
Europese wetgeving dwingt bedrijven om hun broeikasgasemissies in beeld te brengen en bovendien te verminderen. Zeker in de voedingsmiddelenindustrie, waar de klimaatimpact vaak indirect voelbaar is, zijn veranderingen onontkoombaar. Supermarkten eisen zelfs van fabrikanten dat zij meewerken aan het reduceren van deze emissies. Maar waar begint dit proces eigenlijk?
Het Greenhouse Gas Protocol, de gouden standaard voor emissiebeschrijving, maakt onderscheid tussen drie ‘scopes’. Scope 1 omvat de directe uitstoot van een bedrijf. Scope 2 de directe uitstoot van de leveranciers van de gebruikte energie. En scope 3, wellicht de meest complexe, omvat de uitstoot in de gehele waardeketen. Deze laatste kan variëren van de CO₂-uitstoot van rijstvelden in Vietnam tot de uitstoot van de melkproductie voor een pak yoghurt.
Scope 3 staat vaak synoniem voor de fase aan het begin van de keten. Maar de foodindustrie mag hierbij het sluitstuk niet vergeten: de consument. Na de aankoop van voedsel en drank is het de consument die grote invloed heeft op de milieu-impact. Dit speelt bijvoorbeeld bij de manier van het bereiden van voedsel en het beperken van afval en verspilling.
Bedrijven beginnen in te zien dat consumenten meer nodig hebben dan alleen advies om bij de aankoop verantwoorde keuzes te maken. We zien inmiddels al instructies over hoe lege verpakkingen het beste gerecycled kunnen worden. De Hema maakt inmiddels zelfs de impact van het elektriciteitsverbruik van haar waterkokers inzichtelijk, met als doel uitstoot van broeikasgasuitstoot te dempen.
“De consument heeft veel invloed op de milieu-impact van voedsel. Dit speelt bij de manier van het bereiden en het beperken van afval en verspilling.”
Slimmer bereiden van voedsel en dranken
Neem bijvoorbeeld het dagelijkse kopje koffie. Het lijkt triviaal, maar het zetten van dat ene kopje vraagt een aanzienlijke hoeveelheid energie. Het Australische 23Degrees Coffee Roasters legt dit haar consumenten perfect uit. En de hoeveelheid rijst die we koken? Vaak veel te veel, wat resulteert in verspilling. Slimme verpakkingen die helpen porties beter af te meten of adviezen voor het langdurig bewaren van bijvoorbeeld brood kunnen helpen de milieu-impact te verminderen. En waarom twee afbakbroodjes opwarmen in een energieverslindende oven? Dat kan veel slimmer in de airfryer.
De rol van de consument in een duurzame voedselketen is cruciaal en beperkt zich zoals gezegd niet tot het kiezen voor duurzame producten. De wijze waarop producten worden gebruikt en geconsumeerd heeft tevens een onmiskenbare invloed op het milieu. Campagnes zoals die van de Stichting tegen Voedselverspilling zijn een stap in de goede richting. Maar er ligt nog een wereld aan mogelijkheden voor marketeers en communicatiespecialisten om, hand in hand met duurzaamheidsexperts, de consument actief te begeleiden in het verminderen van de klimaatimpact na aankoop.
Kortom, het reduceren van broeikasgasemissies stopt niet bij de productie of de keuzes in het winkelschap. Het strekt zich uit tot in onze keukens en aan onze eettafels. Consumenten hebben een machtige rol te vervullen.
Deze column is eerder verschenen op VMT.nl.
Over de auteur
Rob Morren is Sector Banker Food. Rob praat graag met ondernemers over belangrijke ontwikkelingen zoals: samenwerking binnen ketens, bedrijfscultuur, consumentengedrag, verduurzaming en de impact hiervan op de bedrijfsstrategie.
Lees verder in de foodsector
De Nederlandse foodsector is koploper op het gebied van arbeidsproductiviteit en innovatie. Robotisering, digitalisering en duurzaamheid zijn belangrijke thema’s waarop ondernemers zich onderscheiden ten opzichte van veel internationale concurrenten.