
Pionier Healix maakt circulariteit in vezelbranche mogelijk
Visnetten en landbouwplastics recyclen: Healix is de eerste in Nederland die dit mogelijk maakt. Marcel Alberts (45) ging met Healix van start midden in de coronapandemie. “Een bedrijf opzetten zonder mensen fysiek te ontmoeten. Dat had ik twee jaar geleden niet voor mogelijk gehouden.”
Na de fusie van zijn bedrijf tot FibrXL had Marcel afgesproken om nog een paar jaar aan te blijven als directeur. Totdat corona kwam en hij het gevoel kreeg dat dit het moment was om het roer om te gooien in de vezelbranche. Geen producten meer maken van nieuwe materialen, maar ze closed-loop recyclen. De gedachte om dit te doen had hij al langer en de oproep van de Europese commissie aan de branche om hier werk van te maken, werd steeds luider.
“In Frankrijk is het goed geregeld. Daar betalen de makers voor de inzameling van landbouwplastics.”
“Vanuit FibrXL heb ik een hackaton georganiseerd. Samen met klanten, leveranciers en andere partners zijn we gaan sparren hoe we de vezelbranche kunnen omvormen tot een circulaire industrie. Dit en een oproep op LinkedIn leverde zoveel nieuwe ideeën op dat ik er echt voor wilde gaan.” En zo vond hij ook zijn eerste klant: Tama, een Israëlisch bedrijf dat onder meer strotouwtjes maakt. Via Tama kwam hij in contact met de Franse inzamelaar van landbouwplastic, die een gegarandeerde jaarlijkse stroom van 2,5 miljoen kilo aan strotouwtjes kon toezeggen. “In Frankrijk is de inzameling van landbouwplastics goed geregeld, want de makers betalen ervoor”, legt Marcel uit. “Voorheen werden er onder meer bermpaaltjes van de strotouwtjes gemaakt, maar wij zorgen voor closed-loop recycling.”
Tulpennetten recyclen
Met de toevoer uit Frankrijk is de helft van de capaciteit van de fabriek gevuld. De andere helft wordt gevuld door het recyclen van tulpennetten uit Nederland. “Die gingen eerst naar Azië maar dat mag vanwege nieuwe regelgeving niet meer. Ik hoop dat het lukt om er weer nieuwe tulpennetten van te maken en anders wordt het regranulaat gebruikt voor bijvoorbeeld nieuwe buizen of shampooflessen. Maar we zitten nog midden in het ontwikkelingsproces.“
“Eigenlijk vind ik dat afval moet worden verwerkt op de plek waar het ontstaat.”
Marcel geeft toe dat het niet ideaal is om Frans afval in Nederland te verwerken. “Eigenlijk vind ik dat afval moet worden verwerkt op de plek waar het ontstaat. Als Healix in Nederland goed draait, kunnen we misschien een fabriek in Frankrijk opzetten. Daar is bovendien nog meer textielafval dat we zouden kunnen verwerken. Voordeel is ook dat er dan weer ruimte komt in de Nederlandse fabriek. Er is al een Nederlands bedrijf dat bigbags closed-loop wil recyclen."
Visnetten zou Marcel ook graag closed-loop willen recyclen. “Probleem daarbij is dat het geen homogene afvalstroom is. Het afval moet eerst worden voorgesorteerd voordat wij het kunnen verwerken. Ik zit nu in een werkgroep van de Europese commissie die bekijkt hoe we ervoor kunnen zorgen dat visnetten wel uit één materiaal gemaakt worden.”
Belangrijke rol relatiemanager
Omdat Healix een startup is, was het niet makkelijk om de financiering rond te krijgen. “We hadden een fors bedrag nodig. Vanwege de subsidie die we hadden gekregen, moesten we eigenaar van de machines worden. Daardoor viel operational lease af en financial lease krijgen startups meestal niet. Geurt Jansen, onze relatiemanager bij ABN AMRO, is echt een topper. Hij heeft met ons meegedacht en heel erg zijn best gedaan om ons binnen te halen”, vertelt Marcel enthousiast. Naast het eigen vermogen dat hij erin stopte en de subsidie, waren er nog twee investeerders. Een ervan is Tama. “In ruil voor een investering vroegen ze ons om een oplossing te zoeken voor netten die zij maken en die niet gerecycled kunnen worden. Dat alles bij elkaar zorgde ervoor dat de financial lease rond is gekomen.”
Buitenland
In het eerste kwartaal van 2022 moet Healix gaan draaien. Plannen voor de toekomst zijn er volop. “Ik verwacht dat er een wedloop komt op grondstoffen, nu recycling steeds belangrijker wordt. Op dit moment is er weinig belangstelling voor afgedankte touwen en netten, maar dat kan snel veranderen. Willen we gaan uitbreiden naar andere landen, dan moeten de fabrieken verzekerd zijn van toevoer. In Noorwegen en Canada weet ik dat dat gegarandeerd is. We zijn nu ook in India in gesprek over closed-loop recycling. Maar laten we eerst maar kijken hoe Healix in Nederland gaat draaien. Als die fabriek zich bewezen heeft, kunnen we gaan uitrollen naar het buitenland.”