Trends in de huisartsenzorg

5 trends voor huisartsen

Onze specialisten bespreken de 5 belangrijkste ontwikkelingen in de huisartsenbranche. Wat staat u te wachten?

  1. Werkdruk

    De huisarts kampt met een hoge werkdruk, mede door de veranderende zorgvraag. De zorgvraag is de hoeveelheid zorg die een patiënt nodig heeft en vraagt. De vergrijzing en de stijging van het aantal mensen met één of meerdere chronische aandoeningen zijn hier belangrijke oorzaken van.

    Veranderingen in de ggz, jeugd- en ouderenzorg hebben in de afgelopen jaren ook meer druk op de huisarts gezet. De juiste zorg op de juiste plek vereist een goed georganiseerde eerste lijn met de huisarts als regisseur. Een huisarts kan niet meer zonder de praktijkmanager en naast de doktersassistenten wordt het palet aan taakverdeling en personeelsleden steeds uitgebreider. Denk hierbij aan de inhuur van zzp’ers (POH’s) en waarnemers. Het komt ook voor dat de huisartsen personeel en praktijkmanagers delen. De manager verdeelt de taken, beheert de bekostiging van de verschillende praktijken, zorgt dat de praktijk op orde is en toetst op kwaliteit richting de zorgverzekeraars. Uiteraard altijd in nauw overleg met de praktijkhouder.

    Steeds vaker worden andere zorgverleners, zoals praktijkondersteuners, physician assistants (PA) of verpleegkundig specialisten (VS) ingezet in de huisartsenpraktijk of op de huisartsenpost om werkzaamheden van de huisarts over te nemen. Op dit moment werken er zo’n 100 PA’s en 200 VS’en in Nederland. Zij nemen gehele behandelingen over van de huisarts, waardoor deze meer tijd heeft voor meer complexe zorgvragen. Onderzoek wijst uit dat dit leidt tot betere kwaliteit van zorg, kortere wachttijden voor de patiënt en verlaging van de werkdruk. De patiënttevredenheid blijkt hoog. Sinds 2013 worden er extra PA’s en VS’en met behulp van een stimuleringssubsidie van VWS opgeleid specifiek voor de huisartsenzorg. Per 1 september 2018 zijn er met behulp van deze subsidie 75 extra VS’en en PA’s opgeleid. In het hoofdlijnenakkoord is daarnaast afgesproken dat het ministerie jaarlijks 700 bekostigde opleidingsplekken voor PA en VS beschikbaar stelt (zorgbreed) en dat partijen de komende jaren minimaal 75 leerwerkplekken voor PA’s (30) en VS’en (45) in de huisartsenzorg realiseren.

  2. Van patiënt naar zorgconsument

    De zorgvraag van de patiënt staat steeds meer centraal. Ook de huisarts weet dat zijn functie verandert. Zijn rol groeit doordat steeds meer taken van de tweedelijnszorg verschuiven naar de eerstelijnszorg. De focus ligt hierbij op preventie en zelfzorg. En ook het vlotter doorverwijzen naar de juiste zorgverlener binnen de praktijk of samenwerkingspartners zoals fysio en psycholoog.

    De hoeveelheid zorg die een patiënt nodig heeft, neemt verder toe. De vergrijzing en de stijging van het aantal mensen met één of meerdere chronische aandoeningen zijn hier belangrijke oorzaken van. De zorgverlening komt daarom steeds meer te liggen bij de oudere patiënt.

    Veranderingen in de ggz, jeugd- en ouderenzorg hebben in de afgelopen jaren ook meer druk op de huisarts gezet. De normpraktijk, het aantal ingeschreven patiënten per fulltime werkende huisarts-eigenaar, gaat daardoor flink omlaag. Wel verwachten we dat de zorgvraag en daarmee de omvang van de praktijk in omvang toeneemt.

    Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat steeds meer zorgverleners gaan samenwerken. En dat steeds meer disciplines zich bij een huisartsenpraktijk aansluiten. De zorg blijft dus bestaan. Dat niet alleen: door deze samenwerking (en coaching) blijft de huisarts bovendien voldoen aan de wensen van de zorgconsument.

  3. Samenwerken en netwerken

    De eerstelijnszorg groeide in 2018 sneller dan de tweedelijnszorg. De afgesproken overheveling van zorg van de tweede naar de eerste lijn, met het oog op kostenverlaging en kwaliteitsverhoging, stimuleert de eerstelijns groei. De onderhandeling tussen huisartsen en zorgverzekeraars zit vooral in de zorgvernieuwingsgelden (S3-gelden). Daarvoor moet je wel goed georganiseerd zijn om te kijken wat er in een regio speelt. Per regio verschilt wat er moet gebeuren om de zorg te verbeteren.

    De organisatie van de eigen praktijk en de samenwerking met andere zorgverleners is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden voor huisartsen. Binnen de eerste lijn werken huisartsen samen met onder meer apotheken, fysiotherapeuten, thuiszorgorganisaties, wijkteams, gemeenten, diëtisten en logopedisten. Bínnen de praktijk vraagt de herverdeling van taken, bijvoorbeeld taken die worden gedelegeerd aan de assistenten, om een strakkere organisatie. Een goede afstemming met de tweede lijn wordt steeds belangrijker door de overheveling van zorgtaken.

    Tevens ontstaan samenwerkingsinitiatieven tussen verschillende huisartsen onderling, in de regio en tussen verschillende zorgaanbieders in de keten. Deze samenwerkingsverbanden dragen eraan bij om het werk van de huisarts en de zorg rond de patiënt op een betere manier te managen.

    Huisartsen zijn vaak de initiatiefnemer voor de realisatie van gezondheidscentra. Naast de reguliere eerstelijns zorgverleners zoekt ook de medisch specialist steeds vaker toenadering omdat die ook dicht bij de patiënt wil werken. Heel vaak wordt er dan een ruimte gehuurd.

  4. Praktijkopvolging en praktijkwaardering

    Praktijkoverdracht is een belangrijke trend: praktijkhouders die gaan overnemen of toetreden, of zich juist laten overnemen. Het is niet altijd eenvoudig om een opvolger te vinden. Aan de ene kant komt dit door het groeiende aantal vrouwelijke artsen. Deze artsen werken het liefst in (parttime)dienstverband. Aan de andere kant zijn er veel jonge artsen die liever in grote steden werken dan in de regio. Sommige huisartsen anticiperen hierop door hun praktijken alvast te verplaatsen naar een gezondheidscentrum. Anderen zorgen voor een moderne, toekomstgerichte praktijkvoering met goed opgeleid personeel.

    Bij een overname is een belangrijke vraag of de betaling van goodwill gerechtvaardigd is. Vanuit maatschappelijk oogpunt is dit een lastige discussie. Bekend punt uit het verleden is dat als er aan een goodwillfonds is betaald, er maatschappelijke ongelijkheid ontstaat binnen een praktijk op het moment dat een huisarts toetreedt. Aan de andere kant is het bedrijfseconomisch gezien logisch dat sommige praktijken goodwill betalen. Er is immers geïnvesteerd en er wordt winst gemaakt. Over het algemeen wordt dit gebaseerd op een vergoeding per patiënt of op de contante waarde van de overwinst van de onderneming. Er zijn grote regionale verschillen.

    Deze vraag speelt niet bij de overdracht van apotheekhoudende praktijken. Deze overdrachten worden hetzelfde gezien als een overname van een apotheek. Voor financiering is de zekerheid van belang: door samenwerkingen aan te gaan met fysiotherapeuten en apothekers binnen gezondheidscentra zijn zorggelden zeker gesteld, maar is men in staat om in de toekomst ook de zorggelden naar de praktijk te halen? Welke taken gaat de huisarts in de toekomst doen? En passen deze taken bij de visie?

  5. Innovatie

    Het onderscheidend vermogen van een praktijk is belangrijk. Dit vraagt om ondernemerschap, innovatie en creativiteit van de huisarts en zijn medewerkers. Innovatie levert een belangrijke bijdrage aan de productiviteit en de kwaliteit van de zorg. Denk aan digitale gegevensuitwisseling (elektronisch patiëntendossier) en de inzet van kunstmatige intelligentie.

    In 2018 zijn het de huisartsen die ‘digitaal’ de meeste dossiers bijhouden van patiënten in Nederland. Dankzij E-health kunnen patiënten meer zelfregie nemen en de huisarts wat werkdruk betreft ontlasten. E-health wordt ook steeds meer ingezet voor preventie en gezondheid: met deze informatie wordt zelfregie en zelfredzaamheid bevorderd, met meer gezond gedrag als resultaat. Dit zal de kwaliteit van leven verhogen en de zorgkosten verlagen.

    Innovatieve apparatuur verbetert de behandelmethoden. Verschillende huisartsenpraktijken maken inmiddels goed gebruik van deze innovaties. Echter de huisartsen zullen moeten opschakelen en hier meer de focus op moeten hebben willen ze blijven voldoen aan de wensen van de patiënt van morgen.


    Dit artikel is geschreven door sectorspecialisten Rob Boelens, Els Hogenbirk, Maarten den Heijer en Winston Texel.
Tip