
Steeds meer bedrijven zoeken manieren om binnen de grenzen van een overvol elektriciteitsnet toch te kunnen groeien. Juridische keuzes rond cable pooling, groepstransportovereenkomsten (GTO’s) en energiehubs spelen daarbij een cruciale rol. Veii Jacobs, advocaat energierecht bij Stek Advocaten, begeleidt producenten, ontwikkelaars, batterij-exploitanten en energiehubs bij deze vraagstukken.
In dit interview deelt zij haar observaties over waar de praktijk wél en niet werkt, en waarom nieuwe wet- en regelgeving slechts een deel van het antwoord is.
Hebben uw cliënten interesse in cable pooling of juist in alternatieven als energiehubs?
“Op dit moment zien we duidelijk meer concrete dossiers rondom private netten, of gesloten systemen, en cable pooling. In veel gevallen deelt een partij met een bestaand transportrecht een deel van die capaciteit met één of meer naburige partijen. Afspraken over cable pooling zijn doorgaans eenvoudiger dan het opzetten van een energiehub waarbij gebruik wordt gemaakt van een GTO. Partijen kunnen namelijk voortbouwen op contractmodellen die in de markt al volwassen zijn. Het uitgangspunt is daarbij steeds: degene die bereid is transportcapaciteit te delen, mag daar niet op achteruitgaan. Energiehubs krijgen zeker tractie, maar wij zien dat het traject richting een Energiehub in de praktijk complexer is. GTO’s zijn relatief nieuw en behoren pas per 1 januari 2027 tot het verplichte aanbod.”
Wat zijn belangrijke aandachtspunten bij GTO’s?
“Ook bij GTO’s zijn er deelnemers met bestaande transportrechten die hun positie niet willen prijsgeven. In een GTO ruilen deelnemers een duidelijke individuele positie in voor een groepspositie, waarbij het gecontracteerde groepstransportvermogen (GGTV) door de transmissie- of distributiesysteembeheerder wordt vastgesteld. Dat voelt voor veel partijen onzeker, zeker wanneer wordt gewerkt met historische profielen en onduidelijk is wat de groeiruimte is. Daar komt bij dat je als collectief verantwoordelijk wordt voor de nakoming van de afspraken met de transmissie- of distributiesysteembeheerder. Je moet er dus op kunnen vertrouwen dat alle deelnemers zich aan de spelregels houden. Daarom zijn scherpe afspraken nodig over prioriteit, meten, datakwaliteit en defaultscenario’s. Wanneer een GTO wordt gecombineerd met producten zoals een groepscapaciteitsbeperkingscontract (Groeps-CBC) of een alternatief transportrecht, ontstaat al snel een complex samenspel. Daarmee neemt ook de kans toe dat er iets misgaat in het energiemanagementsysteem (EMS). Deelnemers willen zich daartegen kunnen verzekeren, en kijken daarbij ook naar de rol en aansprakelijkheid van de EMS-leverancier.
Tot slot kan de mogelijkheid om na verloop van tijd uit te treden uit de GTO complicerend werken. Bij uittreding kan een deelnemer een deel van het GGTV ‘meenemen’, waarna de contractuele structuur opnieuw moet worden aangepast, zonder vaste termijn. Als uittreden te gemakkelijk is, wordt het lastiger om investeringsbeslissingen te nemen voor groeiplannen die juist afhankelijk zijn van het GGTV. Al deze factoren beïnvloeden naar mijn verwachting de doorlooptijd van het opzetten van een energiehub.”
Hoe werkt cable pooling in de praktijk?
“In de klassieke cable pooling-situatie die wij vaak zien, wordt een nieuwe installatie aangesloten achter de aansluiting van een partij met een bestaand transportrecht, via een secundair allocatiepunt. Contractueel is het basisprincipe helder: de partij met de oorspronkelijke rechten mag er niet op achteruitgaan. Eventuele beperkingen of extra verplichtingen worden daarom zoveel mogelijk neergelegd bij de toetredende partij. Omdat meerdere installaties één aansluiting delen, is het essentieel om prioriteitsregels vast te leggen: wie gaat voor bij een transportbeperking? In de praktijk krijgt een productie-installatie vaak voorrang en wordt een BESS (Battery Energy Storage System, ofwel een batterijopslag, red.) eerder beperkt. Dat leggen deelnemers vast in afschakel- en prioriteitsregels, én in duidelijke meet- en datakaders.
Verder moet helder zijn hoe aansprakelijkheid en kosten/opbrengsten worden verdeeld. Zelfs wanneer installaties van dezelfde eigenaar gaan cable poolen, bijvoorbeeld een zonnepark en een BESS, zien we dat partijen doorgaans met special purpose vehicles (SPV’s) werken. Daarmee kunnen zekerheden beter worden gestructureerd en risico’s worden ‘ringfenced’. Dat vergemakkelijkt verkoop- en financieringstrajecten.”
Wat brengt de nieuwe Energiewet voor cable pooling?
“De nieuwe Energiewet verruimt de mogelijkheden voor cable pooling aanzienlijk. De ACM past die verbrede reikwijdte in de praktijk al langer toe. Onder de Energiewet kunnen alle typen installaties – productie, opslag, conversie of verbruik – cable poolen als de minimumaansluitcapaciteit van de gezamenlijke aansluiting 100 kVA bedraagt. Het mag daarbij om maximaal vier installaties gaan. Daarnaast geldt een meldplicht bij de ACM, om zicht te houden op het netgebruik. Het uitgangspunt is bovendien dat alle cable poolende partijen partij zijn bij de aansluitovereenkomst en de transportovereenkomst. De precieze vormgeving daarvan – en hoe wordt omgegaan met historische situaties – zal de praktijk verder moeten uitwijzen.”
“Een extra laag regels bovenop bestaande kaders kan ook juist vertragen.”

Veii Jacobs
Advocaat energierecht bij Stek Advocaten
Is nieuwe wetgeving dé oplossing voor netcongestie?
“Nieuwe wetgeving helpt, maar er kan ook al veel. Denk daarbij aan de hoeveelheid alternatieve transportrechten. Uiteindelijk is nieuwe wetgeving niet de oplossing voor alle problemen. Zo zijn de wettelijke termijnen voor vergunningverlening in Nederland relatief kort, maar worden die termijnen in de praktijk structureel overschreden. Niet door onwil, maar door capaciteitstekort, complexe coördinatie en zware ruimtelijke en milieukaders. De stikstofimpasse speelt hierbij een grote rol.
Europa zet – mede door de behoefte aan energie-onafhankelijkheid en vergroening – aan tot versnelling, bijvoorbeeld met RED III en het in december gepresenteerde EU Grids Package. In Nederland wordt daarnaast een crisiswet netcongestie overwogen. Zo’n wet kan zinnig zijn als die dubbelingen wegneemt en doorzettingsmacht creëert. Maar een extra laag regels bovenop bestaande kaders kan ook juist vertragen. Het echte verschil maken we denk ik door rolvastheid – geen uitdijend takenpakket –, uitvoeringskracht en vroegtijdige afstemming.”
Welke soorten zaken komen jullie veel tegen?
“Bij ons komt een breed scala aan zaken voorbij: van geschillen over gecontracteerde transportcapaciteit en procedures voor energieleveranciers tot ondersteuning bij de verkoop of financiering van grootschalige energieprojecten en alles wat daar juridisch bij komt kijken.
Specifiek op het gebied van netcongestie zijn er veel procedures over geweigerde of beperkte transportcapaciteit, en procedures tegen partijen die structureel hun gecontracteerde transportvermogen overschrijden. Dat leidt soms tot een kort geding en de nodige geschilprocedures bij de ACM.
Binnen onze energieprojectenpraktijk zien wij daarnaast dat vertraging in vergunningprocedures – onder meer door stikstofdepositie – regelmatig tot knelpunten leidt. Ook bij elektrolysers, biogasinstallaties en CO₂-opslag schuren projectplanning en ambities vaak met lange vergunningprocedures en het ontbreken van benodigde netwerkinfrastructuur. Het gevolg daarvan kan zijn dat subsidies niet tijdig kunnen worden aangevraagd, of dat deadlines uit al verleende subsidiebesluiten onder druk komen te staan. Daar proberen wij creatieve oplossingen voor te bedenken, vaak ook in overleg met het bevoegd gezag.”
“Kies een instrument dat aansluit bij je bedrijfsstrategie voor de middellange en lange termijn, en dat voldoende ruimte laat om flexibel door te groeien.”

Veii Jacobs
Advocaat energierecht bij Stek Advocaten
Wat raadt u marktpartijen aan die denken aan cable pooling of een energiehub?
“Kies een instrument dat aansluit bij je bedrijfsstrategie voor de middellange en lange termijn, en dat voldoende ruimte laat om flexibel door te groeien. Dat geldt overigens ook voor gesloten systemen. Cable pooling is daarbij relatief volwassen en voorspelbaar: als je bestaande transportcapaciteit kunt delen, is dit vaak de snelste route. Energiehubs kunnen veel maatschappelijke en economische waarde creëren doordat ze nieuwe groeimogelijkheden ontsluiten, maar ze vragen ook om commitment, onderling vertrouwen en maatwerk – en kennen doorgaans een langere doorlooptijd. Houd het bovendien uitvoerbaar: bij veel betrokken partijen staat de uitvoeringskracht onder druk. Zorg daarom dat je technische expertise vroegtijdig zelf aan tafel hebt, zodat je niet pas na het inrichten van de governance ontdekt dat het technisch niet haalbaar is.”
Meer informatie
Lees meer over de economische ontwikkelingen in de energiesector in het rapport 'Netcongestie: Op zoek naar de grens'.
Lees verder in de energiesector
De energiesector is sterk in beweging nu de energietransitie steeds meer vaart krijgt. ABN AMRO wil een leidende rol spelen in het versnellen van de energietransitie, die bol staat van de kansen én obstakels.