Is een flexibel pensioen iets voor u?

Eerder of later stoppen met werken

Wilt u eerder of later stoppen met werken? Of doorwerken, maar dan wel in deeltijd? Met ons pensioen is meer mogelijk dan u denkt. 'De meeste pensioenregelingen zijn behoorlijk flexibel. Veel mensen weten dat niet', zegt Masha Bril. De pensioenexpert bij ABN AMRO MeesPierson legt uit dat de meeste pensioenregelingen veel keuzevrijheid bieden. En dat u daar uw voordeel mee kunt doen.

Wat valt er te kiezen?

Dat hangt van uw pensioenregeling af. Elke regeling heeft zijn eigen mogelijkheden, maar de meeste regelingen zijn behoorlijk flexibel. Er is vaak meer mogelijk dan veel mensen denken. Ik noem ze eerst even kort:

  • deeltijdpensioen;
  • hoog/laag-pensioen en laag/hoog-pensioen;
  • vervroegd of later met pensioen.

Deeltijdpensioen

Bij deeltijdpensioen gaat u voor bijvoorbeeld 1 of 2 dagen per week met pensioen terwijl u de andere dagen nog doorwerkt.

Wanneer is deeltijdpensioen interessant?

Deeltijdpensioen kan interessant zijn als u bijvoorbeeld niet meteen helemaal wilt stoppen met werken. Ik denk dat veel mensen op een gegeven moment nog wel willen blijven werken, omdat ze het leuk vinden of omdat het in financieel opzicht nodig is, maar niet 5 dagen per week. Dat sluit ook goed aan bij de maatschappelijke trend om langer aan het werk te blijven. Als u minder gaat werken, gaat uw salaris natuurlijk omlaag. Door met deeltijdpensioen te gaan, kunt u dit inkomensgat wellicht grotendeels dichten.

Een voorbeeld: Iemand wil vanaf zijn 63e tot zijn 67e in plaats van 5 dagen 3 dagen per week werken. Vanaf zijn 67e wil hij volledig stoppen met werken. Hij heeft nu een inkomen van € 60.000,- bruto per jaar. Als hij door was blijven werken had hij vanaf zijn 67e een pensioen ontvangen van € 33.500,- per jaar.

  5 dagen werken 3 dagen werken, 2 dagen deeltijdpensioen
Bruto € 60.000,- € 46.500,- (€ 36.000,- loon en € 10.500,- deeltijd
Netto € 39.000,- € 32.000,-

Vanaf zijn 67e ontvangt deze persoon € 29.500,- pensioen.

Hoog/laag-pensioen

Een hoog/laag-pensioen betekent dat u in de eerste 5 of 10 jaar meer pensioen krijgt en daarna minder pensioen ontvangt. De wetgever heeft hier wel spelregels aan verbonden: de 'hoge' uitkering mag maximaal een derde hoger zijn dan de 'lage' uitkering. Bij een laag/hoog-pensioen is het precies omgekeerd: u krijgt de eerste jaren een lagere uitkering en vervolgens levenslang een hogere uitkering.

Wanneer is een hoog/laag of een laag/hoog uitkering interessant?

Een hoog/laag-pensioen kan interessant zijn als u nu meer inkomen nodig heeft dan later. Bijvoorbeeld omdat een paar jaar nadat u met pensioen bent gegaan uw hypotheek is afgelost. Of omdat u in uw eerste pensioenjaren denkt meer geld nodig te hebben om te reizen of andere activiteiten te ondernemen. Ook als u denkt minder lang te leven dan gemiddeld kan een hoog/laag-pensioen aantrekkelijk zijn. Een laag/hoog-pensioen kan juist interessant zijn als u bijvoorbeeld nog in deeltijd wilt werken en/of als u denkt langer dan gemiddeld te leven. Of als u in de eerste jaren kunt leven van uw spaargeld of beleggingen. Dat kan ook fiscaal interessant zijn. Daarover leest u hieronder meer.

Tijdelijk leven van spaargeld of beleggingen

Over pensioen dat u ontvangt na uw AOW-leeftijd, betaalt u mogelijk minder belasting – of eigenlijk lagere sociale premies. Vanaf uw AOW-gerechtigde leeftijd gelden namelijk lagere belastingtarieven over de eerste € 33.791,- (2017) inkomen. Door vóór uw AOW-leeftijd nog geen pensioen uit te laten keren, wordt vaak een deel van uw pensioenuitkeringen of soms uw totale pensioen lager belast. Tot voor kort kon u pensioen niet uitstellen tot na uw pensioenleeftijd, tenzij u bleef werken. In de loop van 2017 mag u uw pensioen waarschijnlijk zonder meer uitstellen. De uiterste ingangsdatum is 5 jaar na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Een extra belastingvoordeel kunt u behalen doordat u minder vermogensrendementsheffing betaalt. Als u namelijk (deels) leeft van uw vermogen, teert u in op uw spaargeld en beleggingen. Als u overweegt uw vermogen in te zetten, moet u rekening houden met het gemiste rendement op uw vermogen.

Een alternatief is om een lijfrente in te zetten, als u die heeft. Lijfrentes van vóór 2006 zijn flexibel. U kunt die inzetten om eerder te stoppen met werken. Latere lijfrentes zijn minder flexibel, maar kunnen in combinatie met het eerder laten ingaan van uw pensioen prima worden gebruikt. Uw verzekeraar of tussenpersoon kan u vertellen of u een flexibele lijfrente heeft. Ook hierbij moet u zich afvragen of het verstandig is om de lijfrente in te zetten, omdat lijfrente-uitkeringen, net als pensioen, vóór uw AOW-leeftijd veelal zwaarder worden belast dan erna.

Vervroegd of later met pensioen

U kunt ook besluiten om eerder met pensioen te gaan. Bij de meeste pensioenregelingen is dat geen probleem; wel is er altijd een ondergrens, bijvoorbeeld 60 jaar. Als u eerder met pensioen gaat, krijgt u uiteraard een lagere uitkering. In de praktijk valt uw pensioen gemiddeld 5% tot 7% lager uit voor elk jaar dat u eerder met pensioen gaat. Als u later met pensioen gaat, krijgt u meer pensioen. Let op: u kunt nu ook uw pensioen uitstellen zonder dat u langer hoeft door te werken. Dit komt door de afschaffing van het doorwerkvereiste. Dit biedt extra financiële planningsmogelijkheden.

Wanneer is dit interessant?

Of uw pensioen vroeger of later uit laten keren voor u aantrekkelijk is, hangt van veel factoren af. Heeft u het inkomen nu nodig? Heeft u later minder inkomen nodig? Wat is het rendement dat u maakt op uw vermogen? Wanneer betaalt u per saldo het minste belasting over uw pensioen? Voor wat betreft dit laatste punt: vanaf het moment dat u voor het eerst AOW krijgt, gelden lagere belastingtarieven – of eigenlijk: lagere sociale premies – in de eerste 2 belastingschijven (belastbaar inkomen tot € 33.791,- (2017)). Pensioen dat u vóór dat moment laat uitkeren, wordt belast met de 'gewone' belastingtarieven. Pensioen dat erná wordt uitgekeerd, kan lager worden belast. Als u alle pensioenuitkeringen na uw AOW-leeftijd laat vallen, betaalt u er vaak minder belasting over.

Partnerpensioen

Bereken niet alleen door wat de gevolgen van minder werken zijn voor uw pensioen, maar ook wat de gevolgen daarvan zijn als u komt te overlijden. Het nabestaandenpensioen is vaak afhankelijk van uw eigen pensioen én van het aantal uren dat u wekelijks werkt. Dat betekent dat het nabestaandenpensioen in veel gevallen veel harder daalt als u minder gaat werken dan uw eigen pensioen (dat voor een groot deel al in het verleden is opgebouwd)!

Conclusie

De meeste pensioenregelingen zijn behoorlijk flexibel. Vraag bij uw pensioenuitvoerder of uw personeelsafdeling wat de mogelijkheden zijn. Meestal kunt u tenminste 1 keer gratis laten uitrekenen wat bijvoorbeeld een deeltijdpensioen of een hoog/laag-pensioen u oplevert. Een financieel planner is de aangewezen persoon om voor u te berekenen wat de financiële gevolgen zijn van de verschillende mogelijkheden.

Masha Bril is pensioenexpert bij ABN AMRO MeesPierson.

Tip