Javascript is required Conflict rond Iran kan Nederlandse sectoren hard raken - ABN AMRO

Conflict rond Iran kan Nederlandse sectoren hard raken

Het gewapend conflict rond Iran heeft geleid tot een snelle stijging van energieprijzen. Niet alleen olie- en gasmarkten worden geraakt; ook elektriciteitsprijzen lopen op. Hierdoor stijgen de kosten in energie-intensieve sectoren in de Nederlandse economie, zoals de glastuinbouw, industrie, transportsector, voedingsmiddelenindustrie en vrijetijdsbranche.

Download de complete analyse

Lees alle feiten en ontwikkelingen in de analyse 'Gewapend conflict Midden-Oosten kan Nederlandse sectoren hard raken'.

Ook de ontregeling van internationale handelsketens, onder andere door de sluiting van het luchtruim in het Midden-Oosten en de sterk stijgende tarieven voor de containervaart, kan gevolgen hebben voor Nederlandse ondernemingen in bijvoorbeeld de retail en de industrie.

Met name de glastuinbouw, industrie, voedingsmiddelenindustrie en vrijetijdsbranche zijn kwetsbaar voor een hoge gasprijs, zo blijkt uit een top 20 van energie-intensieve sectoren die ABN AMRO heeft opgesteld. De tabel bevat uitsluitend gas- en elektriciteitskosten. De gasprijs stijgt nog niet zo sterk als tijdens de energiecrisis van 2022, die werd ingeluid door de Russische invasie in Oekraïne. Toch is nu al duidelijk dat veel ondernemingen de komende maanden met hogere kosten te maken krijgen. Deze kostenstijgingen komen bovenop de stijgende loonkosten, die nog steeds snel toenemen vanwege de vorige inflatieschok sinds 2022.

Sinds de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran, die begonnen op zaterdag 28 februari, is de eenmaands-gasfuture (TTF) bijna verdubbeld, van circa 32 euro per megawattuur (MWh) naar zo’n 59 euro per MWh op 9 maart. Eén MWh komt neer op een kleine duizend kuub gas. De olieprijs (Brent) steeg van een kleine 73 dollar eind februari naar bijna 120 dollar per vat op maandagochtend 9 maart. In de loop van maandag viel de prijs weer terug naar zo’n 100 dollar per vat, nadat bekend was geworden dat de G7 overweegt de strategische olievoorraad in het zetten in een poging de oliemarkt te kalmeren.

In de transportsector worden de gevolgen nu al zichtbaar. De dieselprijs voor grootverbruikers steeg van 1,74 euro eind februari naar een record van 2,08 per liter (exclusief btw) op dinsdag 10 maart, een stijging van circa 20 procent. Wegvervoerders kunnen stijgingen van de dieselprijs meestal verrekenen via een dieselclausule in hun contracten met opdrachtgevers, maar doordat zij de hogere dieselprijs meestal snel moeten afrekenen bij de brandstofleverancier en soms pas maanden later betaald krijgen, vergt de plotselinge prijsstijging veel extra werkkapitaal.

Ondernemingen met een variabel energiecontract kunnen de stijging van de gasprijs vooral vanaf komende zomer merken. Vaak worden de tarieven van variabele contracten twee keer per jaar aangepast, in januari en in juli. De elektriciteitsprijs stijgt dan mee, doordat een deel van de elektriciteit wordt opgewekt in gascentrales, met name op momenten dat er weinig zon- en windenergie is. Afnemers met contracten waarin de energieprijzen voor langere tijd zijn vastgezet, zijn beter gewapend tegen de huidige prijsstijgingen. Dit komt bijvoorbeeld voor in de glastuinbouw en in de chemische industrie. Volgens de Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW), een bedrijvenvereniging voor grootverbruikers van energie, hebben veel leden in 2025 energiecontracten afgesloten voor drie jaar of langer.

Vliegtickets en luchtvracht worden duurder

Luchtvaartmaatschappijen kopen vaak een deel van hun kerosine vooraf in. Toch kunnen de prijzen van vliegtickets al op korte termijn sterk stijgen, bijvoorbeeld doordat vliegtuigen moeten omvliegen en daardoor meer brandstof verbruiken, en doordat vanwege de gedeeltelijke sluiting van het luchtruim in het Midden-Oosten een deel van de mondiale capaciteit is weggevallen. Hubs als Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) en Doha (Qatar) spelen normaliter een belangrijke rol voor passagiers die daar overstappen op bijvoorbeeld een vlucht naar Zuid-Azië. Passagiersvliegtuigen zijn ook belangrijk voor de luchtvracht; in het ruim van passagiersvliegtuigen wordt normaliter ongeveer de helft van de mondiale luchtvracht vervoerd. Door het wegvallen van capaciteit stijgen de luchtvrachttarieven sterk.

Vooralsnog is de prijs op de termijnmarkt voor levering van aardgas over een jaar minder snel gestegen dan voor levering op kortere termijn, waardoor nog tegen niet al te hoge prijzen voor de langere termijn kan worden ingekocht. Maar naarmate het conflict in het Midden-Oosten langer duurt en eventueel verder escaleert, waardoor de Straat van Hormuz gesloten blijft, kunnen de prijzen voor deze termijncontracten verder stijgen. De Straat van Hormuz is een zee-engte tussen Iran en Oman die de Perzische golf afsluit, een zee die belangrijk is voor de export van olie en gas vanuit Qatar, Saudi-Arabië, Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein. Normaliter gaat ongeveer 20 procent van de mondiale olie en vloeibaar gas (LNG) door deze zeestraat, maar door Iraanse beschietingen van tankschepen is de scheepvaart op deze cruciale route begin maart nagenoeg stilgevallen.

Vanwege stijgende tarieven in de containerlijnvaart krijgen ook de winkelbranche, groothandelaren en exporterende producenten te maken met hogere kosten. Rederijen vinden de route via de Rode Zee en het Suezkanaal te gevaarlijk en wijken uit voorzorg uit. Deze route was sinds begin dit jaar net weer open nadat de Houthi-rebellen in Jemen schepen op de Rode Zee jarenlang hadden bestookt met raketten en drones. Schepen tussen China en Europa varen nu om Afrika heen, met vertraging en een groter beslag op de mondiale vloot tot gevolg, waardoor de tarieven stijgen. Ook rekenen containerreders allerlei toeslagen, zoals een ‘war risk premium’ van duizenden dollars per container voor bestemmingen in het Midden-Oosten, en een brandstoftoeslag vanwege de fors gestegen olieprijs.

Daarnaast kunnen chemische producten, zoals kunstmest, in prijs stijgen. Kunststoffen worden eveneens snel duurder. Voor kunststoffen, zoals polyethyleen, is olie een belangrijke grondstof, en het productieproces is energie-intensief. Ook de productie van bouwmaterialen, zoals aluminium, glas, beton, isolatiemateriaal en bakstenen, is energie-intensief. Tijdens de energiecrisis van 2022 stegen de prijzen van veel bouwmaterialen met tientallen procenten.

Datacenters verbruiken veel elektriciteit

Datacenters (DC’s) zijn grootverbruikers van elektriciteit. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren circa 200 datacenters in Nederland in 2024 goed voor ongeveer 4,6 procent van het totale stroomverbruik. Zij vormen een cruciaal en groeiend onderdeel van de digitale infrastructuur, onder meer voor cloud- en AI-toepassingen. Het grootste deel van de elektriciteit wordt gebruikt voor het laten draaien van de servers. Precieze gegevens over energie-intensiteit zijn niet beschikbaar. ABN AMRO schat dat de datacenterbranche in ieder geval tot de meest energie-intensieve subsectoren behoort.

Ondanks hun hoge stroomverbruik zijn datacenters beperkt blootgesteld aan stijgende elektriciteitsprijzen. Grote datacenters, zoals hyperscalers, hebben elektriciteitsprijzen vaak langjarig vastgelegd in contracten met producenten van duurzame energie. Kleinere datacenters met meerdere huurders (‘colocatie’) berekenen stroomkosten doorgaans contractueel door aan hun huurders en lopen daardoor eveneens beperkt prijsrisico.

Verschillen met energiecrisis van 2022

Hoewel het verdere verloop van het conflict nog zeer ongewis is, zijn er ten opzichte van de energiecrisis in 2022 duidelijke verschillen. Wat vandaag slechter uitpakt dan destijds, zijn de huidige hogere rentestand, een gemiddeld lagere liquiditeitspositie bij bedrijven en lagere gasvoorraden in Europa. Daarnaast spelen geopolitieke risico’s gelijktijdig op meerdere fronten, met verstoringen van scheepvaart en de sluiting van het luchtruim in het Midden-Oosten. Bijna dagelijks wordt energie-infrastructuur bestookt met raketten en drones, zoals olieterminals, LNG-terminals, raffinaderijen en tankschepen, wat energiemarkten zeer onvoorspelbaar maakt.

Positiever dan in 2022 zijn toch de energieprijzen, die vooralsnog lager liggen dan destijds. Op de markt wordt bovendien vooralsnog met daling van de prijzen in 2027 gerekend. Dit betekent dat als consumenten of bedrijven op dit moment nog langjarige contracten kunnen afsluiten, dit waarschijnlijk tegen lagere prijzen kan dan bijvoorbeeld een jaarcontract of variabel contract. Daarnaast hebben veel bedrijven sinds de vorige crisis hun energie-intensiteit verlaagd door investeringen in verduurzaming. Ook is de LNG-infrastructuur in Europa en de Verenigde Staten uitgebreid en is het aandeel hernieuwbare energie in de elektriciteitsmix toegenomen.

Houd zicht op kosten en liquiditeitsbehoefte

Voor ondernemers is het van belang om goed zicht te houden op de ontwikkeling van kosten en op de liquiditeitsbehoefte, vooral wanneer ze actief zijn sectoren waarin de kosten snel kunnen stijgen, zoals de industrie, transportsector, bouw, landbouw en voedingsmiddelenindustrie. Inkopers kunnen wellicht nog een langjarig energiecontract afsluiten, om zich in te dekken tegen het risico van een langdurig gewapend conflict. Dat geldt ook voor de inkoop van energie-intensieve materialen en producten, zoals bouwmaterialen, metalen en kunststof verpakkingen. Voorzichtigheid is geboden bij het inkopen van extra voorraden. Bij verstoringen in toeleveringsketens kopen ondernemers vaak te veel in, waardoor na verloop van tijd overtollige voorraden ontstaan, wat veel liquiditeit vergt en druk zet op de winstmarge.

Kosten doorberekenen

In contracten met afnemers kunnen clausules worden opgenomen over het doorberekenen van een plotselinge stijging van energie- of grondstofprijzen. Ondernemers die dergelijke voorwaarden niet in hun contracten hebben opgenomen, doen er goed aan vroegtijdig te overleggen met hun klanten over het eventueel toch doorberekenen van hogere kosten. Naar verwachting hebben vooral kleinere ondernemingen meer moeite met het doorberekenen van hogere kosten, bijvoorbeeld doordat zij minder marktmacht hebben.

Verduurzamen nog interessanter

De verduurzaming van de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld energiebesparing of elektrificatie, kan door de stijgende energieprijzen nog interessanter worden. Bij energiebesparende maatregelen, zoals isoleren of het vervangen van verouderde apparaten, wordt de onderneming minder gevoelig voor stijgende energieprijzen. Bij elektrificatie, bijvoorbeeld het vervangen van een proces op aardgas door inductie, wordt vaak ook energie bespaard. Zeker in combinatie met zonnepanelen kan een onderneming daardoor minder gevoelig worden voor stijgende gas- en elektriciteitsprijzen. Bij elektrificatie is netcongestie vaak een obstakel, maar daar zijn soms oplossingen voor, zoals de toepassing van batterijen.

Macro-economische gevolgen

De militaire escalatie in het Midden-Oosten vormt een bedreiging voor de economie vanwege de verstoring van de energievoorziening en de toegenomen onzekerheid. De energie-infrastructuur is nog niet significant getroffen, maar dat blijft een risico zolang de luchtaanvallen voortduren. De scheepvaart door de Straat van Hormuz – een van 's werelds belangrijkste energieknelpunten – is vrijwel tot stilstand gekomen. Een aanhoudende schok in de energieprijzen zou meer merkbare gevolgen hebben voor de inflatie dan voor de groei. We presenteren inflatiescenario's waarbij we uitgaan van een olieprijs van 80, 100 en 130 dollar per vat; in alle gevallen piekt de inflatie in 2026, maar daalt deze weer in 2027. Lees meer over de macro-economische gevolgen van het gewapend conflict in het Midden-Oosten.

Lees meer over de mogelijke gevolgen van de situatie in het Midden-Oosten voor de volgende sectoren: Agri, Food, Bouw, Retail, Leisure, Industrie, Energie, Transport & Logistiek.

Agri

In de glastuinbouw (groente & sierteelt) schommelen uitgaven aan energie tussen de 15 tot 25 procent van de totale kosten, zie figuur 4. De sector hanteert doorgaans een professionele energiebeheer-strategie met een mix van energiecontracten. Hierdoor werken prijsstijgingen geleidelijk en met vertraging door in de bedrijfsresultaten. In de afgelopen vijf jaar is daarnaast fors geïnvesteerd in decarbonisatie, wat heeft geleid tot een reductie van het gasverbruik met circa 20 procent. Tijdens de energiecrisis van 2022 wist de sector relatief goed te presteren, mede doordat ongeveer de helft van de bedrijven juist inkomsten genereert uit energieproductie. De financiële reserves en liquiditeit in de sector zijn over het algemeen goed.

In de visserij zijn de uitgaven aan energie, met name brandstof, goed voor ongeveer 20 procent van de totale kosten. Brandstof wordt veelal direct en dus tegen actuele prijzen ingekocht, waardoor hogere energieprijzen onmiddellijk doorwerken in de financiële resultaten. Binnen de sector lopen de gevolgen van prijsveranderingen in energie overigens sterk uiteen. Boomkorvaartuigen, die circa 40 procent van de vloot uitmaken, worden relatief zwaar geraakt vanwege hun hoge brandstofverbruik. Voor flyshoot-, twinrig- en garnaalschepen zijn de gevolgen kleiner. De financiële buffers van ondernemingen in de visserij zijn echter beperkt, waardoor deze sowieso kwetsbaar zijn bij langdurig hoge energieprijzen.

Ook andere sectoren krijgen te maken met hogere kosten voor brandstof van landbouwmachines en (stikstof)kunstmest. De prijs van (stikstof)kunstmest is sterk gekoppeld aan energieprijzen omdat het productieproces zeer energie-intensief is. De kans op verstoring van de aanvoerketens loopt daarnaast op, aangezien 25 tot 35 procent van de wereldwijde grondstoffen zoals kalium, fosfor en ureum uit de regio afkomstig is. Dit zorgt met name voor hogere kosten voor akkerbouw- en melkveebedrijven; het aandeel kunstmest in de kostprijs ligt respectievelijk rond en onder de 5 procent. Voor komend seizoen hebben met name akkerbouwers de kunstmest grotendeels al ingekocht waardoor de impact vertraagd op hen doorwerkt. Bovendien is het aannemelijk dat er bij structureel hogere kunstmestprijzen er waar mogelijk overgestapt op dierlijke mest.

Food

Binnen de voedingsmiddelenindustrie worden met name energie-intensieve branches zoals industriële bakkerijen de verwerking van groente & fruit geconfronteerd met hogere energiekosten. De meeste bedrijven werken met een mix van energiecontracten, waardoor prijsstijgingen vertraagd doorwerken in de resultaten.

Daarnaast nemen containerprijzen toe als gevolg van hogere olieprijzen en handelsverstoringen. Producten met een grote afhankelijkheid van handel buiten de Europese Unie lopen verhoogde risico’s, waaronder vlees, koffie, suiker, zuivel en tropisch fruit en groenten, zie figuur 5. Bij aanhoudend hoge energieprijzen kan de voedingsmiddelenindustrie ook rekenen op hogere prijzen voor verpakkingsmaterialen.

Ervaringen uit de energiecrisis van 2022 laten zien dat een explosie van de productiekosten na drie tot negen maanden terugzien in de consumentenprijzen. Vooral kleinere bedrijven lijden hieronder, omdat zij hogere kosten moeten voorfinancieren terwijl verkoopprijzen nog niet zijn aangepast. Grotere bedrijven beschikken doorgaans over meer marktmacht en expertise om dit hiaat tijdig te ondervangen. Door investeringen in duurzaamheid is de energie-intensiteit van de sector in 2024 5 procent lager ten opzichte van 2021.

Jaarlijks exporteert de Nederlandse dranken- en voedingsmiddelenindustrie ruim 2,9 miljard euro naar het Midden-Oosten. Omgerekend is dit slechts 2,8 procent van de totale export. Uitschieters zijn de productgroepen chocolade (8 procent van de totale export), zuivel (5 procent) en groente & fruit (5 procent). Voor de totale sector lijken de gevolgen van een uitval van die export dus beperkt, ook gegeven het feit dat een deel van de landen ook via andere landen en wateren beleverd kunnen worden.

Bouw

Door stijgende energieprijzen zullen de gevolgen van het conflict in Iran met name via hogere transportkosten en hogere bouwmaterialenprijzen voelbaar worden. De directe impact op de fysieke beschikbaarheid van gangbare bouwmaterialen in Nederland is daarentegen beperkt, omdat grondstoffen zoals hout en staal grotendeels uit andere regio’s komen, zoals Scandinavië, Noord-Amerika en Europa. Wel worden in het Midden-Oosten voor de mondiale markt veel kunststoffen en aluminium geproduceerd.

Om de effecten van de lopende spanningen beter te duiden, is een terugblik op 2022 relevant. Naar aanleiding van de Russische inval in Oekraïne op 24 februari reageerden de energiemarkten sterk, wat ook prijsstijgingen van energie-intensieve bouwmaterialen veroorzaakte. De gemiddelde afzetprijzen van bouwmaterialen namen hierdoor in 2022 jaar-op-jaar toe met 14 procent. Dit effect was echter vrij beperkt wanneer dit wordt afgezet tegen de stijging van de verbruiksprijzen van elektriciteit, gas, stroom en warmte van 143 procent in dezelfde periode. Wel zette de stijging van bouwmateriaalprijzen in 2023 door met 18 procent, terwijl energieprijzen in dat jaar weer daalden.

Mocht het conflict rondom Iran meerdere maanden aanhouden, dan ondervindt de bouwsector hiervan aanzienlijke effecten omdat zowel energie- als bouwkosten dan voor langere tijd hoger zullen zijn. Als het conflict snel wordt beëindigd, blijft de impact weliswaar merkbaar, maar is deze meer beperkt.

Het effect van het gewapend conflict in het Midden-Oosten op de bouw verschilt per branche. Bouwers voelen de effecten van gestegen bouwmaterialenprijzen vaak direct omdat zij vanwege vaste prijsafspraken met hun opdrachtgevers een stijging van de projectkosten niet direct door kunnen berekenen. Daarnaast kunnen bouwers op termijn vraageffecten ondervinden, doordat hun opdrachtgevers projecten uitstellen. Vooral de utiliteitsbouw is hier gevoelig voor, omdat ondernemingen in de industrie en logistiek bij onrust terughoudend zijn met het doen van grote investeringen. De woningbouw en de grond-, weg- en waterbouw zijn minder kwetsbaar, gezien de aanhoudende woningtekorten en de grote bouwopgave voor defensie.

Producenten van bouwmaterialen kunnen gestegen energie- en grondstoffenprijzen meestal maar voor een deel direct doorberekenen aan bouwbedrijven, wat hun marge kan drukken. Dit effect verschilt echter sterk per bedrijf en is afhankelijk van de productmix en -diversificatie, contractvorm en -duur en marktmacht.

Groothandelaren in hout- en bouwmaterialen kunnen relatief hard worden geraakt. Brancheorganisatie Hibin waarschuwde in het najaar van 2025 al voor aanhoudende margedruk, ondanks sterke omzetgroei. De bouwgroothandel is sterk afhankelijk van hoge afzetvolumes en gevoelig voor transportkosten, waardoor al snel verdere margedruk op de loer ligt.

Architecten en ingenieurs kunnen op de kortere termijn indirect geraakt worden door prijsdruk, wanneer opdrachtgevers projecten uitstellen. Naarmate het conflict langer aan zou houden, wordt dit effect versterkt. Veel architectenkantoren zijn afhankelijk van opdrachten in de woningmarkt en kunnen een krimpende projectpijplijn niet eenvoudig opvangen door bij andere branches in de bouw snel opdrachten binnen te halen. De orderboeken van ingenieurs zijn doorgaans beter gediversifieerd. Zij kunnen doorgaans gemakkelijk uitwijken naar projecten die gerelateerd zijn aan klimaatadaptatie, energietransitie en infrastructuur.

Terwijl installateurs direct te kampen hebben met gestegen prijzen van brandstoffen en elektriciteit voor hun vervoer, kunnen ze tegelijk profiteren van onzekerheid rondom energiekosten. Zij bieden namelijk oplossingen voor energiebesparing en verduurzaming. Ook verhuurders van bouwmachines profiteren doorgaans, doordat bouwers in tijden van crisis terughoudend zijn met het doen van grote investeringen en dan liever kiezen voor flexibiliteit door middel van inhuur van bouwmachines.

Ten aanzien van stijgende energie- en bouwmateriaalprijzen adviseren we opdrachtgevers en ketenpartijen om actief het gesprek te voeren over toenemende prijsdruk en gezamenlijk naar oplossingen te zoeken, zoals indexatie en het achteraf verrekenen van prijsstijgingen, zodat de bouwproductie zo veel mogelijk op peil blijft.

Retail

Het conflict in Iran raakt de retailsector vooral via hogere energieprijzen, duurdere logistiek en verstoringen in wereldwijde aanvoerketens. Nederlandse retailers krijgen hierdoor te maken met stijgende inkoopkosten, toenemende druk op consumentenbestedingen en langere levertijden.

De vertragingen in internationale handel en transport raakt de retailsector midscheeps. Rederijen varen om, wat zorgt voor langere levertijden, hogere transportkosten en complexere voorraadplanning. Ook kunnen verstoringen in het gebied leiden tot hogere verzekeringspremies voor schepen. Bovendien gelden toeslagen zoals de War Risk Surcharge, voor lopende zendingen in het Midden-Oosten en Rode Zee-gebied, en de Emergency Fuel Surcharge (brandstoftoeslag). Veel rederijen voeren deze laatstgenoemde toeslag in de loop van deze maand al in.

Behalve verstoringen in het containervervoer lopen grote leveringen aan retailers vertraging op doordat vluchten vanuit Zuid-Azië massaal worden geschrapt. Fabrikanten in Bangladesh en India melden dat zendingen op luchthavens blijven liggen nu luchtvaartmaatschappijen routes aanpassen, zo laat Nieuwsblad Transport weten.

Wanneer het conflict langer aanhoudt, kunnen door de stijgende energie- en transportkosten de inkoopprijzen van goederen toenemen. Dit leidt tot hogere inkoopkosten, waardoor retailers moeten kiezen tussen het verhogen van consumentenprijzen, het verlagen van marges of het aanpassen van het assortiment. Aangezien het volledig doorberekenen van de hogere kosten niet zonder meer mogelijk is, neemt de druk op de marges sowieso toe.

Consumenten gaan eveneens de gevolgen van het conflict voelen. Hogere benzine- en energierekeningen verminderen de koopkracht, waardoor de consument voorzichtiger wordt en de vraag naar niet-essentiële producten, zoals mode, elektronica en luxeartikelen, kan afnemen.

Nederlandse retailbedrijven die afhankelijk zijn van internationale aanvoerketens zijn in deze omstandigheden extra kwetsbaar. Zij moeten hun voorraadstrategieën herzien, bijvoorbeeld door meer buffervoorraad aan te houden of alternatieve leveranciers te zoeken. Inzet op meer flexibele prijsstrategieën, dus dynamische prijzen en promoties, geeft lucht. Daarnaast is het besparen van kosten belangrijk, bijvoorbeeld door te investeren in energie-efficiëntie of het bundelen van transportstromen.

Leisure

Bij logies en horeca vormen energiekosten een relatief groot deel van de totale kosten. Bedrijven met extra faciliteiten zoals spa’s, sauna’s en verwarmde zwembaden zijn bovengemiddeld energie-intensief. Ook keukens maken horeca-activiteiten gevoelig voor hogere energieprijzen.

Door hogere energieprijzen stijgen de kosten van voedselproductie en -transport, dit leidt binnen zes tot negen maanden tot hogere voedselprijzen. De inkoop van restaurants, bars en hotels duurder stijgt hierdoor en worden de logies en horeca op twee manieren geraakt door prijsstijgingen.

Het doorberekenen van hogere kosten blijkt lastig. De vraag in de horeca kan bij hogere prijzen aanzienlijk afnemen, mede vanwege hoge gevoeligheid bij consumenten voor prijsveranderingen na eerdere inflatiegolven. Een aanzienlijk deel van de bedrijven in de horeca en accommodaties ervaart problematische schulden (zie figuur 7). Het merendeel geeft aan hogere kosten slechts beperkt of helemaal niet te kunnen doorberekenen. Na de energiecrisis als gevolg van de oorlog in Oekraïne steeg het aantal faillissementen in de horeca sterk. Bij accommodaties bleef de toename beperkt.

Daarnaast leidt verstoring van het luchtverkeer direct tot negatieve effecten voor luchtvaartmaatschappijen, reisorganisaties en mogelijk ook beurzen en evenementen. Vluchten naar het Midden-Oosten en Azië worden direct verstoord onder anderen door gesloten luchtruimen. Door de onzekerheid rond veiligheid en planning van de vluchten boeken reizigers nu al minder reizen richting het oosten. Ook de hogere brandstofkosten voor luchtvaartmaatschappijen zorgen ervoor dat vliegticketprijzen zullen stijgen en dat de vraag zal afnemen.

Industrie

Binnen de industrie zijn vooral de basismetaalindustrie, de chemische industrie, de oppervlaktebehandelingsindustrie, papierindustrie en rubber- en kunststofproductindustrie energie-intensief. De metaalverwerkende industrie als geheel is minder energie-intensief en heeft de afgelopen jaren bespaard op elektriciteitsverbruik. Sommige bedrijven worden indirect geraakt doordat afnemers in andere energie-intensieve sectoren, zoals de glastuinbouw, hun productie verlagen. De prijzen van kunststoffen stijgen momenteel sterk. Kunststoffen worden meestal gemaakt van olie, en de productie ervan is energie-intensief, waardoor stijgende olie- en gasprijzen tot hogere prijzen leiden. Ook worden in het Midden-Oosten, bijvoorbeeld in Saudi-Arabië en in de Verenigde Arabische Emiraten, veel kunststoffen geproduceerd, zoals polyethyleen. Door de ontregeling van de scheepvaart in het Midden-Oosten kan in Europa een tekort aan kunststoffen ontstaan, wat de prijzen opdrijft. In het Midden-Oosten wordt ook veel aluminium geproduceerd voor de internationale markt.

De chemische industrie heeft het al jaren moeilijk door de hoge energieprijzen in Europa. Tegelijk kunnen sommige Europese producenten profiteren van het feit dat concurrenten in het Midden-Oosten momenteel niet kunnen exporteren doordat de scheepvaart in dat gebied grotendeels stilligt. Wel is Europa in belangrijke mate afhankelijk van grondstoffen en chemische producten die veel in het Midden-Oosten worden geproduceerd, zoals ammoniak en ureum, grondstoffen voor kunstmest.

Ook in de oppervlaktebehandelingsindustrie is de energie-intensiteit hoog. In deze branche worden processen uitgevoerd die veel hitte vergen, zoals coaten en galvaniseren. De verschillen tussen bedrijven zijn groot. Ondernemingen die hebben geïnvesteerd in elektrificatie en energie-efficiëntie beschikken over een concurrentievoordeel. Tegelijkertijd heeft de Nederlandse industrie te lijden onder stevige internationale concurrentie. In onder meer Duitsland en Frankrijk ontvangen energie-intensieve bedrijven doorgaans meer overheidssteun dan in Nederland.

De chipindustrie is gevoelig voor tekorten aan stoffen als zwavelzuur en helium, die ontstaan als bijproducten van onder meer raffinage. Door het stilvallen van raffinage in het Midden-Oosten stijgen de prijzen van deze grondstoffen sterk. Zwavel speelt ook een rol bij de productie van koper.

Energie

Voor de energiesector lopen directe en meer indirecte effecten van energiecrises vaak door elkaar. Prijs- en kosteneffecten zijn sterk afhankelijk van contractstructuren, time charters en de beschikbaarheid van alternatieve aanvoer en voorraden. Grootschalige verstoringen kunnen leiden tot acute prijsschokken die zich vervolgens verspreiden door de bredere marktstructuur. Investeringen in energie-efficiëntie sinds 2022 hebben het gasverbruik in Europa overigens structureel verlaagd, terwijl prijsvolatiliteit zowel kansen als risico’s biedt, afhankelijk van de uitgangspositie en kapitaalbuffers van bedrijven die actief zijn in de sector, zoals in de energiehandel.

Transport & Logistiek

In het wegtransport worden stijgende brandstofprijzen doorgaans doorberekend via dieselclausules in contracten. Afrekeningen vinden periodiek plaats, variërend van wekelijks tot per kwartaal. Tijdens de energiecrisis van 2022 wisten de meeste bedrijven deze prijsstijgingen goed te verwerken. De huidige prijsstijging komt wel een ongunstig moment vanwege de introductie van de Vrachtwagenheffing per 1 juli, waardoor transportbedrijven vanaf de zomer toch al hogere kosten moeten doorberekenen aan hun opdrachtgevers.

Een nieuwe energiecrisis kan vooral Duitsland raken, dat een grote industrie heeft met energie-intensieve branches als de chemische industrie en de staalindustrie. Dit kan leiden tot lagere vraag naar internationaal wegtransport.

Opslag en warehousing zijn over het algemeen niet energie-intensief, met uitzondering van koelopslag en olieterminals. Verstoringen van toeleveringsketens kunnen leiden tot sterke schommelingen van bezettingsgraden.

In de scheepvaart profiteren veel bedrijven van hogere tarieven, hoewel verzekeringspremies stijgen en sommige schepen direct geraakt worden door afsluiting van vaarroutes in het Midden-Oosten. De luchtvracht kan profiteren van hogere tarieven, terwijl passagiersluchtvaart juist kwetsbaar is door de gedeeltelijke sluiting van het luchtruim in het Midden-Oosten.

Meer informatie

Lees alle feiten en ontwikkelingen in de analyse 'Gewapend conflict Midden-Oosten kan Nederlandse sectoren hard raken'.

Lees ook

Meld je gratis aan voor onze Insights nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van onze inzichten, tips en trends

Aanmelden