Trends in de mondzorg

Wat gebeurt er in de mondzorg? 5 trends

Wat zijn de verschillende trends binnen de mondzorg? De sectorspecialisten van deze branchegroep bespreken de 5 belangrijkste ontwikkelingen.

  1. Ketenvorming en private equity

    Het aantal praktijken dat onderdeel uitmaakt van een keten, is in 2018 verder gegroeid. Naar schatting 5 tot 10% van de praktijken zijn onderdeel van een keten. Bestaande ketens breiden uit en er zijn nieuwe toetreders. Samenwerkende Tandartsen is in 2017 overgenomen door DentConnect. De grootste ketens zijn DentConnect (165 praktijken), Dental Clinics (84 praktijken), Kies Mondzorg (12 praktijken) en Fresh Mondzorg (14 praktijken).

    De ketens hanteren een ‘buy and build’-strategie en hebben een uitgesproken visie op overnames. Ze groeien door het doen van acquisities en het integreren van deze praktijken. Het soort praktijk, de potentie en de geografische ligging zijn hierbij vaak bepalend. Door de vorming van ketens zijn er efficiency-voordelen te behalen op het gebied van inkoop en administratie.

    Patiënten krijgen hierbij kortingen die aanbieders in de mondzorg ontvangen bij de inkoop van materialen en technieken, volledig doorberekend. Ook externe investeerders ontdekken de sector. Private equity-bedrijven nemen steeds vaker deel in een keten van tandartspraktijken.

  2. Capaciteitstekort tandartsen

    Jaarlijks treden er ongeveer 210 tandartsen toe op de arbeidsmarkt. Aan de andere kant gaan er jaarlijks circa 300 tandartsen met pensioen. Het aantal (vrouwelijke) tandartsen dat afstudeert en niet fulltime gaat werken neemt toe. Landelijk ligt de ratio op 1.940 inwoners per tandarts. Regionaal zijn hierin duidelijke verschillen: zo is de ratio in de provincie Noord-Holland 1.445 en in Zeeland 2.685. In de krimpgebieden neemt het aantal tandartsen relatief sterker af.

    De instroom van buitenlandse tandartsen vangt dit tekort op. Nederland erkent diploma’s van tandartsen die uit ander landen in de Europese Unie komen. Om een registratie in het BIG-register te krijgen, een vereiste om in Nederland handelingen als tandarts te verrichten, zijn tandartsen sinds 2017 verplicht Nederlands te leren.

    Al langere tijd is er overleg tussen politiek en beroepsorganisaties om het tekort deels op te lossen door de bevoegdheden van mondhygiënisten te verruimen (taakherschikking). Minister Bruno Bruins van Medische Zorg en Sport wil dat mondhygiënisten die de huidige 4-jarige opleiding Mondzorgkunde hebben gevolgd meer handelingen gaan doen. Denk hierbij aan zelfstandig verdoven, röntgenfoto’s maken en eerste gaatjes (primaire caviteiten) boren. Zonder toezicht of opdracht van een tandarts.

    Bruins denkt dat dit ervoor zorgt dat zorgverleners worden ingezet waarvoor ze zijn opgeleid. Tandartsen krijgen zo meer ruimte voor complexe mondzorg, zorg waar een academische opleiding voor nodig is.

    Het gaat vooralsnog om een tijdelijke zelfstandige bevoegdheid voor maximaal 5 jaar. Tijdens dit experiment onderzoekt men of de taakherschikking inderdaad leidt tot betere inzet van de capaciteit van mondhygiënisten en tandartsen binnen hun vakgebied. De bedoeling is om 1 januari 2020 te starten. Beroepsorganisaties KNMT en ANT hebben zich tegen deze verruiming van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) uitgesproken. Zij vrezen voor de patiëntveiligheid en de kwaliteit van de mondzorg.

  3. Schaalvergroting

    Er zijn ongeveer 4.600 tandartspraktijken. Er is sprake van toenemende samenwerking binnen de mondzorg in de vorm van een teamconcept. Deze manier van samenwerken is de afgelopen jaren sterk gestegen.

    Specialisten voeren bepaalde deelbehandelingen uit en delegeren daarnaast bepaalde taken. Bijvoorbeeld naar een preventieassistente die is gespecialiseerd in een bepaalde verrichting. De tandarts houdt de regie en eindverantwoordelijkheid. De praktijken zijn hierdoor gemiddeld genomen groter en het patiëntenbestand stijgt door autonome groei en lokale overnames. Het aantal solisten neemt af.

    Schaalvergroting brengt efficiencyvoordelen met zich mee. Door schaalvergroting is meer differentiatie mogelijk. Daarnaast zien wij het ontstaan van dentale inkoopcoöperaties. De jongere generatie tandartsen werkt vaak bij voorkeur samen met anderen in een middelgrote of grotere praktijk.

  4. Invoering opdrachtgeversverklaring en alternatieve samenwerkingsvormen

    De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) volgde in mei 2016 de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) op. Vanaf het begin zorgde dit voor veel onduidelijkheid en onrust. De Belastingdienst heeft daarom beloofd de wet tot januari 2020 niet te handhaven. De periode van het niet-handhaven heeft echter geen invloed op de beoordeling van het ondernemerschap van de opdrachtnemer onder de huidige regelgeving. De Belastingdienst beoordeelt achteraf of een tandarts-zzp is aan te merken als ondernemer voor de Wet Inkomstenbelasting.

    Minister Koolmees heeft laten weten dat de wijziging van de Wet DBA niet voor 2021 gereed zal zijn. Maatregelen om te komen tot bescherming van zelfstandigen met een laag tarief vragen meer tijd. In het regeerakkoord is aangegeven dat de Wet DBA zal worden vervangen door nieuwe regels. Er werden drie criteria genoemd die zouden gaan bepalen of iemand zelfstandige is: 

    • Het tarief dat wordt betaald
    • De lengte van de opdracht
    • De aard van de werkzaamheden

    Het kabinet heeft ook aangegeven dat zij een verduidelijking wil van de term gezag. Per 1 januari 2019 is in het Handboek Loonheffing een uitgebreide toelichting opgenomen. Met behulp van deze toelichting kunnen opdrachtgevers beoordelen of sprake is van een gezagsverhouding. Ook wordt een webmodule ontwikkeld waarbij opdrachtgevers via het invullen van een aantal vragen eventueel een opdrachtgeversverklaring kunnen krijgen. De verwachting is dat deze webmodule eind 2019 gereed zal zijn.

    Op dit moment is er dus nog geen duidelijkheid hoe de nieuwe regeling er exact uit komt te zien. Het standpunt dat de huidige Wet DBA niet gehandhaafd zal worden tot 2020 blijft in ieder geval wel van kracht. Vanzelfsprekend houden wij alle ontwikkelingen nauwlettend in de gaten.

    Tot die tijd biedt de overeenkomst van opdracht voldoende ondernemerskenmerken om ook daadwerkelijk als ondernemer door te gaan. Belangrijk is dat de ondernemer daadwerkelijk voldoet aan de kenmerken. Dus: declareren onder eigen naam / AGB-code, debiteurenrisico lopen, actief opdrachten werven, in materiële zin investeren en dergelijke.

    Op basis van bovenstaande verwachten wij dat de variantmaatschap aan populariteit wint. Daarnaast is het denkbaar dat er nieuwe samenwerkingsvormen ontstaan met als doel het ondernemerschap te waarborgen.

  5. Toenemende regeldruk

    Hoewel de overheid de regeldruk voor zorgaanbieders/zorgverleners tot een minimum wil beperken, ervaart de branche een toenemende regeldruk.
    Naast de bestaande richtlijnen omtrent infectiepreventie in mondzorgpraktijken (WIP richtlijnen/Wet op Infectiepreventie) zijn er diverse nieuwe regels en richtlijnen.

    1. De Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg (Wkkgz) regelt 2 belangrijke zaken: kwaliteit en klachtrecht. De Wkkgz verplicht tandartsen om te beschikken over een klachtenregeling die voldoet aan de huidige eisen hiervoor. Ook moeten tandartsen aangesloten zijn bij een erkende geschilleninstantie. Doel van deze wet is om de rechtspositie van cliënten te verbeteren.
    2. Vanaf 2018 zijn tandartspraktijken verplicht om de inkoopkosten van materiaal en techniek op de praktijkwebsite te vermelden. De Nationale Zorgautoriteit (NZa) wil dat patiënten aan de hand van deze informatie verschillende aanbieders kunnen vergelijken.
    3. Op 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. Die stelt strengere eisen aan organisaties die persoonsgegevens verwerken. Mondzorgpraktijken moeten aantonen dat zij aan de nieuwe wetgeving voldoen. Ook moeten zij hebben nagedacht over het privacybeleid binnen de praktijk. Bijvoorbeeld door het opstellen van een privacyreglement.
    4. Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) waarbij een vergunningsplicht geldt voor nieuwe toetreders met meer dan 10 zorgverleners.
    5. De Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) is op een aantal onderdelen per 1 april 2019 gewijzigd. In de wetswijziging is opgenomen dat BIG-geregistreerden verplicht zijn om hun registratienummer te vermelden zodat dit zichtbaar is voor patiënten. Het BIG-nummer moet ook op alle facturen en op websites staat. De wens om het BIG-nummer bekend te maken komt voort uit grotere transparantie en duidelijkheid voor de patiënt. Via dit nummer kan een zorgverlener namelijk snel en makkelijk worden teruggevonden in het BIG-register. Hierdoor kan een patiënt goed zien of een zorgverlener daadwerkelijk bevoegd en voldoende gekwalificeerd is. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zal voorlopig niet handhaven op het zichtbaar voeren van het BIG-nummer.

    Dit artikel is geschreven door sectorspecialisten Thera Evers, Arjan Wijnands en Nancy Jonkman-Koenis.

Tip