Dividendbeleggen – Nu even pijnlijk, kansrijk op lange termijn

 

29 mei 2020 - Onlangs heeft Royal Dutch Shell een dividendverlaging aangekondigd. Dat is voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog en dus uitzonderlijk. Dividenduitkeringen staan normaal gesproken bekend om hun voorspelbaarheid en aandeelhouders hechten daar dan ook veel waarde aan. Maar in extreme tijden, zoals nu tijdens de pandemie, blijkt dividend dus niet altijd heilig. In dit stuk kijken we naar de verwachtingen rondom dividendverlagingen, en ook naar hoe deze uitpakken voor beleggingsfondsen met een dividendstrategie.

Dividend onder druk

Met een ongekende snelheid en kracht heeft het coronavirus de wereldwijde economie in een diepe recessie geduwd. Het herstel zal de nodige tijd vergen in een vooralsnog onduidelijk patroon. Door lockdowns staan winsten in sommige bedrijfstakken sterk onder druk. Zelfs zodanig, dat nogal wat ondernemingen – in sommige situaties met wat aansporing van de toezichthouders - ertoe overgaan om winstuitkeringen (oftewel: dividenden) te verlagen, uit te stellen of zelfs tijdelijk te schrappen. Ook de voorwaarden voor het verkrijgen van staatssteun omtrent bonussen, aandeleninkoop of dividend kan het uitkeren van dividend onder druk zetten. Dit is met name terug te zien in de cyclische sectoren zoals energie, financiële instellingen en industrie. Als gevolg daarvan gaan veel dividendbeleggers door een lastige periode.

Hoe groot is de impact nu?

De vraag is nu: wat kunnen dividendbeleggers verwachten? Voorspellingen over de omvang van de impact vragen uiteraard om de nodige voorzichtigheid, omdat alles staat of valt met het antwoord op de vraag hoelang de lockdown nog duurt, hoe snel het herstel is en of er al dan niet een tweede golf van de epidemie komt.

Er zijn echter verschillende manieren om een inschatting te maken van wat de omvang van de dividendverlagingen dit jaar zal zijn. Een goede en bruikbare richtlijn voor aandelenmarkten in brede zin, die ook wordt gebruikt door institutioneel vermogensbeheerder Northern Trust, is de futuresmarkt voor dividendverwachtingen. Op deze futuresmarkt valt te zien hoe de markt toekomstige dividenden inschat.

Op dit moment wordt op de futuresmarkt voor het lopende jaar in de VS een dividendverlaging verwacht van ongeveer 20%; voor Europa bedraagt dit ongeveer 35% en voor Azië ongeveer 10-15%. Uit een samengestelde schatting op basis van de MSCI World index kunnen we dan een dividendverlaging voor 2020 afleiden van 24%. Tot nu toe hebben de bedrijven bij elkaar genomen een dividendverlaging van 13% aangekondigd. Volgens de futuresmarkt moet er dus nog rekening worden gehouden met verdere verlagingen.

Grotere impact in Europa

Vanuit een regionaal perspectief valt op dat dividendverlagingen Europa zwaarder lijken te treffen dan de VS en Azië. Dit kan verklaard worden doordat het dividendrendement in Europa bij aanvang van de coronacrisis hoger was dan in de VS. Daaraan gerelateerd is ook de samenstelling van de Europese aandelenindices, die beduidend anders is dan in de VS. Omdat Europa een zwaardere weging heeft van de sectoren energie, financiële instellingen en industrie, waar het gros van de dividendverlagingen plaats zullen vinden, is de impact in Europa groter dan in de VS of Azië.

Verschillen tussen dividendfondsen

Zoals aangegeven, geldt deze inschatting van dividendverlagingen voor de brede markt. Voor beleggingsfondsen met een specifieke dividendoriëntatie ligt dit percentage waarschijnlijk niet veel anders. Per saldo verwachten we dat de dividenduitkering van dividendfondsen dit jaar ongeveer 15% tot 35% lager zal zijn dan voorgaande jaren. De impact hangt daarbij voor een groot deel af van de gekozen dividendstrategie van het beleggingsfonds.

Er zijn grofweg twee typen dividendstrategieën. Aan de ene kant zijn dat strategieën die expliciet zoeken naar de hoogste dividendrendementen en daardoor vaak de nadruk op het zogeheten waardebeleggen hebben liggen. Dergelijke beleggingsfondsen selecteren vooral bedrijven met dividendrendementen boven de 3%. Deze bedrijven zijn doorgaans te vinden in de ‘volwassen’ sectoren die wat gevoeliger zijn voor de economische cyclus, zoals energie, financiële instellingen en industrie.

Aan de andere kant zijn er strategieën die zich meer richten op defensieve beleggingen met de focus op kwaliteit en stabiele groei, en minder op waardering. Dergelijke fondsen zoeken ook een bovengemiddeld dividendrendement, maar proberen de gevoeligheid voor de economische cyclus te beperken door meer te beleggen in traditioneel defensieve sectoren zoals consumptiegoederen, gezondheidszorg en nutsbedrijven.

Uiteraard zijn er ook mengvormen. Daarbij leggen beleggingsfondsen een lichte nadruk op waardebeleggen, doordat ze binnen sectoren op zoek gaan naar bedrijven die een bovengemiddeld dividendrendement hebben. Tegelijkertijd houden deze fondsen de positionering in regio’s en sectoren min of meer neutraal ten opzichte van de benchmark, of referentie-index. Hierdoor blijft het fonds dichter bij de referentie-index dan een dividendstrategie met een uitgesproken waardestijl of duidelijk defensieve oriëntatie.

Dividendfonds aantrekkelijk voor de lange termijn

Op basis van historische reeksen blijkt dat beleggingsfondsen met een dividendstrategie gericht op de lange termijn een aantrekkelijk rendement bieden. Vooral als de ontvangen dividenden systematisch worden herbelegd blijkt dat met een gematigd risico een beter dan gemiddeld rendement kan worden behaald, mits er sprake is van een lange horizon en een goede spreiding.

De impact van de coronacrisis op dividenduitkeringen is op de korte termijn natuurlijk een onaangename tussentijdse tegenwind, zeker als het herstel van dividendbetalingen richting het oude niveau een aantal jaren duurt. Toch is de uiteindelijke impact van deze tussentijdse verlaging op de lange termijn naar verwachting beperkt van aard.

Bovendien is het mogelijk dat in een extreem lage renteomgeving, waarin we ons waarschijnlijk voor een langere tijd zullen bevinden, een strategie gericht op dividendinkomsten wel eens verder aan populariteit zou kunnen winnen.

Paul van Doorn – Senior Equity Manager

Jan-Willem Meulenkamp – Senior Fund Advisor