
De brief van VNO-NCW en MKB Nederland aan minister Van der Wal dateert alweer van eind maart. Een dringende oproep om haast te maken met aanpassingen in het stikstofbeleid, zodat er ruimte blijft voor nieuwe woningen, infra, bedrijfsactiviteiten en gebouwen. Het CPB becijferde in 2022 al een schadepost van 28 miljard Euro aan uitgestelde projecten in allerlei sectoren.
Een belangrijke rol in het stikstofbeleid is weggelegd voor de nationale stikstofbank (SRSS) waarin stikstofruimte wordt opgenomen, die vanuit landelijke maatregelen vrijkomt.
Stikstofruimte uit zicht
Twee belangrijke punten uit de brief zijn i) om bij vergunning uitgifte niet eenzijdig te kijken naar de kritische stikstofdepositiewaarde, maar meer naar de daadwerkelijke impact op de natuur en ii) bij wet vastleggen dat een deel van de stikstofruimte uit de stikstofbank ten goede komt aan economische ontwikkelingen.
“Op dit moment heeft de bouw geen prioriteit bij de verdeling van de stikstofruimte.”
Minister van der Wal gaf begin dit jaar nog perspectief dat de vrijgekomen ruimte ten goede zou komen aan zowel PAS melders (boeren die door omstandigheden geen stikstofvergunning hebben) als infrastructuurprojecten en woningbouw. Daar is in mei een streep doorheen gegaan.
Loze belofte en impact natuur ongewis
Op dit moment heeft de bouw geen prioriteit bij de verdeling van de stikstofruimte. Ook de vrijgekomen ruimte die door de uitkoop van piekbelasters ontstaat, gaat naar de PAS melders. Deze ontwikkeling benadrukt de loze belofte die eerder aan de sector is gedaan. Ondertussen is er een levendige stikstofhandel in de provincies waarbij stoppende uitstoters hun emissierechten verkopen aan bedrijven die emissierechten nodig hebben om een project te kunnen uitvoeren. Allemaal buiten het SRSS om, in het ergste geval leidend tot meer uitstoot en de natuur wordt er geen sikkepit beter van.
Natuurverbetering door woningbouw
Terug naar het andere punt uit de brief. Laten we in plaats van wetenschappelijk berekende stikstofwaardes meer kijken naar de daadwerkelijke impact van een economische activiteit op de natuur. Een woningbouwproject met een klein beetje meer depositie dan toegestaan, krijgt nu geen natuurvergunning. Ondertussen zijn er al vele prachtige voorbeelden van groen en natuurinclusief bouwen, waardoor er zelfs natuurverbetering en vermeerdering optreedt.
“Laten we in plaats van wetenschappelijk berekende stikstofwaardes meer kijken naar de daadwerkelijke impact op de natuur.”
Zulke projecten mogen best een iets hogere depositie dan toegestaan geven in de aanlegfase. Zo kunnen we snel meer natuur toevoegen en ook nieuwe woningen bouwen, met op de langere termijn een lagere depositie. Ik gun minister Van der Wal dit wenkende perspectief met stik(stof)goede kansen in plaats van een loze stikstofbelofte.
Deze column is eerder verschenen in Cobouw op 28 juni 2023
Over de auteur
Leontien de Waal is sectorbanker Bouw. Zij volgt de belangrijkste trends en ontwikkelingen in de gebouwde omgeving. Haar ervaring en netwerk, aangevuld met kennis uit de studie Master City Developer (gebiedsontwikkeling), brengt ze in bij klanten van ABN AMRO.
Lees verder in de bouwsector
De Nederlandse bouwsector behoorde de afgelopen jaren tot een van de best presterende sectoren, ondanks verschillende uitdagingen waar de sector mee te maken heeft. Voorbeelden zijn het stikstof-dossier, de forse prijsverhogingen van energie en bouwmaterialen en ook de personeelstekorten. Gedreven door trends, innovaties en wet- en regelgeving groeit de relevantie van thema’s als duurzaamheid en milieu-impact en zoekt de sector zijn weg naar een nieuw evenwicht.