Javascript is requiredSectoren kwetsbaar voor nasleep Iran-oorlog - ABN AMRO

Sectoren kwetsbaar voor nasleep Iran-oorlog

Hoewel Iran en de Verenigde Staten een belangrijke stap richting vrede lijken te zetten, blijft de nasleep van de oorlog een risico voor sectoren in de Nederlandse economie. Naar verwachting kan het maanden duren voor de olie- en gassector in het Midden-Oosten weer redelijk functioneert. Ook is er onzekerheid over het akkoord en de wapenstilstand zelf. Ondernemingen blijven daardoor ook de komende maanden kwetsbaar voor hogere energie- en transportkosten, materiaalschaarste, hogere rentes, druk op consumentenbestedingen, en vooral vanaf 2027 opnieuw stijgende loonkosten. Met name de sectoren industrie, transport, bouw en de vrijetijdsbranche lopen extra risico’s.

Download het complete rapport

Lees van alle sectoren de prognoses in het rapport: 'Sectoren kwetsbaar voor nasleep Iran-oorlog'.

Het Nederlandse bedrijfsleven, nog nauwelijks bijgekomen van de hoogste inflatiegolf in een halve eeuw tijd, ziet een nieuwe inflatiegolf opdoemen. Dit keer is het niet de Russische invasie in Oekraïne die een energiecrisis ontketent, maar de maandenlange sluiting van de Straat van Hormuz die heeft geleid tot hogere prijzen voor olie en gas, olieproducten en materiaalschaarste.

In het nieuwe basisscenario heeft ABN AMRO de prognose wat betreft de economische groei neerwaarts bijgesteld. De sluiting van de Straat van Hormuz heeft de afgelopen maanden al geleid tot een fors hogere inflatie. Ondanks het akkoord dat Iran en de Verenigde Staten (VS) op 14 juni hebben gesloten, zijn de risico’s voor Nederlandse ondernemingen nog niet verdwenen. Rederijen en verzekeraars zullen willen nagaan of de Straat van Hormuz echt weer veilig is, bijvoorbeeld met het oog op mogelijk nog onschadelijk te maken zeemijnen, voordat de scheepvaart weer goed op gang kan komen. Bovendien is tijdens de maandenlange beschietingen energie-infrastructuur beschadigd geraakt, zoals olievelden en gasterminals, waarvan de reparatie maanden tot jaren kan duren. Dat zou kunnen leiden tot een langduriger ontregeling van energiemarkten, zelfs als de Straat van Hormuz weer bevaarbaar zou zijn. Als het aanbod van olie en gas weer goed op gang komt, moeten de voorraden waarop de afgelopen maanden flink is ingeteerd weer worden aangevuld, waardoor olie- en gasprijzen tot 2027 relatief hoog kunnen blijven.

De sluiting van de Straat van Hormuz heeft in verscheidene toeleveringsketens al geleid tot de hoogste inflatie in jaren. De inkoop- en afzetprijzen in de industrie zijn sinds de oorlog met Iran gestegen, net als de prijzen van diesel, kerosine en in mindere mate LNG. Dat veroorzaakt hogere transport- en productiekosten, bijvoorbeeld in de industrie, transportsector, bouw en reisbranche.

Zorgwekkender lijken de mogelijke tweede-ronde-effecten. Zo zou door de gestegen prijzen de vraag naar bijvoorbeeld industriële producten, bouwprojecten en transport onder druk kunnen komen. Door dalende koopkracht en onzekerheid over de economische vooruitzichten zouden consumenten de hand op de knip kunnen houden, wat vooral de sectoren Retail en Leisure zou raken.

Het is goed nieuws dat Iran en de VS een akkoord hebben bereikt over een verlenging van de voorlopige wapenstilstand en een spoedige heropening van de Straat van Hormuz. Het risico op een langdurige oorlog en voortdurende sluiting van de Straat van Hormuz lijkt daarmee geslonken, maar is nog niet geheel verdwenen. Het is nog steeds mogelijk dat de wapenstilstand wordt geschonden, of dat Iran en de VS uiteindelijk geen overeenstemming bereiken over een vredesakkoord, waardoor de voorlopige wapenstilstand na zestig dagen zou kunnen aflopen. Mogelijk zouden nieuwe beschietingen dan nog meer schade kunnen toebrengen aan energie-infrastructuur, zoals olie- en gasvelden, pijpleidingen, terminals en raffinaderijen.

Een dergelijk negatief scenario zou snel kunnen worden ingeprijsd door financiële markten. Zo zouden op de kapitaalmarkt de prijzen van langlopende staatsobligaties kunnen dalen, waardoor het effectieve rendement op staatsobligaties, en daarmee de lange rente, zou stijgen. Deze stijgende lange rentes zouden de financiering van bijvoorbeeld kapitaalgoederen zoals machines, (vracht)auto’s en vliegtuigen beduidend duurder kunnen maken, met een mogelijk lagere vraag naar deze producten tot gevolg.

Lange rentes spelen ook een rol bij bijvoorbeeld de vaststelling van hypotheekrentetarieven. Een flinke stijging van de lange rente kan daardoor de vraag naar nog te starten bouwprojecten onder druk zetten, net als de waardering van vaste activa zoals vastgoed en aandelen. Dergelijke tweede-ronde-effecten deden zich voor na de Russische invasie in Oekraïne in 2022. De lange rente steeg toen in korte tijd van minder dan 0 procent naar ruim 3 procent. Voor aanvang van de oorlog met Iran dit jaar lagen de lange rentetarieven al hoger dan begin 2022. De Nederlandse tienjaarsrente ligt op het moment van schrijven ongeveer 0,35 procentpunt hoger dan voor de oorlog met Iran eind februari.

Ook de korte rente is relevant. Het Euribor-rentetarief voor een periode van 6 maanden ligt momenteel ongeveer een half procentpunt hoger dan voor de oorlog met Iran. De oorlog noopte de Europese Centrale Bank (ECB) op donderdag 11 juni al tot een verhoging van de beleidsrente van 2 naar 2,25 procent. Naar verwachting blijft het daar niet bij en verhoogt de ECB in de komende kwartalen verder naar 2,75 procent (zie kader Spanningen in Iran werpen hun schaduw vooruit). De korte rente speelt vooral een rol bij de financiering van kortlopende activa, zoals voorraden en debiteuren. Momenteel leidt de combinatie van stijgende grondstofprijzen en de wat hogere korte rente er al toe dat de financieringskosten voor werkkapitaal toenemen, bijvoorbeeld in de industrie en bij groothandels.

Vijf belangrijke risicofactoren per sector

Mede op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kan een inschatting worden gemaakt van mogelijke bedrijfseconomische gevolgen in verschillende sectoren aan de hand van de volgende vijf risico’s: hogere energie- en transportkosten, materiaalschaarste, druk op consumentenbestedingen, hogere rentes en stijgende loonkosten.

Sectoren worden in verschillende mate door deze factoren geraakt. Zo zijn vooral de industrie en de transportsector energie-intensief, terwijl voor andere sectoren bijvoorbeeld loonkosten van groter belang zijn, zoals in de sectoren Leisure, zakelijke dienstverlening en zorg.

Niet alleen de industrie en de transportsector zijn gevoelig voor energiekosten. Ook in de sector Food wordt relatief veel energie verbruikt, net als door sommige ondernemingen in de Leisure-sector, zoals sauna’s en zwembaden. Voor de bouwsector is de dieselprijs van belang, zowel voor het wegtransport van bouwmaterialen en het personenvervoer van bouwvakkers als voor de aandrijving van bouwmaterieel, voor zover nog niet elektrisch aangedreven. Transportbedrijven rekenen de hogere dieselprijs vaak door aan opdrachtgevers, bijvoorbeeld in de Retail. In de zorg is discussie ontstaan over de brandstofkosten van bijvoorbeeld thuiszorgmedewerkers, die hopen op een hogere kilometervergoeding.

Sinds de energiecrisis in 2022 als gevolg van de Russische invasie in Oekraïne letten de meeste ondernemingen veel beter op energiekosten. In de meeste sectoren is het energieverbruik sindsdien al behoorlijk afgenomen. Toch is nog niet al het laaghangende fruit geplukt en is fossiele energie nog steeds belangrijk in het totale energieverbruik. Veel ondernemingen kunnen hun processen nog elektrificeren en daardoor minder afhankelijk worden van fossiele energie. Zo is de batterijtechnologie in hoog tempo verbeterd, waardoor elektrische voertuigen grotere afstanden kunnen afleggen zonder te laden. Ook zijn batterijopslagsystemen beduidend goedkoper geworden, waardoor bijvoorbeeld ondernemingen in de industrie, bouw en transportsector deze steeds vaker inzetten om netcongestie geen obstakel te laten zijn bij verdere elektrificatie.

Gezien de snelle technologische ontwikkelingen en dalende kosten van batterijen en zonnepanelen loont het dus om mogelijke verduurzamingsmaatregelen opnieuw tegen het licht te houden. Zo kunnen ondernemingen mogelijk voorkomen dat zij te gevoelig blijven voor een verdere stijging van energiekosten. De gasprijs is vooralsnog beperkt gestegen, zeker in vergelijking met de extreme prijsstijging in 2022, maar zou ondanks een heropening van de Straat van Hormuz in het najaar verder kunnen stijgen als Europa en Oost-Azië extra gas inkopen om voorraad op te bouwen voor de winter.

Ondernemingen in de sectoren industrie en bouw besteden gemiddeld genomen een relatief groot deel van hun omzet aan de inkoop van grondstoffen en materialen, waardoor zij kwetsbaar zijn voor schaarste aan materialen zoals kunststoffen en aluminium.

Minder ruimte in portemonnee voor luxe en duurzame goederen

Druk op consumentenbestedingen kan in eerste instantie de sectoren Leisure en Retail raken, met name luxediensten en luxegoederen, zoals chique restaurants en verfijnde gebruiksartikelen, en duurzame consumptiegoederen zoals fietsen, auto’s en meubels. Veel andere sectoren kunnen indirect worden geraakt doordat zij aan de Retail en Leisure leveren, zoals de sectoren industrie, transport, voedingsmiddelenindustrie, de advertentiemarkt (onderdeel van de Technologie, Media en Telecom) en de uitzendbranche (onderdeel van de zakelijke dienstverlening).

Een snel stijgende rente kan leiden tot hogere financieringskosten en daardoor lagere waarderingen van activa. De techsector en de vastgoedsector zijn vooral gevoelig voor een stijging van de lange rente. Ook de bouwsector kan hierdoor geraakt worden, omdat een hogere lange rente de verkoop van nieuwbouwprojecten kan drukken. Dit effect is waarschijnlijk echter beperkt aangezien de pijplijn met bouwprojecten goed gevuld is. Een stijging van de korte rente raakt vooral ondernemingen met een flinke werkkapitaalbehoefte, zoals in de industrie, in de transportsector en groothandels.

In sommige sectoren sterke stijging loonkosten

Naar verwachting leidt de combinatie van de krappe arbeidsmarkt met de hogere inflatie tot hogere looneisen. Dit kan met name arbeidsintensieve sectoren raken, zoals de zorg, de beveiligingsbranche, de schoonmaakbranche, uitzendbranche, onderwijs, vrijetijdsbranche en de transportsector. Vooral voor de zogeheten ‘krapteberoepen’, beroepen die te kampen hebben met grote schaarste aan werknemers, kunnen de loonkosten behoorlijk stijgen, zoals voor bouwvakkers, monteurs en verplegers (zie onderstaande tabel).

Hoe snel hogere looneisen doorwerken in de loonkosten, hangt ook af van de looptijd van cao’s. Zo zijn in de industrie de meeste cao’s recent verlengd tot en met 2027, waardoor de meeste ondernemingen in deze sector zich pas vanaf 2028 mogelijk met een hernieuwde stijging van looneisen geconfronteerd zien. In de zorg lopen sommige cao’s al op kortere termijn af. Zo lopen de cao’s voor de Geestelijke gezondheidszorg (ggz) en de Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT), gezamenlijk goed voor ongeveer 600.000 werkenden, deze zomer af. In deze branches bedragen de personeelskosten ongeveer 70 procent van de omzet. Het compenseren van medewerkers voor inflatie leidt daardoor tot flink hogere kosten voor zorgaanbieders. De cao voor het beroepsgoederenvervoer, waar bijvoorbeeld vrachtwagenchauffeurs onder vallen, moet eind 2026 worden verlengd.

Spanningen in Iran werpen hun schaduw vooruit

Het conflict in het Midden-Oosten werkt steeds duidelijker door in de Nederlandse economie. Door fors hogere energieprijzen en aanhoudende onzekerheid over een mogelijk staakt-het-vuren en heropening van de Straat van Hormuz blijven de vooruitzichten fragiel. In ons eerdere basisscenario gingen we er nog van uit dat de grootste verstoringen in wereldwijde energieaanvoer tot eind mei zouden aanhouden, maar inmiddels rekenen we op een langere periode van verstoring tot in het derde kwartaal (Lees ook: Global Monthly - De klok van Hormuz tikt door). Ook als de Straat van Hormuz weer opengaat, zoals het er nu naar uit ziet, kost het tijd voordat energieproductie en logistieke ketens volledig zijn hersteld. Daardoor blijven energieprijzen naar verwachting ook de komende kwartalen hoog. Tegen deze achtergrond hebben wij onze olieprijsramingen opwaarts bijgesteld, met een gemiddelde olieprijs (Brent) van 110 dollar per vat in het tweede kwartaal en een gemiddelde prijs van rond 100 dollar per vat in 2026. Samen met een zwakkere start van het jaar dan eerder verwacht, leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van onze groeiraming. We gaan nu uit van een bbp-groei van 0,9 procent in 2026 en 1,1 procent in 2027.

De hogere energiekosten werken inmiddels door in de afzetprijzen van de industrie. Dat is een vroeg signaal dat de prijsdruk zich via energie breder begint te verspreiden. Door de herijking van onze energieprijsramingen en beleidsfactoren, zoals het aflopen van de verlaagde brandstofaccijns in 2027, hebben we ook onze inflatieramingen naar boven bijgesteld. We ramen de inflatie nu op 3,1 procent in 2026 en 2,7 procent in 2027. Deze nieuwe energieprijsschok komt op een ongunstig moment voor Nederland, dat de vorige inflatieschok nog maar net achter zich heeft gelaten. Hierom is het risico op tweede-ronde-effecten via lonen en prijzen relatief groot, groter bovendien dan in veel landen om ons heen waar de inflatie al meer onder controle was.

De hogere inflatie raakt de consumentenbestedingen direct. Nederlandse consumenten zijn pessimistisch en terughoudend om geld uit te geven; per inwoner daalde de consumptie licht in het eerste kwartaal en in een nieuw scenario heeft het Centraal Planbureau (CPB) de koopkrachtramingen naar beneden bijgesteld. Hoewel factoren zoals loongroei, pensioenindexatie en de lage werkloosheid steun bieden, blijft voorzichtigheid bij de consument de boventoon voeren. De hogere inflatie leidt bovendien tot een reactie van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB zal in de komende kwartalen de beleidsrente naar verwachting tot 2,75 procent verhogen, waardoor de eerdere daling van hypotheek en bedrijfsrentes stokt. Daarmee blijven financieringskosten langer hoger, wat de economische groei verder kan afremmen.

Per saldo blijft het beeld dat de Nederlandse economie veerkracht toont, maar tegelijkertijd de gevolgen voelt van aanhoudend hoge energieprijzen, onzekerheid en verslechterend sentiment. De ontwikkelingen in het Midden-Oosten en de Straat van Hormuz blijven daarmee van invloed op inflatie, rente en groei.

Voor meer achtergrond, zie onze recente Nederlandse economie in zicht.

Geschreven door Aggie van Huisseling en Jan-Paul van de Kerke, ABN AMRO macro-economen van het Economisch Bureau.

Sectorprognoses

Door de hogere inflatie groeit de Nederlandse economie trager dan eerder verwacht (zie kader: ‘Spanningen in Iran werpen hun schaduw vooruit’). Op sectorniveau verwacht ABN AMRO de volgende volumegroei:

Naar verwachting krijgen vooral de sectoren Food, Leisure en Retail last van druk op consumentenbestedingen. Het risico bestaat dat consumenten de hand op de knip houden door de hogere energieprijzen en onzekere economische omstandigheden. Hierom zijn voor deze sectoren de prognoses neerwaarts bijgesteld.

Voor veel andere sectoren heeft ABN AMRO de prognoses neerwaarts bijgesteld vanwege de tragere economische groei, zoals voor de sectoren transport en zakelijke dienstverlening. De sector industrie zal naar verwachting nog steeds vrij sterk groeien, onder andere dankzij de sterke groei van investeringen in datacenters voor AI-toepassingen, waarvan de Nederlandse industrie via toelevering aan de mondiale halfgeleiderindustrie profiteert. Desondanks is ook voor de industrie de prognose wat verlaagd.

De prognose voor de bouwsector is vooral verlaagd doordat de bouw stuit op groeiende capaciteitsbeperkingen zoals netcongestie, waardoor projecten worden vertraagd of uitgesteld. Ook de hogere materialenprijzen en lonen dempen de groeiverwachtingen omdat deze bouwprojecten duurder maken. De agrarische sector krimpt vooral door sanering van de veehouderij als gevolg van eerder ingezet beleid. In de akkerbouw kunnen de oogsten wat lager uitvallen, mede als gevolg van het reduceren van het gebruik van (kunst)mest en gewasbeschermingsmiddelen.

Meer informatie

Lees van alle sectoren de prognoses in het rapport: 'Sectoren kwetsbaar voor nasleep Iran-oorlog'.

Lees meer sectoroverstijgende artikelen

Naast de ontwikkelingen en kansen die zich in specifieke sectoren voordoen, zijn er ook volop actuele zaken die effect hebben op alle sectoren. Van klimaatbeleid en verkiezingen tot personeelstekorten en grondstoffenprijzen.

Bekijk alle artikelen

Lees ook

Financieel duwtje in de rug nodig?

Wij helpen jouw dromen en ambities waar te maken. Ontdek onze mogelijkheden en zoek de financiering die bij je past. Vraag direct online aan of maak een afspraak met een adviseur.

Meld je gratis aan voor onze Insights nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van onze inzichten, tips en trends

Aanmelden