
Een recent onderzoek van de Finse universiteit van Jyväskylä richt zich op een vraag die steeds belangrijker wordt voor food retailers: hoe groot is de impact van een supermarkt op biodiversiteit en hoe kan die impact meetbaar en bestuurbaar worden gemaakt? Het onderzoek laat zien dat biodiversiteitsverlies een minstens zo grote economische en maatschappelijke uitdaging vormt als CO₂-uitstoot.
De Finse onderzoekers hebben een praktische methode ontwikkeld waarmee bedrijven kunnen berekenen in hoeverre hun bedrijfs- en ketenactiviteiten bijdragen aan een verhoogd uitstervingsrisico van plant- en diersoorten en het aantasten van leefgebieden. Dit inzicht helpt supermarkten om risico’s in hun keten te begrijpen en gerichter maatregelen te nemen. Waar biodiversiteit lange tijd vooral werd gezien als een ecologisch thema, laat dit onderzoek zien dat het ook een economische factor van betekenis is. Verlies aan biodiversiteit vergroot het risico op verstoringen in de voedselketen, prijsvolatiliteit en leveringsonzekerheid. Daarmee raakt het direct aan de continuïteit van het bedrijfsmodel van supermarkten.
Van abstractie naar concrete meting
De onderzoekers ontwikkelden een rekenmodel op basis van echte aankoop- en verkoopdata van de Finse Supermarktketen S Group. De totale retailomzet van de groep ligt op circa 14 miljard euro waarvan ruim 10 miljard euro uit de supermarkt komt. Daarmee heeft het bijna de helft van de Finse foodretailmarkt in handen en is het qua omzet te vergelijken met Jumbo, onze nummer 2 in de markt. Volgens de onderzoekers is wereldwijd voor het eerst de druk op de biodiversiteit van een grote supermarktorganisatie berekend. Het rekenmodel is door de universiteit openbaar gemaakt zodat ook andere bedrijven hier gebruik van kunnen maken.
De BIOVALENT-database speelt een centrale rol. Dit is een open databron waarin productgroepen worden gekoppeld aan factoren die van invloed zijn op de biodiversiteit. Hierdoor kunnen consumptiedata, zoals bijvoorbeeld de verkochte hoeveelheid vlees, koffie, zuivel of chocolade, worden vertaald naar effecten op ecosystemen en plant- en diersoorten. Het resultaat is een methode die het mogelijk maakt om verschillende producten en ketens onderling te vergelijken. Hierbij worden ook zogenaamde hotspots, plekken in de keten waar veel negatieve invloed op de natuur wordt uitgeoefend, geïdentificeerd.
De impact is vooral indirect
De belangrijkste uitkomst is dat de druk op de biodiversiteit van de onderzochte supermarkt vooral indirect is: 97 procent van de schade komt nagenoeg geheel van buiten Finland. Die schade wordt veroorzaakt door de voedselproductie met daarbij het gebruik van onder meer veevoer en meststoffen en vindt vooral plaats in regio’s met veel biodiversiteit zoals in tropische gebieden. Hiermee wordt nog eens duidelijk dat de impact van de westerse voedselconsumptie vooral ver weg en diep in internationale ketens plaatsvindt. Dit blijkt overigens ook uit een eerder door ABN AMRO gepubliceerd rapport Miljarden schade aan biodiversiteit noopt tot radicale stappen.
Uitgesplitst naar producten komt ongeveer 76 procent van de gemeten druk op de biodiversiteit voort uit de verkoop van voedsel en dranken, met name van de eerdergenoemde producten vlees, zuivel, koffie en chocolade, evenals palmolie. De op een na grootste veroorzaker van biodiversiteitsverlies komt door het gebruik van brandstoffen met 8 procent.
De berekende gevolgen voor de biodiversiteit van de onderzochte supermarktformule zijn geëxtrapoleerd naar alle supermarkten wereldwijd die soortgelijke producten verkopen. Volgens de onderzoekers komt deze statistische benadering overeen met een verhoogd uitstervingsrisico voor ongeveer 150 soorten. Deze uitkomst is gebaseerd op een schatting van het Internationaal Intergouvernementeel Natuurpanel (IPBES) en het geeft de gezamenlijke druk van supermarkten op soorten en ecosystemen weer. De methode is vergelijkbaar met hoe individuele en landelijke CO₂-uitstoot wordt vertaald naar een geschatte wereldwijde temperatuurstijging.
Voorbeelden van activiteiten die bijdragen aan het verlies van biodiversiteit zijn onder meer het kappen van bossen voor de productie van veevoer of cacao, waardoor natuurlijke leefgebieden verdwijnen. Ook vormen intensieve landbouwpraktijken een probleem, omdat ze leiden tot een sterke afname van insecten en weidevogels. Daarnaast zorgt overmatig watergebruik en vervuiling ervoor dat ecosystemen beschadigd raken.
Het model laat zien hoeveel druk verschillende producten, en de manier waarop we die consumeren, uitoefenen op biodiversiteit. Hierdoor wordt duidelijker welke keuzes juist minder impact hebben op de natuur. Die hebben vaak het kenmerk van minder benodigd landgebruik per kilo product, minder afhankelijkheid van ontbossingsgevoelige grondstoffen zoals soja en minder gebruik van meststoffen, water en diervoeder.
Relatie met Europese wetgeving
De relevantie van dit soort onderzoeken groeit snel als gevolg van Europese regelgeving. De CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive) verplicht grote bedrijven om transparant te rapporteren over hun impact op milieu en biodiversiteit. De CSDDD (Corporate Sustainability Due Diligence Directive) gaat nog verder en verlangt dat bedrijven risico’s in hun keten actief identificeren en aanpakken. Supermarkten zijn in de meeste gevallen zo groot dat ze aan deze Europese wetgeving moeten voldoen.
Daarnaast raakt de Europese ontbossingsverordening (EUDR) direct aan supermarktassortimenten zoals soja, cacao, koffie en rundvlees. Het meten van de druk op de biodiversiteit helpt bedrijven om aan de genoemde regelgeving te kunnen voldoen en risico’s in de keten inzichtelijk te maken. Met andere woorden: de biodiversiteitsmeting verschuift van een vrij in te vullen oefening naar strategische compliance en risicomanagement. Het wordt daarmee een noodzakelijk stuurinstrument naast kosten en marge.
Nederlandse supermarkten en de eiwittransitie
Voor Nederlandse supermarkten sluit dit onderzoek direct aan bij de eiwittransitie richting 2030, waarin de sector ernaar streeft om 60 procent van de verkochte producten te laten bestaan uit plantaardige eiwitten en het gebruik van dierlijke eiwitten te reduceren. Omdat vlees en zuivel relatief zwaar drukken op de biodiversiteit, heeft een verschuiving naar meer plantaardige eiwitten een groot positief effect.
Het onderzoek bevestigt daarmee dat de eiwittransitie niet alleen een klimaatmaatregel is, maar ook een strategie om verlies aan biodiversiteit te verminderen. Supermarkten spelen hierin een belangrijke sleutelrol via assortiment, prijsstelling en presentatie van producten in de winkel. Hiermee kunnen ze consumentengedrag sturen en de keten beïnvloeden.
Praktische adviezen voor Nederlandse supermarkten
Supermarkten kunnen hun bijdrage aan de biodiversiteit versterken door deze factor structureel mee te nemen in hun duurzaamheidsmetingen, naast CO₂-uitstoot, energieverbruik en afvalreductie. Een versnelling van de eiwittransitie helpt daarbij, want juist het aantrekkelijker en zichtbaarder maken van plantaardige keuzes richting de eindklant levert grote reductie van de schade op. Tegelijkertijd blijkt dat herstel van biodiversiteit alleen kansrijk is wanneer supermarkten langdurig en ketengericht samenwerken met boeren, zoals initiatieven als het eerdergenoemde Beter voor Natuur & Boer laten zien. Het bevoordelen van binnenlandse producten helpt ook om de ecologische voetafdruk te verminderen en grip te houden op de verantwoorde toeleveringsketen. Door beter gebruik te maken van data kunnen retailers bovendien hun assortiment gerichter aanpassen, vooral in de categorieën met een hoge biodiversiteitsdruk.
Uiteindelijk is biodiversiteit geen ondergeschikt duurzaamheidsthema, maar een voorwaarde voor voedselzekerheid, prijsstabiliteit en continuïteit van de sector. Het meetbaar maken van biodiversiteitsimpact creëert een nieuw stuurinstrument dat duurzaamheid, wetgeving en commerciële strategie met elkaar verbindt. Dit instrument zal de komende jaren net zo belangrijk worden als CO₂ reductie nu. Supermarkten zullen hiermee (verder) aan de slag moeten om toekomstbestendig te blijven, want een volle supermarkt leunt uiteindelijk op goed functionerende ecosystemen.
Lees verder in de retailsector
De winkel van vandaag is meer dan alleen een voorraadkast. Het biedt klanten advies en inspiratie en is de plek om in contact te zijn met klanten. Door de Oekraïne crisis en forse inflatie is het consumentenvertrouwen sterk gedaald en dit beïnvloedt het consumentengedrag. Retailers kampen daarnaast met forse kostenstijgingen op het gebied van inkoop, huur, personeelskosten, covid herstelbetalingen en energie. De omstandigheden blijven ook na covid voor veel retailers uitdagend.