van verschillende personen blijft u wellicht beneden de negatieve rentegrens. Bedenk wel wat de gevolgen kunnen zijn, als dingen anders lopen dan u had verwacht. Wat als u ruzie krijgt met uw kind waarnaar u geld heeft overgemaakt? Of als uw relatie met uw partner wordt verbroken en uw spaargeld op zijn/haar rekening staat of op uw gezamenlijke rekening? Ook kan het overboeken van gelden fiscale gevolgen hebben. Maak dus duidelijke afspraken die u schriftelijk vastlegt en laat u goed informeren door een fiscaal adviseur over de voorwaarden waaronder u deze afspraken maakt.

Onvoorziene situaties

Als de afspraken niet goed worden vastgelegd, kunnen ook in andere situaties problemen ontstaan. Wat gebeurt er als degene naar wie u uw spaargeld heeft overgemaakt, failliet gaat? Dan zullen schuldeisers zich op het resterende vermogen willen verhalen. U moet dan kunnen aantonen dat een deel van het vermogen van u is. Dat wordt sowieso lastig als er niets schriftelijk is vastgelegd. Los daarvan is het de vraag wat uw positie is ten opzichte van andere schuldeisers.

En wat gebeurt er bijvoorbeeld als degene die uw spaargeld ‘beheert’ komt te overlijden? Dan moet u de erfgenamen ervan overtuigen dat een deel van het vermogen dat op naam van de overledene stond, van u is. Dat kan tot problemen leiden als de erfgenamen bijvoorbeeld kinderen zijn uit een vorige relatie van de overledene.

Aangifte inkomstenbelasting

Voor de aangifte inkomstenbelasting kunnen er ook aandachtspunten zijn. Banken zijn namelijk verplicht om jaarlijks aan de Belastingdienst rekeningsaldi door te geven. Zo kan de Belastingdienst onder meer vooraf gegevens invullen in de aangifte inkomstenbelasting van belastingplichtigen. Die vooraf ingevulde gegevens over spaargelden worden op naam van de betreffende rekeninghouder doorgegeven, en komen dus op deze wijze ook in de aangifte terecht van de verschillende rekeninghouders. Houd hier rekening mee als u uw aangifte gaat invullen.

Spaargeld in bedrijf of BV storten

Ondernemers en eigenaren van een BV kunnen gelden in hun bedrijf of BV onderbrengen. Er gelden aparte fiscale regels voor gelden die tot een onderneming horen. Laat u hierover vooraf goed informeren door een belastingadviseur om ongewenste gevolgen te voorkomen.

Geld storten in een BV waarvan u de aandelen houdt, kan op twee manieren: 

  1. Het betreft een storting op aandelenkapitaal; het vermogen vormt dan onderdeel van  box 2. 
  2. Het betreft een vordering op uw BV en deze vordering zit in beginsel in box 1. Dat wil zeggen dat de rente die de BV aan u betaalt belast wordt in box 1. De BV betaalt vennootschapsbelasting over het werkelijke resultaat. Als aandeelhouder met een aanmerkelijk belang (kortweg: 5% of meer) betaalt u later nog belasting in box 2 over het resultaat na vennootschapsbelasting.

Kortom: het onderbrengen van spaargeld in uw eenmanszaak of BV heeft verstrekkende fiscale gevolgen. Laat u altijd goed adviseren door uw accountant of fiscalist.