
Hoe ver zal de rente stijgen?
Obligatierentes wereldwijd zijn scherp gestegen in de maand september en deze week, vooral in Frankrijk. De Franse overheid slaagt er maar niet in haar verslechterende financiële huishouding onder controle te krijgen. Dat jaagt beleggers schrik aan.
Het verschil tussen de rente op Franse en Duitse staatsobligaties is sterk opgelopen. Dit renteverschil zal waarschijnlijk beweeglijk blijven, ten minste totdat duidelijk wordt wie de volgende Franse president wordt. Van alle kandidaten voor het presidentschap zou alleen outsider Jean-Luc Mélenchon een probleem kunnen vormen voor de euro. Alle andere kandidaten, inclusief Marine Le Pen, lijken zich te committeren aan de euro en zullen op zijn minst proberen de vereiste begrotingsdiscipline te tonen. Wij denken nog steeds dat het heel onwaarschijnlijk is dat de Franse overheid haar schulden niet meer kan terugbetalen.
De huidige obligatierentes in Europa en de VS liggen nu hoger dan ze ooit zijn geweest sinds de financiële crisis van 2008 – en dat geldt niet alleen voor Frankrijk. Hiermee zijn obligaties inmiddels een aantrekkelijke belegging geworden voor buy-and-hold-beleggers, zeker zolang de inflatie niet uit de hand loopt en de risico’s op wanbetaling beperkt blijven. Maar kunnen obligaties in de nabije toekomst nog aantrekkelijker worden?
Het renteklimaat is veranderd en wordt nu gedomineerd door renteverhogingen van centrale banken. Een duurzame oplossing voor de situatie in de Straat van Hormuz lijkt ver weg, maar toch lijkt er in werkelijkheid veel meer olie door de zeestraat te worden vervoerd dan de officiële cijfers suggereren. Ondertussen toont de wereldeconomie zich opmerkelijk veerkrachtig en lijkt de groei zelfs te versnellen. Tegen die achtergrond zouden de huidige renteniveaus minder restrictief kunnen zijn dan eerder werd gedacht – oftewel nog niet zó hoog dat de economische activiteit en de inflatie erdoor geremd worden. Centrale banken hebben dan ook voldoende speelruimte om zich te blijven richten op hun inflatiedoelstellingen. Ook de Federal Reserve is inmiddels begonnen met het verhogen van de rente.
Nu duidelijk is dat we een nieuwe wereldwijde cyclus van renteverhogingen zijn ingegaan, terecht of niet, is de grote vraag hoe hoog de rente deze keer zal oplopen. Wanneer centrale banken beginnen met het verhogen van de rente hebben ze nogal eens de neiging om meer renteverhogingen door te voeren dan uiteindelijk nodig blijkt te zijn. Dat komt doordat het vaak meer dan een jaar duurt voordat de economische gevolgen van hogere rentes volledig zichtbaar worden. Wijzigingen in de beleidsrentes van centrale banken hebben vooral directe invloed op de korte rente (rente op kortlopende obligaties). Maar wanneer de korte rente stijgt dan leidt dat doorgaans ook tot een hogere lange rente.
Om de huidige trend van stijgende obligatierentes te keren, zal de kerninflatie wellicht moeten afnemen en zullen centrale banken in hun communicatie een andere toon moeten aanslaan. Zolang centrale banken geen signalen afgeven dat zij willen stoppen met renteverhogingen, kunnen rentes blijven stijgen. Rentes worden ook hoger gestuwd door het grote en groeiende aanbod van staatsobligaties, de financieringsbehoefte van AI-gerelateerde bedrijven en de toenemende geopolitieke onzekerheid.
Vooralsnog lijkt de weg naar lagere lange rentes hobbelig te zijn. Dat vraagt mogelijk om geduld van beleggers.