
Heijmans en Stedin: ondanks netcongestie tóch een nieuwe woonwijk
Het stroomnet van Utrecht zit vol. Toch komen er 560 nieuwe woningen in IJsselstein, dankzij een innovatieve samenwerking van ontwikkelaar Heijmans en netbeheerder Stedin. Hoe ze project IJsseloevers voor elkaar kregen? Door energie niet als sluitstuk van de ontwikkeling te zien, maar als vertrekpunt. Maarten Kokshoorn (directeur Energie, Heijmans), Warmold ten Zijthoff (regiodirecteur Utrecht, Stedin) en Paul Scheer van Maaswaal (strategisch klantadviseur, Stedin) vertellen over hun veelbelovende vernieuwing in ontwerpen én samenwerken.
Traditionele oplossingen voor netcongestie werken niet meer
Stroom komt niet meer oneindig en probleemloos uit onze muren. Daarom zijn overheden, netbeheerders, ontwikkelaars en bouwers sinds een paar jaar noodgedwongen op zoek naar onconventionele oplossingen voor netcongestie. Maarten beschrijft hoe dat ook voor IJsseloevers een urgent vraagstuk werd. ‘Normaal gesproken ontwerp je een wijk en vraag je vlak voor oplevering een netaansluiting aan. Dat was geen optie: Stedin kon niet garanderen dat we 560 woningen konden aansluiten. Als ontwikkelaar heb je dan een probleem.’
Dat de provincie Utrecht als ‘epicentrum’ van het netprobleem tegen haar grenzen aanliep, was volgens Warmold al even duidelijk. ‘We zagen aankomen dat ook kleinverbruikers op de wachtlijst zouden komen. Niets doen was geen optie, er móest iets gebeuren. Wij wilden graag vooroplopen in de zoektocht naar oplossingen. Toen duidelijk werd dat Heijmans er hetzelfde in staat en een partner zocht voor IJsseloevers, staken wij onze hand op.’
IJsseloevers in het kort
In IJsselstein werken Koninklijke Heijmans en netbeheerder Stedin samen met de provincie Utrecht aan nieuwbouwproject IJsseloevers. Ze lossen netcongestie op voor 563 nieuwe woningen door een slimme energie- en parkeerhub te bouwen met een centrale warmtepomp, zonnepanelen, warmtebuffers en batterijen achter één netaansluiting.
Projectdetails:
- Locatie: voormalig Roba Metals-terrein in IJsselstein
- Omvang: 560 nieuwe woningen
- Start bouw: naar verwachting in 2028
- Oplossing: Energie- en parkeerhubs die piekbelasting op het volle stroomnet voorkomen.
Meer lezen over IJsseloevers? Dat kan op de website van Heijmans.
Energie: een beginpunt, geen sluitstuk
Die toenadering heeft geleid tot een energie-parkeerhub: twee centrale punten in de wijk waar warmtelevering en elektrisch laden samenkomen in één gegroepeerde netaansluiting. Een slimme bundeling van bestaande oplossingen, maar geen spectaculaire, innovatieve technologie. Toch is het project vernieuwend, legt Maarten uit: ‘Normaal komen warmtesysteem, woningontwerp en laadinfrastructuur los van elkaar tot stand, en vraagt de ontwikkelaar vlak voor oplevering capaciteit aan bij de netbeheerder. Nu zochten we samen uit: hoeveel ruimte is er op het net, en hoe maken we van daaruit een woonwijk? De vernieuwing zit ‘m niet in de techniek, maar in de vorm van ontwerpen en samenwerken.’
Samen pionieren, zoekend naar oplossingen
Anderhalf jaar lang zaten Heijmans, Stedin, de provincie Utrecht en gemeente IJsselstein maandelijks bij elkaar om een plan te smeden. Geen geijkt proces, maar een gezamenlijke, open zoektocht. ‘We zijn echt breed gaan verkennen’, vertelt Maarten. ‘Wat kan wel, wat kan niet, waar lopen we tegen kaders en regelgeving aan? In andere woorden: hoe krijgen we IJsseloevers samen voor elkaar?’ Volgens Paul passeerden verschillende opties de revue. ‘Het net zelfs op piekmomenten niet belasten, dat was ons oorspronkelijke doel. Daarom overwogen we even een warmtekrachtkoppeling (WKK). Congestievriendelijk, maar vanwege de toenmalige capaciteit, urgentie en extra complicaties rond gas en stikstof uiteindelijk te ambitieus. Dus gingen we terug naar de tekentafel.’
Filosoferen, zoeken, bijsturen en opnieuw beginnen: belangrijke onderdelen van pionieren die er allemaal bij horen. ‘Je tast in zo’n traject niet alleen de grenzen van regelgeving en techniek af, maar ook van elkaars organisatie’, zegt Maarten. ‘Op een bepaald moment vroeg ik me serieus af of de wijk er wel zou komen.’ Warmold weet wel wat uiteindelijk de doorslag gaf: ‘Iedereen voelde de urgentie. Er zaten aan tafel alleen maar mensen die echt wilden, ook als het even ingewikkeld werd.’
“Continu aan het exploreren om te kijken: wat kan er wel, wat kan er niet, om uiteindelijk tot iets te komen dat schaalbaar en kopieerbaar is.”
Maarten Kokshoorn
Directeur Energie
Heijmans
Van achteraf reageren naar vooraf acteren
Uitdagend was het soms inderdaad, want de ontdekkingstocht vroeg van beide organisaties een andere rol dan ze gewend zijn. Voor Stedin betekende het een verschuiving: van achteraf reageren – aansluitingen doen op aanvraag – naar vooraf ontwerpen. ‘Zo hebben we een nieuw type contract gesloten dat past bij de gegroepeerde aansluiting’, zegt Paul. ‘Een groepscontract dat Heijmans in één keer capaciteitsruimte geeft voor de hele wijk, maar ook vastlegt dat het verbruik tijdens spitsmomenten daalt. Zulke contracten bestaan nog nauwelijks. Stedin betreedt hiermee totaal nieuw terrein.’ Warmold vult aan: ‘Zo’n nieuw contract vereist andere vaardigheden van onze mensen. Nu kost dat nog wat tijd en moeite, maar straks wordt dit het nieuwe normaal.’
Ook Heijmans begeeft zich op onbekend terrein – en dat gaat volgens Maarten verder dan integraler ontwikkelen en eerder samenwerken. Technisch is de oplossing goed, maar het kost ook extra geld: hoe gaan we daarmee om?’ Heijmans neemt een exploitatierisico van dertig jaar – op basis van tariefstructuren die nog niet bestaan, in een veranderlijke energiemarkt. Paul: ‘Niemand weet bijvoorbeeld hoeveel transportkosten worden bespaard en hoe deze contracten financieel uitpakken. Dat gaan we allemaal ontdekken.’
Stap in de juiste richting
Ondanks de onzekerheid staan ze vierkant achter hun gezamenlijke sprong in het diepe. ‘Ons plan is niet dé oplossing voor het volle stroomnet’, zegt Paul. ‘De piekbelasting is lager, maar is er nog steeds. Toch brengt het ons een stap richting het nieuwe normaal.’ Warmold sluit zich daarbij aan; hij noemt de wijk toekomstbewust. ‘Netbewuste woningen met een warmtepomp en zonnepanelen lijken modern, maar worden op termijn duurder – ze verbruiken namelijk stroom op de momenten dat die juist schaars is. IJsseloevers-woningen doen dat niet, doordat ze slim sturen op beschikbaarheid. Dat maakt ons project een mooi voorbeeld van de transformatie die we in Nederland moeten maken.’
Maarten sluit zich daarbij aan. ‘Het kost mij vaak nog een hoop moeite om anderen duidelijk te maken dat netbewust alleen niet genoeg is. De lat moet nu al hoger. Er zijn nog steeds ontwikkelaars die denken: de netcongestie is in 2033 opgelost, daarna kunnen we weer normaal doen met z’n allen. Maar het energiesysteem en de tariefstructuren veranderen fundamenteel. En dat vraagt om een andere manier van denken, werken en bouwen.’
“We noemen dit netbewust, maar ik hoop dat het frame op een gegeven moment overgaat naar: dit is gewoon toekomstbewust.”

Warmold ten Zijthoff
Regiodirecteur Utrecht
Stedin
Blauwdruk voor de toekomst?
Stedin en Heijmans zien IJsseloevers allebei als een pilot – maar hebben wél de ambitie om hier samen op voort te bouwen. Of dat lukt, hangt van meer af dan alleen goede wil. Zo stipt Paul beleid aan: ‘Dit jaar verandert het aanvraagproces. Projecten komen dan veel vroeger op de radar van de netbeheerder, waardoor we eerder kunnen zeggen: met deze capaciteit kun je aan de slag – eigenlijk precies wat we in IJsseloevers hebben gedaan.’ Ook Warmold ziet ruimte voor beter passende regelgeving: ‘De norm om netbewust te bouwen moet worden vastgelegd in bouwbesluiten en provinciale verordeningen. Als dit de standaard wordt, hoef je niet per project het wiel opnieuw uit te vinden.’
Ook Maarten ziet dat succes en innovatie nu nog te afhankelijk zijn van wie er betrokken is bij het project. ‘Wij hadden nu precies de juiste mensen aan tafel – van Stedin, de provincie, gemeente en onszelf. Dat maakte dit project geweldig, maar óók minder schaalbaar. Wil je het kunnen kopiëren, dan moet deze manier van werken op meer zijn gebaseerd dan op de goede wil van individuen. Het moet worden ingebed in processen en structuren. Regelgeving kan daar inderdaad bij helpen. Een logische volgende stap zou dan zijn om ook kleingebruikers mee te nemen in de energieoptimalisatie, inclusief hun zonnepanelen, warmtepompen en eigen aansluitingen. Dat is technisch mogelijk, maar beleidsmatig nog moeilijk realiseerbaar.’
Op naar een nieuwe standaard
Stedin en Heijmans zien het IJsseloevers-project als zoektocht, voorbeeld én oproep. Want om bij dat nieuwe normaal uit te komen, is het belangrijk dat de hele bouwsector stappen zet. Wat ze anderen met zulke plannen aanraden? ‘Zorg voor een toegewijd team dat er écht voor wil gaan’, zegt Paul. ‘Het gaat niet lukken als mensen zo’n project er maar een beetje bij doen.’ Maarten: ‘Intrinsieke motivatie moet er inderdaad zijn. Hetzelfde geldt voor een integrale blik. Heb je dat voor elkaar, dan kan er meer dan je denkt – óók bij een vol stroomnet. Dat hebben wij volgens mij wel laten zien samen.’
Zo mondt een noodgedwongen, verkennende samenwerking tussen Heijmans en Stedin uit in de start van een nieuwe standaard. Het energiesysteem verandert fundamenteel; de manier waarop we woonwijken ontwikkelen, kan niet achterblijven.
“Het gaat niet lukken als mensen zo’n project er maar een beetje bij doen.”

Paul Scheer van Maaswaal
Strategisch klantadviseur
Stedin
Lees verder in de bouwsector
De Nederlandse bouwsector is het economische en maatschappelijke fundament onder veel andere sectoren. De sector kent verschillende uitdagingen zoals het stikstof-dossier, netcongestie, personeelstekorten en de noodzaak van productiviteitsverbetering. Geholpen door technologische innovaties en digitalisering, vindt de sector een antwoord op de uitdagingen en veranderende wet- en regelgeving. Daarbij is inzet van de hele keten nodig, van ingenieurs tot en met installateurs. Nu thema's als energie efficiëntie, milieu-impact, circulariteit en prefabricage aan relevantie winnen, zoekt de bouwsector naar een nieuw evenwicht tussen ambities, haalbaarheid en uitvoering.
