Van levensloop naar vitaliteitsregeling

De levensloopregeling wordt opgeheven. Er komt iets nieuws voor in de plaats: de vitaliteitsregeling. De vitaliteitsregeling moet ingaan op 1 januari 2013. Er wordt nog nagedacht over hoe de vitaliteitsregeling in elkaar moet zitten. Het wetsvoorstel voor de vitaliteitsregeling wordt uiteindelijk goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Actuele informatie voor werkgevers

De informatie op deze pagina is onder voorbehoud totdat het nieuwe wetsvoorstel is goedgekeurd. Wij willen u als werkgever alvast informeren, zodat u uw medewerkers tijdig op de hoogte kunt brengen van de veranderingen. Welke zaken er precies veranderen, kunt u onderstaand lezen.

Bent u werknemer?

Ook werknemers willen wij graag tijdig informeren over de wijzigingen binnen de levensloopregeling. Welke zaken er precies voor u als werknemer veranderen, leest u bij de levensloopregeling voor werknemers.

Werknemers met een saldo lager dan € 3.000,-

Werknemers die op 31 december 2011 een saldo hebben dat lager is dan € 3.000,-, kunnen twee dingen doen:
1. Het levenslooptegoed zonder belastingheffing omzetten naar de Vitaliteitsregeling.
2. Het tegoed in 2013 laten uitkeren. Let op: er wordt dan wel loonbelasting ingehouden.

Wanneer en hoe wordt het saldo bepaald?

Het saldo van € 3.000,- is het totaal van het tegoed op de Levensloop Spaarrekening, de tegenwaarde van de beleggingen en de bijgeschreven rente. Deze rente is pas in januari bekend. De deelnemer ontvangt in de eerste helft van januari een kwartaaloverzicht met het totaalsaldo.

De levensloopregeling vervalt

De levensloopregeling wordt per 1 januari 2012 afgeschaft. Alleen werknemers die op 31 december 2011 een saldo van minimaal € 3.000,- op hun rekening hebben staan, mogen gewoon door blijven sparen. De huidige regels van de levensloopregeling blijven dan van kracht.

Willen medewerkers blijven sparen met de levensloopregeling?

Werknemers die deelnemen aan de levensloopregeling, kunnen dit ook na 1 januari 2012 blijven doen. Voorwaarde hiervoor is dat er op 31 december 2011 minimaal € 3.000,- is opgebouwd.
Met de levensloopregeling kunnen werknemers meer sparen dan met de vitaliteitsregeling. Met de levensloopregeling bouwen zij meer spaargeld op in box 1, waardoor zij de vermogensrendementsheffing van 1,2% in box 3 kunt besparen.

Levensloopverlofkorting met de Belastingdienst

Vanaf 1 januari 2012 kunnen werknemers geen levensloopverlofkorting meer opbouwen. Zij behouden wel de rechten, die tot dan toe zijn opgebouwd. De opgebouwde korting wordt verrekend als:

  • de werknemer in de toekomst geld opneemt van de levenslooprekening
  • de werknemer in 2013 de levensloopregeling omzet naar de vitaliteitsregeling.

Vitaliteitsregeling: per 2013

Het kabinet wil de vitaliteitsregeling per 1 januari 2013 in laten gaan. De vitaliteitsregeling wordt bestedingsvrij. Hiermee wordt bedoeld dat deelnemers zelf kunnen bepalen wanneer het tegoed wordt opgenomen en waaraan het wordt besteed.

 

Vitaliteitsregeling: voor (bijna) iedereen

Iedereen die belastingplichtig is en inkomsten heeft ‘uit tegenwoordige arbeid’ kan meedoen met de vitaliteitsregeling. Dat zijn uw werknemers dus. Maar ook ondernemers,  ZZP'ers en zogenoemde resultaatgenieters. Bij de vitaliteitsregeling kunnen uw werknemers maximaal € 20.000,- sparen. Werknemers die op 1 januari 2013 65 jaar of ouder zijn, kunnen niet meer (verder) sparen met de vitaliteitsregeling.

 

Belastingvoordeel bij de vitaliteitsregeling

De inleg op de vitaliteitsregeling is aftrekbaar voor de inkomstenbelasting in box 1. De deelnemer mag maximaal € 5.000,- per jaar fiscaal aftrekken. Zij moeten dan wel een aangifte inkomstenbelasting invullen. Over het saldo hoeven geen vermogensrendementsheffing te betalen in box 3.

 

Opnemen

Over opgenomen geld van de vitaliteitsregeling wordt door de bank 42% loonbelasting ingehouden. Vallen deelnemers in een ander belastingtarief? Dan wordt dat verrekend via de belastingaangifte. Deelnemers die in het kalenderjaar op 1 januari 62 jaar of ouder zijn, mogen maximaal € 10.000,- opnemen. Het saldo moet zijn opgenomen voordat deelnemers de AOW gerechtigde leeftijd hebben bereikt (nu 65 jaar, vanaf 2020 66 jaar).

 

Meer informatie

Op de site de Rijksoverheid kunt u het laatste officiële nieuws over de levensloopregeling nalezen.

Vergeet niet voor deze werknemers de stortingen stop te zetten!

Boekt u als werkgever per ongeluk nog een bedrag in 2012, dan kan dat gecorrigeerd worden. Het bedrag wordt teruggeboekt naar de rekening waar het vandaan komt. Alleen bij een werknemer die 100% spaart, ontvangt u snel het bedrag terug.
Wordt (een deel van) de inleg belegd? Dan moeten beleggingen die met deze inleg zijn aangekocht weer worden verkocht. Dat kan tot koersverlies leiden. U krijgt als werkgever dan niet de hele inleg terug.
Een aanvraag voor terugboekingen van een inleg kan alleen door u als werkgever worden gedaan. U doet dit schriftelijk of via een van onze kantoren.

Zowel een levenslooprekening als vitaliteitsspaarrekening?

Hebben werknemers een levenslooprekening en gaan zij vanaf 2013 ook storten op een vitaliteitsspaarrekening? Dan krijgen zij het levenslooptegoed ook uitgekeerd. Ook dan wordt loonbelasting ingehouden.