Schenken op papier en het nieuwe box 3-stelsel

20-02-2020
Wat zijn de gevolgen van het nieuwe box 3-voorstel voor ‘schenken op papier’? Dat is een namelijk een regeling die vaak voor vele jaren loopt en het nieuwe systeem nog gaat meemaken. Wij rekenen het voor u uit met enkele voorbeelden.
 

Een schenking op papier

Een schenking op papier is een schenkingsvorm waarbij het geldbedrag later dan de daadwerkelijke schenking wordt overhandigd en er dus een schuld ontstaat. De schenking van een geldbedrag wordt dus omgezet in een lening. Deze lening kan de ontvanger in beginsel pas opeisen na het overlijden van de schenker. Een schenking op papier moet een 2 vereisten voldoen:
  1. De schenker moet jaarlijks 6% rente betalen aan de ontvanger

    Gedurende de looptijd van de lening moet de schenker jaarlijks 6% rente betalen aan de ontvanger. De 6% rente is een vereiste vanuit de erfbelasting. De schenker houdt de schenking zelf onder zich en daarom moet er rente worden betaald. Gebeurt dat niet of wordt er te weinig rente betaald? Dan komt de schuld bij de schenker voor de erfbelasting niet in mindering op zijn nalatenschap. De schenking leidt dan niet tot een vermindering van de erfbelasting.
  2. De schenking moet worden vastgelegd in een notariële akte

    De schenking moet worden vastgelegd in een notariële akte. Dit is een juridisch vereiste. Een schenking op papier die niet is vastgelegd in een notariële akte vervalt bij overlijden. Dat zou er ook toe leiden dat de schenking niet leidt tot een vermindering van de erfbelasting. Overigens geldt de toets van de notariële akte op het moment van overlijden. Het is mogelijk om een onderhandse schenking op papier op een later moment te bekrachtigen in een notariële akte. Het moet voor het overlijden van de schenker zijn geregeld.
 
Let er op dat bij een schenking op papier schenkbelasting aan de orde kan komen op het moment dat de schenking plaatsvindt. Soms wordt gedacht dat er geen schenkbelasting hoeft te worden betaald, zolang het geld nog niet daadwerkelijk overgaat naar de ontvanger.

Een schenking op papier in de inkomstenbelasting

Voor de inkomstenbelasting geldt dat de schenker een schuld krijgt in zijn vermogen en de ontvanger een bezitting. Beiden komen hiermee terecht in box 3. De voorstellen van het kabinet zullen gevolgen hebben voor deze belastingheffing.

De situatie vóór 2017
Vóór 2017 werden we geacht 4% inkomen te hebben uit vermogen in box 3, voor zover dat boven het vrijgestelde bedrag uitkwam. Een schenking op papier verliep voor box 3 dan vaak neutraal. De schuld bij de één was de bezitting voor de ander. De belasting in box 3 die de schenker zich bespaarde, werd dan betaald door de ontvanger. Een voordeel ontstond als de ontvanger zijn of haar vrijstelling in box 3 nog niet had benut. Een nadeel ontstond als de schenker geen vermogen in box 3 had. Stel bijvoorbeeld dat de schenker alleen een eigen woning heeft. Dat is een bezitting in box 1. Er ontstaat dan de situatie dat de ontvanger wel wordt belast in box 3 maar de schenker geen ‘corresponderende aftrek’ in box 3 heeft.

De huidige situatie (vanaf 2017)
Vanaf 2017 geldt niet meer de vaste 4% als inkomen, maar percentages die van de omvang van het vermogen afhankelijk zijn. Grotere vermogens worden zo zwaarder belast dan kleinere vermogens. Bij een schenking op papier is doorgaans de situatie dat de schenker meer vermogen heeft dan de ontvanger. Er kan dan een voordeel ontstaan voor box 3: De belastingbesparing door de schuld bij de schenker is groter dan de verschuldigde belasting over de vordering bij de ontvanger.

De situatie vanaf 2022 volgens het voorstel
Dan komen we nu aan bij de voorgestelde situatie. In het voorstel worden ‘beleggers’ geacht een forfaitair inkomen te krijgen van 5,33% en ‘spaarders’ van 0,09%. Over dit inkomen moet 33% belasting worden betaald. Per saldo is de belastingdruk 1,76% voor beleggingsvermogen en 0,03% voor spaarvermogen. Dit geldt dan boven het heffingvrije inkomen van € 400 en de bezittingendrempel van € 30.846.

Een andere verandering betreft de aftrek van schulden. Een schuld vermindert het forfaitaire inkomen met 3,03% voor de omvang van de schuld. Dat is anders dan in de huidige situatie, waarin de schuld in mindering komt op het vermogen.

Goed om te weten
In september 2019 presenteerde de toenmalige staatssecretaris van Financiën een plan voor de hervorming van de belastingheffing in box 3. Kern van dat voorstel was dat de werkelijke vermogensmix van een individuele belastingplichtige – spaargeld, overige bezittingen en schulden – voortaan uitgangspunt zou gaan worden voor de berekening van het forfaitaire inkomen in box 3. Inmiddels heeft de huidige staatssecretaris de Tweede Kamer laten weten tot andere inzichten te zijn gekomen. En is het plan van zijn voorganger van tafel. Voor de praktijk heeft de navolgende analyse zijn belang dus vooralsnog verloren.

Een rekenvoorbeeld

Stel dat een alleenstaande ouder met een vermogen in box 3 van € 500.000 een schenking op papier van € 100.000 doet aan een kind. Voor het kind is dit het enige vermogen.

De huidige situatie
De ouder krijgt een schuld aan het kind en hierdoor wordt het vermogen van de ouder in box 3 met € 100.000 verlaagd. Hierdoor vermindert de inkomstenbelasting met € 1.335.

Het kind krijgt een bezitting van € 100.000. De eerste € 30.360 is vrijgesteld en over het meerdere moet het kind € 404 belasting betalen. Het kind kan deze belasting betalen uit de 6% rente die het van de ouder ontvangt.

Op familieniveau ontstaat er een voordeel van € 931.

De voorgestelde situatie en de ouder is een spaarder
Een spaarder wordt geacht 0,09% inkomen uit zijn spaarvermogen te krijgen. Door de schenking op papier ontstaat er een schuld en de ouder mag dan € 3.030 in mindering brengen op het inkomen uit zijn spaarvermogen (€ 100.000 x 3,03%). Mede door het heffingvrije inkomen van € 400 leidt de schuld niet of nagenoeg niet tot een vermindering van inkomstenbelasting.

De vordering van het kind is geen spaargeld en het kind wordt dus geacht een inkomen te hebben van 5,33% waarover hij 33% belasting moet betalen, per saldo 1,76%. De belasting bedraagt voor het kind € 1.760 en na toepassing van het heffingvrije inkomen € 1.626.

Op familieniveau neemt de inkomstenbelasting toe met € 1.610.

De voorgestelde situatie en de ouder is een belegger
Stel nu dat de ouder geen spaargeld maar beleggingen heeft. Op het forfaitaire inkomen van 5,33% mag dan 3,03% in aftrek worden gebracht over de schuld van € 100.000. Dit leidt bij het belastingtarief van 33% tot een vermindering van de inkomstenbelasting van 1% ofwel € 1.000.

Het kind moet wederom € 1.626 belasting betalen. De inkomstenbelasting op familieniveau neemt toe met € 626.

Conclusie

De voorstellen voor box 3 kunnen een grote impact hebben op uw situatie. Bij schenkingen op papier zal de belasting in box 3 meestal gaan toenemen. Dat maakt dat deze schenkingsmogelijkheid minder aantrekkelijk wordt. Met name bij spaarders kan de situatie ontstaan dat het nadeel voor de inkomstenbelasting het voordeel van de schenking voor de erfbelasting gaat overtreffen.

Preferred Banking

Bijeenkomsten over schenken en erven

Wilt u meer informatie over schenken en erven? Meld u dan nu aan voor een van onze digitale bijeenkomsten of maak een afspraak met een adviseur.

Andere suggesties voor u

Kan ik beter schenken of nalaten?

Schenken is vaak leuker dan nalaten. Overweegt u schenkingen te doen om de toekomstige druk van de erfbelasting voor uw kinderen te verminderen? Dan is het verstandig om eerst bij een aantal zaken stil te staan.

Het nieuwe box 3-stelsel en een tweede huis

Het kabinet wil de belastingheffing in box 3 vanaf 2022 flink gaan veranderen. Een tweede woning in Nederland of in het buitenland valt ook in box 3. Wat verandert er precies voor u als u een tweede huis heeft?

Nieuw box 3-stelsel verdeelt lasten eerlijker

Het kabinet wil de manier waarop de belastingheffing in box 3 wordt berekend vanaf 2022 gaan veranderen. Dat kan een grote impact hebben op uw spaargeld en beleggingen. Wat betekenen de wijzigingen voor uw situatie?