
Hogere rentes sturen de markten
De recente renteverhogingen door de Federal Reserve (Fed), de Europese Centrale Bank (ECB) en de Bank of Japan wijzen op een verschuiving in de wijze waarop beleidsmakers groei, inflatie en bredere macro-economische risico’s beoordelen.
Beleidsmakers lijken minder geduldig te worden met de aanhoudende inflatie, meer vertrouwen te hebben in de veerkracht van de economische groei en steeds meer te erkennen dat het monetaire beleid mogelijk minder restrictief is dan eerder werd gedacht.
Dit vergroot de mogelijkheid van een bredere en meer gecoördineerde wereldwijde beleidsaanpassing. De financiële markten spelen hier steeds nadrukkelijker op in. Beleggers schroeven hun verwachtingen voor renteverlagingen in 2027 terug. Daardoor zijn de rentes op kortlopende obligaties, vooral die met looptijden van twee tot drie jaar, gestegen. De rentes op langerlopende obligaties zijn relatief stabiel gebleven.
Een factor die de lange rente beïnvloedt, is de olieprijs. Wanneer de olieprijs boven USD 100 per vat uitkomt, verlangen beleggers doorgaans een hogere vergoeding voor het aanhouden van langlopende obligaties. Echter, wanneer de olieprijs daarna weer onder USD 100 daalt, neemt de lange rente niet in dezelfde mate af. Dit wijst erop dat beleggers zich zorgen maken over meer dan alleen energieprijzen.
Verkiezingen zetten zowel huidige als toekomstige regeringen onder druk om hun uitgaven te verhogen, wat leidt tot grotere begrotingstekorten. Deze tekorten moeten worden gefinancierd door extra schuld uit te geven en deze oplopende schulden kunnen leiden tot hogere financieringskosten. Om die kosten te beperken, geven overheden steeds vaker kortlopende schuld uit. Hoewel dit de financieringskosten op korte termijn kan verlagen, maakt het overheden ook kwetsbaarder voor toekomstige besluiten van centrale banken, omdat kortlopende schuld vaker moet worden geherfinancierd.
Voor beleggers worden de hogere rentes steeds aantrekkelijker, omdat die een betere vergoeding voor risico vormen dan jarenlang het geval is geweest. De vraag is hoever centrale banken bereid zijn te gaan in hun strijd tegen inflatie.
De economen van ABN AMRO verwachten slechts beperkte verdere actie van centrale banken en voorzien daarom dat de rentes op staatsobligaties grofweg rond het huidige niveau zullen blijven. Financiële markten kunnen echter nog extra renteverhogingen gaan inprijzen, waardoor de rentes over de hele rentecurve kunnen oplopen. Onze visie is dat obligatierentes verder normaliseren en steeds aantrekkelijker worden voor zowel kort- als langlopende obligaties.
Beleggers die de obligatiemarkt willen betreden, kunnen overwegen de huidige rentes geleidelijk aan vast te leggen. Wij blijven bedrijfsobligaties verkiezen boven staatsobligaties. Hoewel wij steeds meer waarde zien in langerlopende obligaties, wachten wij op aantrekkelijkere instapniveaus. Voorlopig geven wij de voorkeur aan looptijden tot 4,5 jaar.
Beleggers die al obligaties aanhouden, kunnen er baat bij hebben geduldig te blijven. Er kunnen betere kansen ontstaan om de obligatiepositie op aantrekkelijkere niveaus sterker uit te breiden.