
Ambitie kent geen schaalgrootte
Duurzaamheid wordt vaak in een adem genoemd met grote bedrijven, uitgebreide ESG-programma’s en gespecialiseerde teams. Romke Hekstra laat zien dat het ook anders kan. Vanuit een Fries familiebedrijf bewijst hij dat juist MKB-ondernemers een belangrijke rol kunnen spelen in de verduurzaming van de bouwsector.
Verantwoordelijkheid als drijfveer
Voor Hekstra begint die ambitie niet alleen bij zakelijke kansen. Als ondernemer én als vader kijkt hij nadrukkelijk naar de wereld die hij doorgeeft aan volgende generaties. Tegelijkertijd ziet hij dat bedrijven die nu niet bewegen straks achter de feiten aanlopen. Juist die combinatie van maatschappelijke verantwoordelijkheid en ondernemerschap vormt de motor achter zijn keuzes.
Om die noodzaak concreet te maken in zijn bedrijf gebruikt Hekstra vaak alledaagse voorbeelden. Hij vergelijkt duurzaamheid soms met roken. Iedereen weet dat de rekening uiteindelijk later wordt betaald, maar toch veranderen mensen hun gedrag niet vanzelf. Volgens hem geldt hetzelfde voor de manier waarop we omgaan met grondstoffen en uitstoot. “We weten allemaal dat het zo niet door kan gaan. Daarom moeten we nu beginnen met veranderen, stap voor stap.
“Je hoeft niet groot te zijn om impact te maken. Je moet vooral bereid zijn om te beginnen.” Die houding loopt als een rode draad door de ontwikkeling van Hekstra. Het bedrijf komt voort uit het rietdekken, een ambacht waarin natuurlijke materialen altijd een vanzelfsprekende plek hadden. De stap naar biobased bouwen is een logische volgende stap. Niet alleen omdat materialen met een hoge CO₂-uitstoot op termijn duurder en minder aantrekkelijk worden, maar ook omdat ondernemers verantwoordelijkheid moeten nemen voor de toekomst. Wie vandaag durft te vernieuwen, bouwt volgens Hekstra aan een sector die ook over tien of twintig jaar nog toekomstbestendig is.
“Je hoeft niet groot te zijn om impact te maken. Je moet vooral bereid zijn om te beginnen.”

Romke Hekstra
Directeur en eigenaar
Duurzaamheid begint met doen
Toen de bouwmarkt veranderde, zag Hekstra ruimte voor duurzame dakrenovaties en biobased prefab-oplossingen. Waar anderen nog plannen maakten, besloot hij te investeren. “Veel organisaties hadden beleid, maar niemand maakte het concreet. Dat past niet bij ons. Wij doen gewoon.” Dat doen betekende ook: beginnen voordat alles zeker was. Hekstra startte met kleine projecten, betaalde soms zelf het leergeld en bouwde stap voor stap kennis op. De praktijk is weerbarstig. Biobased daken vragen nieuwe kennis over brandveiligheid, geluid, folies, garantie en regelgeving. Juist daarin ziet Hekstra de waarde van pionieren.“Je leert ontzettend veel wanneer je als eerste beweegt. Daardoor bouw je ook kennis op die anderen nog niet hebben.”
“Wij zijn begonnen met vier woningen. Daarna wilden we er honderd doen. Gaandeweg leer je wat werkt.” Die aanpak betekent ook dat ideeën soms weer worden losgelaten. Zo stond Hekstra op het punt een machine aan te schaffen voor het inblazen van hennepisolatie. Het ontwerp voor de bijbehorende aanhanger lag al klaar en de investering was vrijwel rond. Pas tijdens een gesprek met een specialist kwam hij tot de conclusie dat de techniek voor zijn toepassingen nog niet ver genoeg was ontwikkeld. De machine werd uiteindelijk niet besteld. “Dan kom je snel tot de kern. Je probeert iets en stuurt bij als dat nodig is.”

Samen bouwen aan een biobased keten
Zijn duurzaamheidsambitie stopt niet bij het eigen bedrijf. Hekstra speelt een actieve rol in de Friese Vezelhennep Deal, waarin boeren, verwerkers, bouwers, corporaties en overheden samenwerken aan een regionale keten voor biobased bouwmaterialen. Volgens Hekstra is zo’n keten alleen kansrijk als iedereen bereid is een eerste stap te zetten. Boeren moeten willen telen, verwerkers moeten investeren en bouwers moeten het materiaal toepassen.
“Dat vraagt lef van iedereen in de keten.” Tegelijkertijd ziet hij hoe kwetsbaar zo’n nieuwe markt nog is. Politieke keuzes, regelgeving en economische omstandigheden kunnen de ontwikkeling versnellen of remmen. Toch twijfelt hij niet aan de richting. De bouw moet minder afhankelijk worden van materialen met een hoge CO₂-belasting. Biobased bouwen is voor hem geen experiment naast de dagelijkse praktijk, maar een structurele route naar een toekomstbestendige sector.
“Je leert ontzettend veel wanneer je als eerste beweegt. Daardoor bouw je ook kennis op die anderen nog niet hebben.”

Romke Hekstra
Directeur en eigenaar
Draagvlak en openheid als versneller
Volgens Hekstra begint verduurzaming niet in de directiekamer, maar op de werkvloer. Verandering lukt alleen als medewerkers begrijpen waarom die nodig is én ervaren dat zij zelf invloed hebben. Daarom krijgen ideeën vanuit de praktijk nadrukkelijk ruimte. "Als iemand op de werkvloer een goed idee heeft, voeren we dat direct door. Daardoor zien mensen dat hun bijdrage ertoe doet en groeit het draagvlak vanzelf."
Om mensen betrokken te houden, maakt Hekstra doelen bovendien zo zichtbaar mogelijk. Die overtuiging ontstond op een onverwachte plek: in de boksring. Daar leerde hij dat een doel alleen in je hoofd houden weinig effect heeft. Pas wanneer je het deelt en anderen meeneemt in je voortgang, neemt de kans toe dat je het daadwerkelijk bereikt. De gedachte achter die zogenoemde 20%-50%-80%-regel vertaalde hij naar het bedrijf, waar doelen en resultaten zichtbaar worden gemaakt op doelenborden en regelmatig worden besproken.
Die open houding leidde ook tot onverwachte versterking van het team. Zo ontstond de functie van duurzaamheidsmedewerker, doordat een jonge academicus die graag dichter bij de praktijk wilde staan, op zijn pad kwam. Inmiddels fungeert hij als adviseur en sparringpartner. Voor Hekstra benadrukt het dat duurzaamheid niet alleen draait om techniek en materialen, maar ook om nieuwe perspectieven en de bereidheid om anders te kijken.
“Koplopers moeten zichtbaar gemaakt en verbonden worden. Niet om elkaar na te praten, maar om kennis sneller te delen en de hele keten vooruit te helpen.”

Romke Hekstra
Directeur en eigenaar
De lange termijn durven zien
Ook richting banken en financiers heeft Hekstra een boodschap. Wie duurzame koplopers wil ondersteunen, moet verder kijken dan het rendement van één boekjaar. Voorinvesteringen, kennisontwikkeling en ketensamenwerking laten zich niet altijd direct vangen in cijfers, maar zijn juist bepalend voor de toekomstbestendigheid van een bedrijf. “Niet alles laat zich direct vangen in cijfers. Wanneer je als financier bereid bent daar doorheen te kijken, wordt de kans op toekomstbestendig succes ook groter.”
Hekstra merkt op dat koplopers zichtbaar gemaakt en verbonden moeten worden. Niet om elkaar na te praten, maar om kennis sneller te delen en de hele keten vooruit te helpen. Voor hem zit daar ook een kans voor financiële instellingen. Banken zien veel ondernemers en kunnen daardoor verbindingen leggen tussen bedrijven die met vergelijkbare vragen worstelen. Als zij koplopers herkennen, serieus nemen en helpen hun kennis te verzilveren, wordt duurzaamheid minder vrijblijvend. Het wordt dan onderdeel van risicobeoordeling, klantrelatie en langetermijnwaarde.
Hoewel Hekstra zichzelf geen idealist noemt, denkt hij nadrukkelijk vooruit. Duurzaamheid is voor hem onderdeel van goed ondernemerschap. Vernieuwen, leren en stap voor stap verbeteren horen daarbij. Zijn belangrijkste boodschap aan andere ondernemers is dan ook helder: ambitie op duurzaamheid is niet afhankelijk van omvang. Een MKB-bedrijf kan juist snel schakelen en staat dicht bij de praktijk om te snappen of iets werkt.
Lees verder in de bouwsector
De Nederlandse bouwsector is het economische en maatschappelijke fundament onder veel andere sectoren. De sector kent verschillende uitdagingen zoals het stikstof-dossier, netcongestie, personeelstekorten en de noodzaak van productiviteitsverbetering. Geholpen door technologische innovaties en digitalisering, vindt de sector een antwoord op de uitdagingen en veranderende wet- en regelgeving. Daarbij is inzet van de hele keten nodig, van ingenieurs tot en met installateurs. Nu thema's als energie efficiëntie, milieu-impact, circulariteit en prefabricage aan relevantie winnen, zoekt de bouwsector naar een nieuw evenwicht tussen ambities, haalbaarheid en uitvoering.
