Nieuw box 3-stelsel verdeelt lasten eerlijker

27-09-2019
Het kabinet wil de manier waarop de belastingheffing in box 3 wordt berekend vanaf 2022 gaan veranderen. Dat kan een grote impact hebben op uw spaargeld en beleggingen. Wat betekenen de wijzigingen voor uw situatie?
 

Wat wil men veranderen?

In het huidige systeem wordt bij elke belastingplichtige uitgegaan van dezelfde fictieve verdeling van het vermogen in box 3 over de categorieën spaargeld en overige bezittingen. Waarbij in 3 vermogensschijven een andere verdeling geldt. Waardoor het forfaitair rendement per vermogensschijf weer anders is. De aanname is dat mensen met een relatief beperkt vermogen overwegend sparen. En dat vermogenden het grootste deel van hun vermogen beleggen in andere vermogenscategorieën. Per persoon blijft een heffingvrij vermogen van € 30.846 vrijgesteld. Schulden in box 3 verlagen de grondslag waarover het forfaitaire inkomen berekend (zie tabel 1).

vermogen in box 3 na aftrek heffingvrij vermogen € 30.846 p.p. (partners dubbele bedragen) forfaitair rendement 30% IB als % van vermogen
eerste € 72.797 1,80% 0,54%
€ 72.797 − € 1.005.572 4,22% 1,27%
vanaf € 1.005.572 5,33% 1,60%

Tabel 1: situatie 2020

In het voorgestelde nieuwe systeem wordt op individueel niveau gekeken naar de werkelijke verdeling van het vermogen over de categorieën spaargeld, overige bezittingen en schulden. Aan spaargeld wordt een forfaitair rendement toegekend van 0,09%, voor overige bezittingen is dat 5,33%. Voor schulden wordt een forfaitaire leenrente van 3,03% daarvan afgetrokken (zie tabel 2). Van het saldo aan forfaitair inkomen blijft volgens de plannen € 400 per persoon vrijgesteld, het zogenaamde heffingvrije inkomen. Het meerdere wordt tegen 33% belast. Nu is dat tarief nog 30%. Staatssecretaris Snel heeft in  antwoorden op kamervragen al laten weten dat de aanpassingen wat hem betreft niet eerder dan per 2022 in kunnen gaan.

vermogen in box 3 (als totaal bezittingen boven drempelbedrag € 30.846 p.p.) forfaitair rendement / leenrente 33% IB als % van vermogen
spaargeld 0,09% 0,03%
overige bezittingen 5,33% 1,76%
schulden -3,03% -1,00%
Tabel 2: voorstel 2022

Systeem wordt eerlijker

Mensen die vrijwel alleen spaargeld hebben, zullen in het nieuwe stelsel een veel lager forfaitair inkomen hebben. Zij krijgen niet langer een relatief hoog forfaitair rendement aangerekend over beleggingen die ze feitelijk niet hebben. En andersom zullen mensen die vrijwel alleen andere bezittingen dan spaargeld hebben op een hoger forfaitair inkomen uitkomen. Omdat zij niet langer profiteren van het dempende effect van een laag forfaitair rendement over spaargeld dat zij feitelijk niet hebben. In die zin worden de lasten in het nieuwe systeem eerlijker verdeeld.

Mensen met alleen spaargeld betalen straks helemaal geen box 3-heffing als hun spaargeld beneden ongeveer € 445.000 per persoon blijft. Bijna € 9 ton dus voor partners samen. Dat bedrag is berekend op basis van een forfaitair spaarrendement van 0,09% en een heffingvrij inkomen van € 400 per partner (0,09% x € 445.000 = circa € 400). Voor elke € 10.000 extra spaargeld betalen ‘pure spaarders’ straks slechts € 3 belasting (33% x 0,09% x € 10.000).

Belastingplichtigen die uitsluitend beleggingsvermogen hebben, zijn beduidend minder goed af in het voorgestelde nieuwe stelsel. Zij hoeven geen box 3-heffing te betalen, wanneer zij met hun beleggingen beneden de bezittingendrempel van € 30.846 per partner blijven. Maar de ‘pure belegger’ die meer bezit, betaalt straks over elke € 10.000 aan beleggingen € 176 belasting (33% x 5,33% x € 10.000). Slechts een tegenwaarde van ongeveer € 7.500 per partner (5,33% x € 7.500 = circa € 400) blijft vrijgesteld.

Niet iedereen die belegt is slechter af

In de praktijk zal het vermogen in box 3 veelal bestaan uit een mix van spaargeld en andere beleggingen. Spaargeld wordt in het nieuwe systeem nauwelijks belast. En heeft daardoor een dempend effect op de gemiddelde belastingdruk. Bestaat iemands vermogen voor ongeveer een derde deel uit spaargeld? Dan zal de heffing in het nieuwe stelsel redelijk in de buurt blijven van de huidige box 3-heffing. Hoe groter het aandeel van spaargeld in de totale vermogensmix, hoe meer men er straks juist op vooruit gaat.

Grafiek 1: belasting box 3 in 2020 vs. 2022 (individuele belastingplichtige)

Grafiek 1 Belasting box 3 in 2020 en 2022

Beleggen met geleend geld

Nu betaalt iemand die beleggingen volledig met geleend geld heeft gefinancierd helemaal geen box 3-heffing. Immers, de schuld komt (boven een drempel van € 3.100 per partner) volledig in mindering op de waarde van de bezittingen. Nu heeft men al voordeel wanneer het rendement op de bezittingen boven de werkelijk te betalen rente op de schuld ligt. In het nieuwe systeem komt een forfaitaire leenrente van 3,03% in mindering op het forfaitaire inkomen uit spaargeld en beleggingen. Dan betaalt men straks 33% x (5,33% -/- 3,03%) = 33% x 2,30% = 0,76% box 3-heffing voor zover er schulden staan tegenover beleggingsvermogen. Het waarop men quitte speelt ligt dan navenant hoger.

Voorbeeld
Bert heeft € 100.000 beleggingen en € 100.000 schuld in box 3 tegen 3% rente. In het huidige box 3-systeem betaalt hij geen box 3-heffing. Hij speelt quitte als hij op zijn beleggingen ook 3% rendement realiseert. Daarboven heeft hij voordeel. In het nieuwe systeem zal hij 33% betalen over 2,30% x € 100.000 = circa 0,76% x € 100.000. Om quitte te spelen zal hij nu circa 3,76% moeten behalen.

Anti-arbitragetermijn

Zonder nadere maatregelen zou het nieuwe systeem ontwijkgedrag in de hand kunnen werken. Het verschil in forfaitair rendement uit spaargeld en uit beleggingen is zeer groot. Door rondom de peildatum in box 3 (1 januari) tijdelijk beleggingen in spaargeld om te zetten en weer terug, zou immers belasting kunnen worden bespaard. Om dat tegen te gaan denkt men aan het instellen van een bepaalde anti-arbitrageperiode rondom de peildatum. Omzettingen binnen die periode zouden fiscaal ontmoedigd kunnen worden. Er is nog geen concrete periode genoemd in het voorstel.

René Bruel, Expert Kenniscentrum ABN AMRO

Ook interessant voor u

Het nieuwe box 3-stelsel in 6 videos

Het nieuwe box 3-stelsel in 6 video's

20-09-2019

Het kabinet wil vanaf 2022 de manier waarop de belasting in box 3 wordt berekend drastisch wijzigen. Maar wat verandert er precies? Onze experts Peter Pleijsant en René Bruel leggen het uit in 6 korte video’s.

Lees meer
Schenken op papier en het nieuwe box 3-stelsel

Schenken op papier en het nieuwe box 3-stelsel

20-02-2020
Wat zijn de gevolgen van het nieuwe box 3-voorstel voor ‘schenken op papier’? Dat is een namelijk een regeling die vaak voor vele jaren loopt en het nieuwe systeem nog gaat meemaken. Wij rekenen het voor u uit met enkele voorbeelden.
Lees meer