
Afnemers bepalend voor strategische waarde AI-gigafabriek
De Tweede Kamer heeft inmiddels brede steun uitgesproken voor een enorm AI-datacenter in het Rotterdamse havengebied. Voor het veiligstellen van financiering is wel nodig dat organisaties op voorhand toezeggen dat zij een groot deel van de rekenkracht gaan gebruiken.
Partijen die dergelijke toezeggingen het gemakkelijkst kunnen doen, zijn nu vooral Amerikaanse tech-bedrijven, die via zo’n Europees rekencentrum hun eigen – al zeer sterke – positie in de markt versterken. Dat lijkt contra-intuïtief, zeker nu Europa zich langzaamaan probeert ontworstelen aan de dominantie van ‘big tech’.
Vijf Europese gigafabrieken
Momenteel staat zo’n driekwart van de wereldwijde AI-rekenkracht in de Verenigde Staten; Europa komt er met 5 procent bekaaid vanaf. In een poging om zijn capaciteiten op het gebied van AI te versterken, heeft Europa bepaald dat het continent vijf ‘AI-gigafabrieken’ moet gaan huisvesten. Dit zijn zeer grote datacenters die rekenkracht moeten gaan leveren voor de training en het gebruik van AI-modellen. De beoogde gigafabrieken herbergen elk minimaal 100.000 GPU’s; deze rekencentra zijn daarmee van eenzelfde schaal als de nieuwste faciliteiten van Amerikaanse tech-giganten zoals OpenAI.
Lidstaten mogen eigen initiatieven aandragen en kunnen daarvoor Europees geld krijgen, maar alleen als zij zelf ook bijdragen. Dit kan door grote bedragen aan rekenkracht vooruit te bestellen of een deel van het benodigde kapitaal in te brengen. Via beide wegen koopt de overheid voor meerdere jaren capaciteit van de AI-gigafabriek; deze kunnen zij zelf gebruiken, of beschikbaar stellen aan bijvoorbeeld lokale wetenschappers of bedrijfsleven.
Die Europese steun is dus geen losstaande subsidie; zonder een harde financiële toezegging vanuit de overheid doet een land niet mee aan de aanbesteding. Eind maart liet staatssecretaris Willemijn Aerdts van Digitale Economie en Soevereiniteit weten dat het kabinet geen publiek geld uittrekt voor rekenkracht bij de nog te bouwen AI-gigafabriek in de Rotterdamse haven. Hiermee is de route naar Europees geld dus afgesloten.
Een AI-gigafabriek in Rotterdam
In Nederland is ondernemer Han de Groot naar voren gestapt, die met Volt – in een joint venture met energiebedrijf Eneco – zo’n AI-gigafabriek wil ontwikkelen en uitbaten. Volgens De Groot is een grootschalige faciliteit de enige manier om Nederland de AI-rekenkracht te bieden die het de komende jaren nodig zal hebben. “In theorie zou je dit ook kunnen realiseren met meerdere kleine datacenters”, zegt De Groot, “maar in Nederland kampen we met ruimtegebrek en hebben we geen capaciteit op het stroomnet om meerdere kleinere AI-datacenters verspreid over het land bij te bouwen”.
Om die reden heeft de ondernemer het Rotterdams havengebied op het oog voor de nog te ontwikkelen faciliteit. “Daar is ruimte, en bovendien kan het rekencentrum dan direct gebruikmaken van windenergie op zee. Het stroomnet raakt dus niet verder belast.”
Een combinatie van functies
Het rekencentrum is bedoeld om zowel Nederland als andere Europese landen te bedienen. In de faciliteit zullen AI-modellen worden getraind en ‘gefinetuned’; hierbij worden specifieke data aan generieke AI-modellen ‘gevoerd’ om deze geschikt te maken voor specifieke toepassingen of sectoren. Daarnaast gaat het rekencentrum het gebruik van AI-modellen faciliteren, ook wel ‘inference’ genoemd, en zal het een bredere set aan cloud-diensten gaan aanbieden.
“In tegenstelling tot de Verenigde Staten heeft Europa niet een hele rits aan AI-giganten die het ene na het andere model ontwikkelen. Alleen Mistral uit Frankrijk speelt op dit niveau mee”, zegt De Groot. Een puur op training gerichte gigafabriek zou daarom een te zwakke businesscase hebben. Ook de lokale stroomprijs is bepalend voor het soort werk dat een AI-rekencentrum het beste kan doen. “We betalen hier meer voor elektriciteit dan in bijvoorbeeld Scandinavië en Saudi-Arabië. Het trainen van de allergrootste AI-modellen vraagt meer stroom dan het gebruik van die modellen”, zegt De Groot. “In vergelijking met landen met goedkopere opwekcapaciteit wordt het hier dus al gauw duur.”
Wereldmodellen stuwen vraag naar rekenkracht
De Groot geeft nog een reden dat de te bouwen gigafabriek vooral moet inzetten op het gebruik van AI. “Met zijn uitstekende connectiviteit en supersnelle verbindingen met alle grote Europese regio’s is Nederland heel geschikt voor inference. In de daarvoor benodigde digitale infrastructuur moeten we investeren.” Een AI‑gigafabriek is bij uitstek geschikt voor toepassingen die op grote schaal rekenkracht vereisen, zoals realtime simulaties in de logistiek, optimalisatie van het landelijke energienetwerk of de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Daarnaast kan zo’n faciliteit het massale gebruik van autonome AI‑systemen ondersteunen, waarbij duizenden ‘AI‑agenten’ continu taken uitvoeren voor uiteenlopende sectoren.
“En dan heb je nog de ‘world models’, die de komende jaren waarschijnlijk voet aan de grond krijgen”, vertelt De Groot. Dit zijn grote AI-modellen die niet enkel zijn gebaseerd op grote hoeveelheden tekst, zoals de Large Language Models (LLM’s), maar ook putten uit onder andere videomateriaal, simulaties en sensordata van robots. “Het gebruik van deze modellen vergt veel rekenkracht.” Toepassingen zitten onder andere in het slimmer maken van robots, virtual reality om professionals nog beter mee te trainen, of het analyseren van complexe verkeers- of veiligheidssituaties.
Positieve grondhouding, geen geld
De grondhouding van het kabinet is opbouwend; politici staan positief tegenover private initiatieven en investeringen die het Europese AI-ecosysteem versterken, mits deze voldoen aan geldende wet- en regelgeving, zo staat in een recente kamerbrief van staatssecretaris Aerdts van Digitale Zaken en Soevereiniteit. In haar schrijven geeft zij ook aan het “vergunningsbeleid voor datacenters te [willen] stroomlijnen”. In de Tweede Kamer werd begin april een motie voor ‘Europees tenzij’-beleid bij aanbestedingen voor kritieke digitale infrastructuur aangenomen met 138 stemmen voor. Voor de Nederlandse AI-gigafabriek hebben inmiddels alle politieke partijen hun steun uitgesproken.
Het kabinet stelt echter geen geld beschikbaar voor de faciliteit, zo staat eveneens helder in de kamerbrief. Het datacenter moet dus volledig door de markt worden gefinancierd. Evenmin zien de bewindslieden het zitten om alvast grote hoeveelheden rekenkracht vooruit te bestellen vanuit de overheid. Ook de vraag moet dus volledig uit de markt komen.
Een contract voor de lange termijn
“Bij het financieren van datacenters is het belangrijk dat er vooraf al een contract ligt met een partij die voor de lange termijn capaciteit afneemt”, zegt Timo Buijs. Hij is binnen ABN AMRO gespecialiseerd in de financiering van digitale infrastructuur. “Vaak zijn het grote tech-bedrijven, zoals Amerikaanse hyperscalers, die deze rol vervullen. Zij investeren niet alleen in eigen datacenters, maar brengen hun servers ook onder in datacenters van derden.”
Amazon Web Services, Google Cloud en Microsoft Azure zijn momenteel samen goed voor zo’n 70 procent van de Europese cloud-markt. Een AI-gigafabriek kan voor deze gevestigde orde een efficiënte manier zijn om nog meer rekenkracht dicht bij hun gebruikers te krijgen, en zo hun marktpositie te bestendigen. Hetzelfde geldt voor grote AI-labs als het Amerikaanse OpenAI en het Franse Mistral, die met hun AI-modellen steeds meer gebruikers bedienen en dus constant hun digitale infrastructuur moeten uitbreiden.
Een Amerikaans-Europese combinatie
Bij De Groot hebben zich inmiddels diverse grote potentiële afnemers uit zowel Europa als Amerika gemeld. Dergelijke partijen zullen de rol van “de-risker” op zich moeten nemen. “De grootste bedrijven zijn in staat om rekencapaciteit ver vooruit te bestellen, omdat ze vrijwel zeker weten dat ze die kunnen doorverkopen aan klanten”, zegt hij. De ondernemer erkent dat het nu voornamelijk de Amerikaanse hyperscalers zijn die op deze schaal aan ‘vraagbundeling’ kunnen doen. “Als je de markt zijn werk laat doen en geen publieke steun inzet, is dit een logisch gevolg.”
In die zin is het volgens De Groot al winst dat de beoogde AI-gigafabriek Nederlands eigendom zal zijn. Dat wijkt af van de huidige situatie, waarin de grootste datacenters in Nederland veelal hyperscale‑faciliteiten van Amerikaanse tech-bedrijven zijn, of co-locatiedatacenters die worden uitgebaat door Amerikaanse partijen.
Een AI-gigafabriek staat er niet binnen een dag
“De ontwikkeling van een groot datacenter gaat stapsgewijs”, zegt Buijs van ABN AMRO. “Je begint met het neerzetten van het gebouw zelf, de schil. De infrastructuur – elektriciteit, koeling en connectiviteit – voeg je steeds in modules toe als de vraag toeneemt.” De financiering wordt ook in stapjes opgebouwd. “In het begin moet een ontwikkelaar zelf de nodige middelen inbrengen om het datacenter te bekostigen. Wij kunnen de rest van het benodigde bedrag dan als lening verstrekken.” Als een datacenter eenmaal omzet begint te genereren, gaat ook het risico omlaag. “Als de uitbater dan met nieuwe modules of gebouwen wil uitbreiden, kunnen wij weer een groter deel uitlenen. In een volgende fase kunnen we mogelijk honderd procent van de uitbreiding financieren.”
Europese partners voor een sterk lokaal tech-ecosysteem
Om ook de lokale tech-markt een zet te geven, is het daarom ook interessant om de krachten te bundelen met cloud-aanbieders van Europese bodem; hoewel zij niet de schaal en het uitgebreide aanbod hebben van de dominante tech-reuzen, vormen zij wel degelijk een toegangspoort tot een bredere Europese gebruikersbasis en kan de AI-gigafabriek maximaal bijdragen aan de digitale zelfredzaamheid van het continent.
Een nieuwe generatie aanbieders, waaronder OVHcloud, Nebius en Scaleway, specialiseert zich in het verhuren van rekenkracht voor AI-toepassingen. Deze ‘neoclouds’ worden veel door startups en scale-ups gebruikt voor het trainen van AI-modellen, maar deze aanbieders richten zich in groeiende mate ook op inference.
De Groot houdt ook rekening met vraag vanuit grote Europese bedrijven die een deel van het rekencentrum reserveren voor eigen gebruik. “Denk aan banken en verzekeraars, of organisaties uit andere gereguleerde markten. Als dergelijke partijen in groten getale AI-agents aan het werk hebben, dan willen zij zeker weten waar deze agents zijn gehuisvest.”
Overheid gaat vraag inventariseren
Hoewel de overheid vooralsnog geen grote hoeveelheden rekenkracht wil reserveren, wil zij wel degelijk bijdragen aan de vraagkant. Het ministerie van Binnenlandse Zaken gaat inventariseren welke lagere overheden behoefte hebben aan Europese AI-rekenkracht. De Groot hoopt dat de overheid nog een stapje verder gaat. “Dat we geen subsidie zouden krijgen, is een scenario waar we al vanaf het begin rekening mee hebben gehouden. Maar we zouden de overheid wel graag bedienen als ‘launching customer’.”
De komende tijd zal duidelijk worden welke partijen zich daadwerkelijk aan het initiatief committeren en daarmee de financiering van deze AI-infrastructuur mogelijk maken. Het is evident dat een Nederlandse AI gigafabriek de broodnodige rekenkracht naar Europees grondgebied brengt. In hoeverre dit ook leidt tot een structurele versterking van Europa’s eigen tech-ecosysteem, hangt echter in belangrijke mate af van de mix aan partijen die deze capaciteit uiteindelijk gaan afnemen.
Lees verder in de technologiesector
Technologie, Media & Telecom (TMT) is een van de snelst groeiende sectoren. Geholpen door de toenemende inzet van software, algoritmen en sensoren staat deze sector aan de basis van de digitale vernieuwing van andere sectoren.
