Javascript is requiredPrivate equity en familiebedrijven vaker samen in industrie - ABN AMRO

Private equity en familiebedrijven vaker samen in industrie

In de Nederlandse maakindustrie vindt momenteel een stille machtsverschuiving plaats. Familiebedrijven vormen nog altijd het fundament van de sector, maar private equity drukt steeds nadrukkelijker zijn stempel op de industrie.

Deze machtsverschuiving blijkt ook uit de Makers Top 100, die voor 54 procent uit familiebedrijven bestaat. Zo’n 34 procent van de bedrijven wordt bestuurd door private equity organisaties en 12 procent is beursgenoteerd. Opvallend is bovendien dat private equity bedrijven gemiddeld hogere EBITDA-marges realiseren dan familiebedrijven: respectievelijk 14,6 procent tegenover 12,2 procent.

Een andere trend is de opmars van het hybride model waarbij investeerders (al dan niet met een familieachtergrond) opereren volgens private equity principes, maar met een langere horizon en een meer industriële visie. Toch vertellen die cijfers slechts een deel van het verhaal, zeggen David Kemps, sectorexpert Industrie bij ABN AMRO en Fred Harbers, business principal bij adviesbureau Gwynt. Want achter de verschillen in rendement zit vaak ook een fundamenteel andere visie op ondernemerschap.

‘Private equity draait in veel gevallen om snelheid, professionalisering en waardevermeerdering’, zegt Kemps. Hij onderscheidt drie manieren waarop private equity waarde creëert: financieel management, operationeel management en governance. ‘Deze bedrijven kijken scherper naar werkkapitaal, productieprocessen en bestuursstructuren. Moeilijke beslissingen worden minder snel vooruitgeschoven. Dat vertaalt zich vaak in hogere marges. Zeker in economisch onrustige tijden reageren investeerders sneller en rationeler op kosten en inefficiëntie.’ Harbers vult aan: ‘Private equity fondsen durven verlieslatende activiteiten sneller af te bouwen of processen te herstructureren. Familiebedrijven denken meer in generaties en vinden dat vaak lastiger, omdat daar veel meer emotionele waarde meespeelt.’

Stabiliteit

Tegelijkertijd benadrukken beide experts dat familiebedrijven een andere, minstens zo belangrijke kwaliteit bezitten: stabiliteit. ‘Zij hebben vaak meer geduld en een langere adem’, zegt Harbers. 'Zeker in moeilijke tijden geeft dat rust in het bedrijf. Ze grijpen minder snel naar ontslagen of harde saneringen.' Volgens hem zorgt die benadering voor loyaliteit, behoud van vakmanschap en continuïteit binnen organisaties. ‘Dat is in de huidige arbeidsmarkt een enorme kracht. Uit een eerdere analyse van de Makers Top 100 bleek al dat familiebedrijven vaker bereid zijn om te investeren zonder dat de businesscase volledig dichtgetimmerd is. Juist dat ondernemerschap en die intuïtie maken volgens Kemps en Harbers het verschil bij echte innovatie. ‘Private equity bedrijven kijken vaker naar risico’s en exit-mogelijkheden’, zegt Kemps. ‘Familiebedrijven investeren eerder vanuit overtuiging of visie. Daarmee drukken beide vormen van eigenaarschap hun eigen stempel op de Nederlandse industrie.’

Hybride model

Verder zien Kemps en Harbers steeds vaker een hybride model ontstaan: familiebedrijven die samenwerken met investeerders, zonder hun identiteit volledig te verliezen. 'Als je de stabiliteit van een familiebedrijf combineert met de daadkracht van private equity, ontstaat er vaak een interessante combinatie', zegt Harbers. 'Maar dan moet er wel vertrouwen en harmonie zijn in de bestuurskamer.' Opvallend daarbij is volgens Kemps de groeiende rol van investeringsmaatschappijen die zijn opgericht door ondernemende families. In de Makers Top 100 zijn onder meer NPM Capital van de familie Fentener van Vlissingen, Navitas Capital van de familie Zeeman, VADO van de familie Van Doorne (DAF), HAL Investments van de familie Van der Vorm en Teslin van de familie Van Beuningen nadrukkelijk aanwezig. Volgens Harbers onderscheiden deze partijen zich ten opzichte van traditionele private equity. 'Je merkt dat ze minder jagerig zijn en veel meer kijken naar duurzame ontwikkeling dan naar snelle exits.'

Operationele waardecreatie

Kemps stelt dat deze ontwikkeling past bij de veranderende private equity markt. Door hogere rentes is het minder aantrekkelijk om met leningen een investering te financieren, om zo het rendement op het eigen vermogen te vergroten. Ook een exit via een beursgang is moeilijker geworden. Daardoor verschuift de focus  naar operationele waardecreatie. ‘Private equity richt zich tegenwoordig veel meer op operationele waardecreatie in de fabriek zelf', zegt hij. ‘Daarvoor heb je mensen nodig die de sector, processen en productie begrijpen.

'Die ontwikkeling wordt versterkt door de snelle digitalisering van de industrie', aldus Harbers. Volgens Harbers worstelen veel familiebedrijven met de vraag hoe ze die transitie concreet moeten vormgeven. 'Digitalisering wordt vaak wel herkend en benoemd, maar het ontbreekt soms aan een duidelijk toekomstbeeld', zegt hij. 'Hierdoor blijft verandering in familiebedrijven soms hangen in voorzichtigheid.' Externe investeerders kunnen volgens hem juist daar versnelling brengen. 'Niet alleen via kapitaal, maar vooral via kennis, structuur en ervaring uit andere bedrijven. Doordat private equity partijen vaak in meerdere bedrijven en sectoren participeren en zien wat daar gebeurt, kan kruisbestuiving ontstaan.'

Wendbaarheid en weerbaarheid

Toch stellen beide experts dat hogere EBITDA-marges niet automatisch betekenen dat private equity te allen tijde beter is. 'Een fabriek sluiten of fors saneren levert misschien wel snel rendement op, maar op de lange termijn kun je daarmee als bedrijf ook veel kennis en loyaliteit verliezen', aldus Kemps.

Harbers vat het verschil tussen private equity en familiebedrijven treffend samen in een beeldende vorm: 'Private equity is als een platbodem, een boot met zwaarden en daardoor snel en wendbaar. Een familiebedrijf is een schip met een diepe kiel. Dat is minder wendbaar, maar laat zich ook minder snel uit koers brengen'. De Nederlandse maakindustrie kan volgens Harbers beide kwaliteiten goed gebruiken. Wendbaarheid om snel te reageren op geopolitieke veranderingen, digitalisering en schaalvergroting en weerbaarheid om koers te houden in turbulente tijden. Dat verklaart mogelijk ook waarom steeds meer partijen kiezen voor een hybride model, waarin private equity investeerders en familiebedrijven de handen ineenslaan. Een hybride vorm waarin ondernemerschap, lange termijnvisie, financiële discipline en operationele slagkracht samenkomen.

De complete lijst van 'De Makers Top 100' is te vinden op: www.demakerstop100.nl en www.linkmagazine.nl.

Dit artikel verscheen eerder in link Magazine nr 3 (juni 2026) geschreven door Gerben van den Broek.

Lees ook

Meld je gratis aan voor onze Insights nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van onze inzichten, tips en trends

Aanmelden