Javascript is required "Netbeheerder en stroomafnemers kunnen het samen oplossen" - ABN AMRO

“Netbeheerder en stroomafnemers kunnen het samen oplossen”

De energietransitie zet het Nederlandse elektriciteitsnet onder ongekende druk. Netbeheerders moeten niet alleen investeren in uitbreiding, maar ook slimmer omgaan met bestaande capaciteit. Liander, een van de grootste regionale netbeheerders, staat midden in deze verandering. Hoe wordt de organisatie klantgerichter? Welke nieuwe contractvormen komen eraan? En moeten bedrijven bang zijn dat hun toegewezen transportcapaciteit wordt ingetrokken?

We spraken consultant transportschaarste Max Prösch en Geert-Jan Koning, adviseur energietransitie, over deze vragen, de cultuurverandering binnen Liander, de technische en contractuele innovaties en de rol van bedrijven in het oplossen van netcongestie.

Hoe heeft de energiewet en ACM-sturing jullie organisatie veranderd?

Koning: “Het heeft geleid tot forse groei van het bedrijf. We hebben veel meer netarchitecten nodig om doorrekeningen te maken voor flexibele contracten. Daarnaast zijn er nieuwe functies ontstaan om producten te ontwikkelen en beleid te implementeren. Het is niet alleen uitbreiding, maar ook diversificatie van rollen. We hebben nu specialisten voor contractering, IT-processen, en aparte contactpersonen voor energiehubs.”

Prösch: “Klopt. We werken nu veel meer vanuit een ketenbenadering. De energietransitie is niet alleen een technische opgave, maar ook een culturele. Bij Liander leren we nu hoe de markt omgaat met nieuwe contractvormen, en wat wij dan moeten doen om dat werkelijk tot een handtekening te laten leiden. Nieuwe contractvormen zoals het Capaciteitssturingscontract (CSC) en de Groepstransportovereenkomst (GTO) zijn nog in pilotfase, maar zullen de komende jaren bepalend zijn. Achter de schermen werkt Liander aan IT-processen en rekenmodellen om deze contracten breder te kunnen uitrollen.”

Wat doen jullie om klantgerichter te werken?

Prösch: “We gaan van ‘inside-out’ naar ‘outside-in’. De energietransitie kunnen we niet alleen. We hebben de markt nodig, bedrijven, lokale overheden. Daarom hebben we relatiemanagers op provinciaal en gemeentelijk niveau, en gebiedsregisseurs die met gemeenten praten over energieplanologie. 

Koning: “Het is ook een cultuurverandering. We zijn natuurlijk een monopolist in de zuivere betekenis van het woord, maar ons gedrag moet wat anders laten zien. We zullen steeds meer de samenwerking moeten opzoeken, in plaats van rond netcongestie vooral te zeggen dat iets bij voorbaat niet kan volgens onze technische processen. Daarmee lossen we de administratieve netcongestie niet op. Bij energiehubs zie je dat: samen verkennen en richting geven. Dat is nieuw, ook voor ons. Het vraagt lef om niet meer te zeggen: ‘U vraagt, wij draaien, en in dit geval kunnen we niet draaien, tot ziens’, maar samen te kijken wat kan en wat niet.”

“De energietransitie is niet alleen een technische opgave, maar ook een culturele.”

Max Prösch

Consultant transportschaarste

Welke contractvormen spelen nu een rol?

Koning: “Capaciteitsbeperkende contracten (CBC’s) en groepscontracten zoals GTO’s zijn belangrijk. CBC’s werken in twee scenario’s: bedrijven die meer vermogen willen, maar niet altijd krijgen, en bedrijven die flexibiliteit aanbieden. Daar zit een financiële incentive in, maar altijd marktconform. Het doel is congestie verlichten.”

Prösch: “Daarnaast komen capaciteit-sturende contracten en alternatieve transportrechten zoals blokstroom eraan. Het doel: benutten van ruimte in het net. Dat vraagt veel rekenwerk, nieuwe IT-processen en nieuw beleid.” 

Moeten bedrijven bang zijn hun toegewezen capaciteit kwijt te raken?

Koning: “Dat gaat niet zomaar gebeuren. Ons advies: ga in gesprek. Als bedrijfsinvesteringen vertragen en je als bedrijf om wat voor reden dan ook de eerder toegewezen allocatie niet optimaal benut, nemen we die capaciteit niet zomaar terug. Redelijkheid is nodig. Wanneer bedrijven bij ons aangeven waarom ze die capaciteit niet gebruiken, dan weten we dat en dan houden we er rekening mee. 

Bij energiehubs kijken we naar daadwerkelijk gebruik van de deelnemers plus verwachte ingroei in de komende drie jaar. Het idee dat een bedrijf een ‘mes in de rug’ krijgt, klopt wat mij betreft niet. We willen juist zekerheid bieden, anders durven bedrijven niet te investeren en gezamenlijk op te trekken.”

Hoe benut Liander technisch en contractueel meer ruimte in het net?

Koning: “Technisch doen we dat door thermische belasting van assets te verhogen: transformatoren kunnen meer aan dan we tot nu toe toelieten. Dat is spannend, want het raakt aan hoe wij het risico normaal gesproken afdekken. Maar het vraagt veel rekenwerk: niet alleen op het niveau van de trafo’s, maar ook op middenspanningsroutes, en de link met Tennet. En het vraagt een andere risicoperceptie: durven we meer risico te nemen om maatschappelijke schade te beperken? Wat betreft de contracten doen we dat nu dus via die flexibiliteitscontracten als de CBC.”

Prösch: “Waar we ook aan werken, is hoe we stroomvraagprognoses maken. Je kunt niet alles voorspellen. We weten niet wat er over een maand gebeurt, laat staan over drie jaar. Toch moeten we die prognoses maken, en dat doen we ook. Het vraagt lef om dat nu anders te doen, om anders naar risico’s te kijken dan voorheen.”

Hoe zijn de netten op bedrijventerreinen ingericht?

Koning: “Een groot onderstation bestaat meestal uit meerdere transformatoren, waarvan er één in reserve staat. Deze transformatoren voeden enerzijds grote klanten rechtstreeks – bedrijven met een aansluiting boven de 2 megawatt – en anderzijds de middenspanningsvelden die het terrein in gaan. Elk veld voedt een middenspanningsring waarop tientallen kleinere bedrijven zijn aangesloten.

Voor groepscontracten zoals GTO’s was het uitgangspunt lange tijd dat bedrijven op dezelfde middenspanningsring moesten zitten. Dat bleek te beperkend. We hebben dat verruimd: nu kunnen we ook verschillende ringen combineren, mits ze op dezelfde transformator zitten. Dat vergroot de reikwijdte voor een GTO aanzienlijk.”

Prösch: “We willen dat energiehubs en groepscontracten waarde houden, ook als congestie straks minder wordt. Daarom denken we nu al na over combinaties van GTO’s met variabele rechten zoals blokstroom. Die GTO’s gaan op zichzelf niet over het oplossen van netcongestie.”

“Zie de netbeheerder niet als tegenstander, maar als partner. Respecteer elkaars rol. Dat versnelt de energietransitie.”

Geert-Jan Koning

Adviseur energietransitie

Hoe ziet de toekomst eruit voor GTO’s, CBC’s en energiehubs?

Koning: “GTO’s moeten waarde houden, ook buiten congestietijd. Capaciteitsbeperkende contracten (CBC’s) zijn tijdelijk, maar erg nuttig in tijden van congestie. Mijn ideaal voor als we netcongestie hebben opgelost: stapeling van GTO’s met variabele rechten zoals blokstroom. Dat dempt de netbeheerderskosten voor een klant en de netbeheerder krijgt er flexibiliteit voor terug. Zo benutten we het net steeds optimaler. We hebben nu drie GTO’s en honderden individuele CBC’s afgesloten, maar in 2026 willen we naar tenminste tien GTO’s. De ACM-netcode wordt hierin bepalend. 

Bij CBC’s zullen we congestievergoedingen moeten betalen. En het is de bedoeling dat we dit zo kostenefficiënt mogelijk contracteren. Die vergoedingen zijn marktconform en variëren per situatie. Het blijft maatschappelijk geld waarmee we dat doen, dus er wordt steeds afgewogen of de vergoeding opweegt tegen de economische schade van in een eerder stadium simpelweg zeggen: niet aansluiten of verzwaren. Het doel is klanten helpen en congestie verminderen, zonder onnodige kosten.”

Prösch: “Energiehubs zijn een kans, maar geen wondermiddel. Het vraagt coördinatie en vertrouwen tussen bedrijven. Wij faciliteren, maar de markt moet het zelf organiseren.”

Wat kunnen bedrijven doen om te helpen?

Prösch: “Twee dingen: kijk achter de meter en bied flexibiliteit aan. Optimaliseer processen, verplaats verbruik in de tijd en meld je aan via Partners in Energie, een platform dat de netbeheerders hebben opgetuigd. Hoe meer bedrijven meedoen, hoe sneller we congestie oplossen. We komen langs als je daar interesse in hebt.”

Koning: “En werk samen. Zie de netbeheerder niet als tegenstander, maar als partner. Respecteer elkaars rol. Dat versnelt de energietransitie.”

Meer informatie

Lees meer over netcongestie in het rapport 'Netcongestie: Op zoek naar de grens'.

Lees verder in de energiesector

De energiesector is sterk in beweging nu de energietransitie steeds meer vaart krijgt. ABN AMRO wil een leidende rol spelen in het versnellen van de energietransitie, die bol staat van de kansen én obstakels.

Bekijk alle artikelen

Lees ook

Meld je gratis aan voor onze Insights nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van onze inzichten, tips en trends

Aanmelden