
Lessen van de rentecurve
Macrocijfers zetten de markt deze week in beweging. Het zwakke Amerikaanse arbeidsmarktrapport van afgelopen vrijdag drukte de rente op kortlopende Amerikaanse staatsobligaties omlaag. En de inflatiecijfers van woensdag gaven de Federal Reserve geen reden om haast te maken met een renteverhoging.
Tegelijkertijd kwamen de koersen van langlopende obligaties onder druk te staan, waarbij de rentes op deze leningen stegen (bij obligaties beweegt de rente in tegengestelde richting van de koers). Een groot aanbod van nieuwe uitgiftes, bezorgdheid over de overheidsfinanciën en een stijgende termijnpremie leidden ertoe dat de vraag naar obligaties met lange looptijden afnam. (De termijnpremie is de extra vergoeding die beleggers eisen voor het aanhouden van langlopende obligaties.) Het resultaat was een groeiend verschil tussen de korte en de lange rente in de VS: een steilere rentecurve. Wat we leren van deze rentecurve: beleggers maken zich minder zorgen over een verkrapping van het monetaire beleid op korte termijn, maar zijn voorzichtiger geworden met het aanhouden van langlopende staatsobligaties.
De arbeidsmarktcijfers vormden het duidelijkste macro-economische signaal. Het aantal banen in de VS daalde onverwacht met 23.000 en de cijfers van voorgaande maanden werden neerwaarts bijgesteld. Wel daalde de werkloosheid, maar dat kwam vooral doordat de arbeidsparticipatie afnam. De Amerikaanse kerninflatie (inflatie exclusief voedsel- en energieprijzen) kwam in juli uit op 2,5% op jaarbasis, geheel in lijn met de verwachtingen. Vooruitkijkend naar de beleidsvergadering van de Federal Reserve (Fed) in september: we denken dat de afkoelende arbeidsmarkt de Fed minder reden geeft om een renteverhoging door te voeren. Ook in de markt wordt steeds minder rekening gehouden met een renteverhoging in september.
De Europese obligatiemarkt volgde de wereldwijde verkoopgolf. Daarbij werd voor Europese obligaties een extra energiegerelateerde risicopremie ingeprijsd. De hoge olieprijs en de onzekerheid rond de Straat van Hormuz zorgden ervoor dat de rente bleef stijgen. Franse staatsobligaties stonden sterker onder druk. Hernieuwde zorgen over de Franse overheidsbegroting deden het renteverschil (spread) tussen Franse en Duitse staatsobligaties verder oplopen. Italië en Spanje bleven daarentegen relatief veerkrachtig. Deze regionale verschillen zijn belangrijk: staatsobligaties uit de eurozone kunnen niet langer worden beschouwd als één uniforme categorie. Landenselectie wordt een belangrijkere risico- en rendementsfactor binnen beleggingsportefeuilles.
De bedrijfsobligatiemarkten bleven vrij rustig deze week. De risicopremies op Europese bedrijfsobligaties van hoge kredietkwaliteit (investment-grade) daalden licht. De spreads op risicovollere high-yield obligaties bleven grotendeels onveranderd, ondanks de verkoopdruk op staatsobligaties. Het aanbod van nieuwe Europese bedrijfsobligaties was beperkt (de hoeveelheid nieuwe uitgiften is voor een deel seizoensgebonden). De huidige risicopremies op bedrijfsobligaties zijn laag. Daarmee hebben deze obligaties weinig ruimte om tegenvallers op te vangen. Maar fundamenteel gezien is de situatie voor deze obligaties stabiel – en de vraag van beleggers naar deze leningen houdt aan. Dat is gunstig voor investment-grade bedrijfsobligaties.
Vanuit portefeuilleperspectief geven we de voorkeur aan investment-grade bedrijfsobligaties boven staatsobligaties. Uitdijende begrotingen in zowel in de VS als de eurozone doen de staatsschulden oplopen. Daardoor blijven langlopende staatsobligaties kwetsbaar, onder meer voor stijgende termijnpremies. De fundamentele situatie bij bedrijven is verbeterd, wat zichtbaar is in kredietbeoordelingstrends en lagere schuldniveaus.
Wij geven de voorkeur aan het middensegment van de rentecurve en aan een selectie van investment-grade bedrijfsobligaties. We blijven voorzichtig ten aanzien van Frankrijk. Voorzichtig zijn we ook als het gaat om de AI-investeringsrace: we zijn terughoudend met het kopen van obligaties uitgegeven door hyperscalers (grote tech-bedrijven die onder meer cloud-diensten bieden) en leveranciers van AI-infrastructuur. Om hun enorme investeringen te financieren, hebben veel van deze bedrijven zich diep in de schulden gestoken – wat risico’s met zich meebrengt.