Javascript is required Winnaars en achterblijvers - ABN AMRO

Winnaars en achterblijvers

Economen benoemen de afgelopen tijd steeds meer een opvallend fenomeen binnen de Amerikaanse economie: de zogenaamde K-economie. Daarmee doelen ze op de vorm van de letter K waarbij de bovenste ‘arm’ van de letter wijst op een deel van de economie dat verbetert en de onderste ‘arm’ juist op een deel dat verslechtert. Er zijn grote verschillen tussen arm en rijk, groei en krimp, ‘haves’ en ‘have nots’. Het verschil tussen winnaars en achterblijvers groeit steeds verder. We zien dit ook op aandelenmarkten. Hoe profiteren we daarvan als beleggers?

De afgelopen jaren zijn de verschillen onder Amerikaanse consumenten gegroeid. Beleggingen hebben het goed gedaan, maar daar hebben vooral rijke Amerikanen van geprofiteerd.  De 10% rijkste Amerikanen bezitten 87% van de aandelenmarkt, de armste 50% slechts 1,1%. Tegelijkertijd zijn die 10% rijksten goed voor 50% van de totale consumentenuitgaven. Hoewel de onderkant gebukt gaat onder inflatie en stijgende werkloosheid, draagt de bovenkant met hun uitgaven nu dus de economie.

We zien het principe van de K-economie ook op de beurs. Er ontstaat een steeds duidelijker verschil tussen winnaars en achterblijvers. De S&P 500 index met de grootste Amerikaanse bedrijven doet het al jaren beter dan de mid- en small-cap indices met kleinere bedrijven. En dat is niet zonder reden. De winstmarges van de grote bedrijven liggen hoger en groeien terwijl die van de kleinere bedrijven juist dalen. En zelfs binnen de S&P 500 zien we dat de grote jongens – AI gerelateerde techbedrijven uit de “magnificent 7” – de rendementen domineren en een steeds groter onderdeel van de index vormen.

De grotere concentratie en hogere waarderingen die daarbij komen kijken zijn zeker een risico, maar er staan genoeg positieve factoren tegenover. Hoge groei en winsten gecombineerd met sterke balansen rechtvaardigen de verhoogde waarderingen, terwijl ook de grote trends in de VS positief zijn. Het gros van de AI-investeringen vindt daar plaats, de overheid blijft stimuleren en dereguleren, en renteverlagingen van de Fed zijn nóg een plus.

Wij denken dat deze verschillen tussen de ‘haves’ en ‘have nots’, de groten en kleinen, en de winnaars en achterblijvers kunnen doorzetten. Deze structurele trends zorgen ervoor dat we recent positiever zijn geworden over Amerikaanse aandelen ten koste van Europa. ‘Achterblijver’ Europa heeft zeker geen slechte hand, maar die van de dominantere VS lijkt op dit moment simpelweg beter.

Lees ook