
Tussen de getijden houdt de binnenvaart koers
De binnenvaart staat voor een koerswijziging. België wint terrein als bestemming voor natte bulk, vooral chemie en biobrandstoffen, terwijl de binnenvaart naar Duitsland minder vervoert door de afbouw in kolen en staal. Naast deze verschuiving spelen uitdagingen als schommelende waterstanden en dreigende overcapaciteit in de vloot.
Download de complete analyse
Lees alle feiten en ontwikkelingen in de analyse 'Tussen de getijden houdt de binnenvaart koers'.
De binnenvaart is belangrijk voor internationaal vervoer. De belangrijkste bestemmingen zijn Duitsland en België, die samen goed zijn voor 96 procent van het volume. De totale binnenvaartafvoer, het goederenvervoer tussen Nederlandse laadplaatsen en buitenlandse losplaatsen, is de afgelopen jaren flink afgenomen. Deze afname betreft vrijwel uitsluitend het vervoer naar Duitsland, dat sterk is gedaald. De afvoer naar België is daarentegen de afgelopen jaren juist toegenomen. Hierdoor bewegen de vervoersvolumes van beide landen steeds meer naar een vergelijkbaar niveau. België lijkt via de binnenvaart een steeds prominentere rol te spelen in de goederenhandel met Nederland.
Totale binnenvaartafvoer afgenomen
De totale binnenvaartafvoer, het goederenvervoer tussen Nederlandse laadplaatsen en buitenlandse losplaatsen, is de afgelopen jaren flink afgenomen. Deze afname betreft vrijwel uitsluitend het vervoer naar Duitsland en België, die samen goed zijn voor ruim 96% van het totale volume. Vooral de afvoer naar Duitsland is sterk gedaald. De afvoer naar België is daarentegen de afgelopen jaren juist toegenomen. Hierdoor bewegen de vervoersvolumes van beide landen steeds meer naar een vergelijkbaar niveau. België lijkt via de binnenvaart een steeds prominentere rol te spelen in de goederenhandel met Nederland.
Binnenvaartafvoer naar Duitsland
De daling naar Duitsland wordt voornamelijk toegeschreven aan de afname in de afvoer van kolen en metaalertsen, als gevolg van de uitfasering van kolencentrales. Echter, tijdens de coronaperiode vond begin 2022 een tijdelijke toename plaats in het gebruik van steenkool. Dit was een noodmaatregel om elektriciteit op te wekken naar aanleiding van de Russische invasie in Oekraïne en de daaropvolgende energiecrisis. Deze omstandigheden zorgden voor een tijdelijke stijging in de afvoer. Tegelijkertijd zorgden de hoge energieprijzen ervoor dat energie-intensieve industrieën in Duitsland, zoals de staalindustrie, onder aanzienlijke druk kwamen te staan. Dit verminderde de vraag naar metaalertsen, wat in de loop van 2022 leidde tot een daling van de afvoer.
Binnenvaartafvoer naar België
De toename naar België bestaat voornamelijk uit natte bulk, vooral geraffineerde aardolieproducten zoals nafta en stookolie. Deze producten behoren tot de petrochemie en vormen de basis voor de productie van chemische grondstoffen, zoals kunststoffen. Volgens AMS Barging, gespecialiseerd in transport en bunkering van natte bulk, neemt ook het aandeel biobrandstoffen toe, zoals FAME: een brandstof die wordt geproduceerd uit dierlijke of plantaardige oliën en vetten.
Mogelijke oorzaken verschuiving
De chemische industrie van de haven van Antwerpen staat onder druk. Hoge energieprijzen verzwakken de Europese concurrentiepositie, terwijl landen als de Verenigde Staten en China tegen bodemprijzen produceren. België importeert daardoor steeds meer chemicaliën, wat zorgt voor een groter aanbod op de markt en druk op producenten. Voor de binnenvaart betekent dit een hogere vraag naar tankers voor af- en aanvoer tussen terminals en het achterland. Ook kunnen schepen dienen als opslagplaats op het water, wat in de sector bekendstaat als 'floating storage'.
Uitbreiding tankopslag havengebieden
Opslag is, naast productie, een belangrijk onderdeel van een haven als hub. De natte bulkopslagcapaciteit van de haven van Antwerpen is de afgelopen tien jaar flink gegroeid (14 procent) en piekte tijdens de coronapandemie, terwijl die van Rotterdam slechts licht gestegen is (4 procent). Rotterdam richt zich voornamelijk op fossiele brandstoffen zoals olie en gas, terwijl Antwerpen juist voordeel haalt uit diverse niches zoals chemie en biobrandstoffen. Door de nieuwe opslagcapaciteit en diversificatie in chemische producten ontstaan kleinere, frequentere stromen, die ideaal zijn om via de binnenvaart te vervoeren. Fossiele brandstoffen, zoals aardolie, worden veelal via pijpleidingen getransporteerd naar andere delen van Europa, waaronder België.
Wel is de tankopslagcapaciteit van de haven van Antwerpen de afgelopen twee jaar aanzienlijk afgenomen. Een mogelijke oorzaak hiervan is de sluiting van diverse chemiebedrijven in de regio. Deze bedrijven speelden een rol in zowel productie als opslag van chemische grondstoffen en producten, waardoor hun sluiting niet alleen leidt tot een daling in productie, maar ook tot een verminderde opslagcapaciteit.
Stijgende vraag naar biobrandstoffen
Een andere verklaring voor de groei van binnenvaartvervoer naar België is de stijgende vraag naar biobrandstoffen. Dit zijn brandstoffen gemaakt van organisch materiaal, zoals plantaardige oliën, en vormen een alternatief voor fossiele brandstoffen. Voorbeelden zijn bio-ethanol, FAME en HVO, een hernieuwbare diesel gemaakt uit dierlijke of plantaardige oliën en vetten. De consumptie van biobrandstoffen in Europa is de afgelopen jaren toegenomen. Om dit gebruik verder te stimuleren, is de bijmengverplichting verhoogd van 10,5 procent in 2024 naar 12,2 procent in 2025. Dit percentage zal naar verwachting stijgen (pdf) tot 29 procent in 2030, wat de vraag naar biobrandstoffen mogelijk verder zal vergroten.
Het huidige binnenvaartklimaat
De totale afvoer van droge bulk bevindt zich nog steeds op een laag niveau, maar is het afgelopen jaar niet verder afgenomen. De Duitse industrie zal fors investeren in infrastructuur, wat in de toekomst mogelijk een impuls kan geven aan de Nederlandse binnenvaart van droge bulk. Hier gaat het om goederen als zand, grind en cement. In de natte bulk is de afvoer het afgelopen kwartaal gedaald. De binnenvaartsector staat mede onder druk door laagwaterstanden door klimaatverandering, wat resulteert in schommelende binnenvaarttarieven en veel flexibiliteit van de vlootcapaciteit vereist. In tegenstelling tot droge-bulkschepen worden natte-bulkschepen sterker beïnvloed door lage waterstanden, omdat deze schepen van zichzelf, dus zonder lading, zwaarder zijn.
Ontwikkeling Nederlandse binnenvaartvloot
De totale Nederlandse binnenvaartvloot, in termen van aantallen schepen onder Nederlandse vlag, is de afgelopen jaren afgenomen, met name door een daling in het aantal droge-bulkschepen. Het aantal natte-bulkschepen is daarentegen relatief stabiel gebleven. Tegelijkertijd is het aandeel grotere schepen juist toegenomen, wat in combinatie met schommelende waterstanden extra risico’s met zich mee kan brengen. Bij hoogwater kunnen bijvoorbeeld bruggen of andere obstakels een probleem vormen, terwijl bij laagwater de vaargeulen mogelijk niet diep genoeg zijn. Momenteel telt de Nederlandse vloot volgens de internationale vereniging van de binnenvaart IVR ongeveer 1000 tankschepen en 3800 droge-bulkschepen.
Ontwikkeling Europese binnenvaartvloot
Uit analyse van de totale Europese vlootontwikkeling, oftewel het verschil tussen de instroom van nieuwe schepen en de uitstroom door sloop binnen een vloot, blijkt dat het aantal natte-bulkschepen over de jaren heen een positieve ontwikkeling doormaakt. Dit wijst erop dat meer van dit type schepen wordt gebouwd dan gesloopt. Wel bereikte de markt voor tweedehands binnenvaartschepen in 2022 een piek, mede gedreven door de vraag vanuit Oost-Europa als gevolg van de graanhandel in Oekraïne. Hoewel geen exacte data beschikbaar zijn, wordt geschat dat in de meest actieve periode enkele tientallen schepen werden geëxporteerd. Naast de sloop kan de verkoop van tweedehands schepen bijdragen aan de afname van het totale aantal binnenvaartschepen.
De stijging in het aantal grotere schepen, gecombineerd met een min of meer stabiele vloot van natte-bulkschepen in de afgelopen jaren, heeft geleid tot een groei van de totale capaciteit binnen de markt. Wanneer rederijen reageren op hoge vrachttarieven door extra schepen te bestellen, komt deze uitbreiding pas jaren later beschikbaar. Tegen die tijd kan veel nieuwe capaciteit tegelijkertijd op de markt komen, waardoor mogelijk een overaanbod ontstaat. Het risico bestaat dat dit vertraagde aanpassingsproces, bekend als de varkenscyclus, zorgt voor dalende vrachttarieven.
Vooruitzichten voor natte-bulkvaart
De vooruitzichten voor de natte-bulkvaart zijn tweeledig, met zowel kansen als uitdagingen die zich in verschillende segmenten aandienen. Onze verwachting is dat de groei gematigd zal zijn, vooral in chemische goederen, waar de binnenvaart kan profiteren van hogere mondiale import doordat de Europese productie terugloopt door hoge gasprijzen. Tegelijkertijd biedt de energietransitie zowel kansen als risico’s; terwijl het volume van aardolieproducten zoals benzine en diesel zal krimpen, bieden biobrandstoffen nieuwe perspectieven dankzij hun geschiktheid voor toepassing in de binnenvaart.
Daarnaast blijft de flexibiliteit in de inzet van schepen grotendeels afhankelijk van variërende waterstanden. Schaalvergroting in de sector heeft geleid tot een toename van de totale laadcapaciteit, maar brengt ook een verschuiving in de beschikbaarheid van kleinere schepen met zich mee. Dit kan leiden tot schaarste op secundaire vaarwegen, terwijl de capaciteit op hoofdassen zoals de ARA-Rijn-regio grotendeels stabiel blijft.
Met dank aan AMS Barging.
Meer informatie
Lees alle feiten en ontwikkelingen in de analyse 'Tussen de getijden houdt de binnenvaart koers'.
Lees verder in de transport- en logistieksector
Na een lastig jaar, waarin de internationale handel afnam door een snelle afbouw van overtollige voorraden, heeft de transportsector een voorzichtig herstel ingezet. Begin 2024 stegen zowel in de containervaart als in de luchtvaart de goederenvolumes. Dankzij de aantrekkende economische groei kan de sector verder herstellen. Het herstel wordt echter geremd door een lagere vraag naar bouwmaterialen. Intussen krijgt het wegvervoer de komende jaren te maken met een stapeling van milieuregels.
