De actuele stand van zaken rondom box 3: sparen en beleggen in Nederland

In Box 3 betaal je belasting op inkomen uit sparen en beleggen. Hier is de laatste jaren veel veranderd. Daarom is het belangrijk om te weten hoe het nu werkt en wat er in de komende jaren gaat veranderen. In dit overzicht lees je hoe het huidige systeem werkt, wat de tegenbewijsregeling inhoudt en wat er vanaf 2028 waarschijnlijk gaat veranderen.
Het huidige systeem: belasting op basis van een forfaitair rendement
Op dit moment betaal je belasting over een forfaitair rendement. Dat betekent dat de overheid een inkomen vaststelt dat je denkbeeldig met je vermogen zou hebben behaald.
Het vermogen in box 3 wordt verdeeld in drie groepen:
- Spaartegoeden: bijvoorbeeld je bank- en spaarrekening
- Overige bezittingen: beleggingen, tweede woningen, crypto
- Schulden: deze mag je boven een bepaalde grens aftrekken
In 2026 is het heffingsvrije vermogen € 59.357 per persoon (of € 118.714 voor fiscale partners). Over alles daarboven wordt een fictief rendement berekend:
- Spaargeld: 1,28%
- Beleggingen: 6,00%
- Schulden: −2,70%
Over dit berekende rendement betaal je 36% belasting.
Tegenbewijsregeling: belasting op werkelijk rendement
Soms klopt het fictieve rendement helemaal niet met wat je echt hebt verdiend. Voor die gevallen geldt een tegenbewijsregeling.
Als je door deze regeling kunt laten zien, dat je werkelijke rendement lager was, dan kun je kiezen voor belastingheffing over het echte rendement. Dit is vooral handig in jaren waarin je verlies hebt gemaakt of weinig opbrengst hebt gehad.
Let op: alleen rentekosten tellen mee als kosten in deze regeling, andere kosten niet.Vanaf 2028: belasting op werkelijk rendement
De overheid wil vanaf 2028 overstappen naar een systeem waarbij je belasting betaalt over wat je daadwerkelijk aan rendement hebt genoten. Dit voorstel ligt nu in de Tweede Kamer.
In het nieuwe systeem worden twee soorten systemen gebruikt:
1. Vermogensaanwasbelasting
Dit wordt voor bezittingen en schulden het standaardmodel.
Je betaalt belasting over:
- inkomsten zoals rente, dividend, huur of pacht
- de waardestijging van bezittingen (ook als je nog niet verkocht hebt)
Dus: stijgt een aandeel in waarde? Dan betaal je daarover in dat jaar al belasting, ook als je het aanhoudt. Daalt het in waarde? Dan mag je het verlies verrekenen.
2. Vermogenswinstbelasting
Voor panden in box 3 en aandelen van een startende onderneming geldt de vermogenswinstbelasting.
Hierbij betaal je belasting over:
- huurinkomsten op het moment dat je ze ontvangt
- de waardestijging op het moment dat je het pand verkoop
Voor niet‑verhuurde panden geldt een forfait van 3,55% van de WOZ-waarde of de waarde in het economisch verkeer
Bij echtscheiding, overlijden of schenken moet ook met de fiscus worden afgerekend, ook als er geen geld beschikbaar komt.
Voor beide systemen geldt dat de winst met aftrekbare kosten mag worden verminderd.Onzekerheden
Het wetsvoorstel is nog niet definitief. De Tweede Kamer bespreekt het nog en het kan worden aangepast. Omdat grote wijzigingen tot hoge kosten zullen leiden, is de verwachting dat de Tweede Kamer akkoord gaat. Mogelijk dat grote wijzigingen later worden ingevoerd. Daarom is het verstandig om ontwikkelingen goed te blijven volgen.
