Vermogend maar wel met schulden

René Bruel
Specialist Kenniscentrum ABN AMRO
19-03-2020

Een schuld heb je meestal omdat je het geld voor een aankoop niet zelf hebt. Denk aan een woninghypotheek. Maar wat als u opeens over een groot bedrag beschikt, bijvoorbeeld na een erfenis? Kunt u dan beter de schuld aflossen of niet?

 

Rendementskwestie

Aan het hebben van schulden zit zowel een financiële als een emotionele kant. Niet iedereen voelt zich happy bij het hebben van schulden. Sommige mensen beginnen überhaupt niet aan het maken van schulden. Of gebruiken elke cent die zij over hebben om schulden direct af te betalen. Maar zuiver geredeneerd vanuit een financiële benadering is het in wezen een rendementskwestie.

Je kijkt dan naar de netto kosten van het hebben van een schuld, na verrekening van het eventuele belastingvoordeel. En vergelijkt die met het netto rendement – na kosten en belastingen – dat je eigen geld naar verwachting zal opbrengen. Wanneer het netto rendement hoger is dan de netto kosten van de schuld, is het voordelig om de schuld te laten bestaan. Maar maak je minder netto rendement dan de netto kosten, dan is het voordeliger om de schuld af te lossen.

Bepalen netto rendement

Om te bepalen wat je netto overhoudt van het rendement op je vermogen in box 3, moet je ook rekening houden met de belasting die nog van dat rendement afgaat. De belasting in box 3 wordt ook wel ‘vermogensrendementsheffing’ genoemd. Het werkelijk behaalde rendement is daarbij niet van belang. Je betaalt belasting over een forfaitair vastgesteld rendement. Dus ook als je geen rendement hebt ontvangen.

In het huidige box 3-stelsel worden alle bezittingen (en schulden) op een hoop geveegd. Van het netto saldo blijft een bedrag van ruim € 30.000 per persoon vrijgesteld, het heffingvrije vermogen. Over het meerdere berekent men in 3 vermogensschijven een forfaitair rendement, oplopend van 1,79% tot 5,28% (cijfers 2020). Over het totaal aan forfaitair inkomen betaal je 30% belasting. De effectieve belastingdruk als percentage van het vermogen in box 3 bedraagt 0,54% (30% x 1,79%) in de eerste vermogensschijf tot ruim € 72.000 per persoon. In de tweede schijf die loopt tot grofweg € 1 miljoen per persoon is dat 1,26% (30% x 4,19%). En over al het meerdere geldt het maximum van 1,58% (30% x 5,28%).

Schuld in box 3

Om de netto kosten van een schuld te bepalen, moet je de rente die je over de schuld betaalt corrigeren met het belastingvoordeel dat de schuld oplevert. Het maakt daarbij een groot verschil of de schuld fiscaal gezien in box 1 of in box 3 zit. In de meeste gevallen zit een hypotheek voor de eigen woning (hoofdverblijf) in box 1. Andere schulden zitten meestal in box 3. Laten we eerst eens kijken hoe het zit met schulden in box 3. In het huidige stelsel komen schulden in box 3 – boven een drempel van € 3.100 per persoon – in mindering op de waarde van de bezittingen. De fiscale besparing van de schuld is dan gelijk aan de vermogensrendementsheffing die je minder betaalt doordat de schuld je netto vermogenssaldo verlaagt.

Voorbeeld schuld in box 3
Thijs is alleenstaand en bezit € 500.000 aan beleggingen. Hij heeft ook een schuld in box 3 van € 100.000 à 3,00% rente. Over de ‘laatste € 100.000’ van zijn beleggingen betaalt hij in de tweede vermogensschijf effectief 1,26% belasting ofwel € 1.260. Rekening houdend met de drempel van € 3.100 verlaagt de schuld zijn rendementsgrondslag met € 96.900. Daardoor betaalt hij 1,26% x € 96.900 = € 1.220 minder belasting in box 3. Dat is effectief 1,22% van de totale schuld van € 100.000. Door de ‘schuldendrempel’ is de belastingbesparing over de schuld in dit geval dus 0,04% minder dan de te betalen belasting over zijn beleggingen. Om voordeel te hebben van de schuld moet hij minimaal 3,04% (3,00% + 0,04%) rendement behalen. Bij een lager rendement kan hij de schuld beter aflossen.

Stel dat de totale schuld van Thijs geen € 100.000 maar slechts € 10.000 zou zijn. Dan zou de ‘schuldendrempel’ een groter effect hebben. In dat geval zou de besparing van deze € 10.000 aan schuld slechts 1,26% x € 6.900 = € 87 bedragen. Ofwel 0,86% van € 10.000. En dat is 0,40% minder dan de belasting van 1,26% over de ‘laatste € 10.000’ aan beleggingen. In die situatie zou het al voordelig zijn om de schuld af te lossen, als het rendement op zijn beleggingen beneden 3,40% blijft (3,00% + 0,40%).

Eigenwoningschuld in box 1

Betaalde hypotheekrente voor een eigenwoningschuld in box 1 komt in mindering op het inkomen in box 1. Alleen voor zover de rente meer is dan de inkomensbijtelling van het eigenwoningforfait ontstaat een negatief saldo dat tot besparing van inkomstenbelasting leidt. Het eigenwoningforfait bedraagt 0,60% van de WOZ-waarde tot aan € 1.090.000; over het eventuele meerdere boven deze grens geldt een bijtelling van 2,35% (cijfers 2020). Zolang het inkomen in box 1 beneden € 68.507 blijft, is het verrekentarief gelijk aan het tabeltarief van ruim 37%. Voor zover het box 1-inkomen hoger is dan € 68.507 is het verrekentarief lager dan het tabeltarief van 49,5%. In 2020 is het verrekentarief in dat geval 46%. In de komende jaren bouwt dit stapsgewijs verder af tot het gelijk is aan het basistarief in box 1 van ongeveer 37%.

Voorbeeld schuld in box 1
Charlotte heeft een woning met een WOZ-waarde van € 400.000 en een eigenwoningschuld van eveneens € 400.000, waarover ze 1,50% rente betaalt. Haar inkomen in box 1 ligt ruim boven € 68.507. Zij heeft de staatsloterij gewonnen en heeft € 500.000 op haar bankrekening ontvangen. Over het leeuwendeel van haar box 3-vermogen zal zij 1,26% belasting moeten gaan afdragen. Het effectieve fiscale voordeel van de renteaftrek in box 1 bedraagt in dit voorbeeld € 1.572 (€ 1.782 – € 210). Dat is slechts 26,2% (en dus geen 46%!) van de betaalde rente en circa 0,39% van de eigenwoningschuld. De schuld kost haar netto € 4.428 ofwel circa 1,11% van € 400.000 (check: 1,50% – 0,39% = 1,11%).

Fiscaal Geldstroom
Eigenwoningforfait 0,6% van € 400.000 + € 2.400
1,50% rente over € 400.000 – € 6.000 – € 6.000
– € 3.600
IB-effect tabeltarief 49,50% x € 3.600 + € 1.782
Correctie IB: (49,50% – 46,00%) x € 6.000     – € 210
– € 4.428

Is het nu voordelig om haar hypotheek (geheel) af te lossen? Dat hangt af van de vraag hoeveel rendement zij netto zal gaan missen op de € 400.000 die nodig is om de hypotheek geheel af te lossen. Als we de berekening zuiver willen maken, moeten we met nog een ander aspect rekeninghouden. Als zij geen hypotheekrente meer betaalt, is er nog wel de inkomensbijtelling van het eigenwoningforfait van € 2.400. Voorheen zorgde de zogenaamde ‘Wet Hillen’ dat de bijtelling in zo’n geval door de ‘Hillenaftrek’ tot nul werd verlaagd. Sinds 2019 werkt deze aftrekpost niet langer voor 100% door. Elk jaar daalt de aftrek met 3,33%-punten, waardoor hij na 30 jaar volledig verdwenen zal zijn. In dit voorbeeld zal Charlotte als zij geen eigenwoningschuld in box 1 meer heeft 49,5% inkomstenbelasting moeten gaan betalen over 6,67% x 2.400 = € 79 (op basis van cijfers 2020). Daar staat tegenover dat zij 1,26% over € 400.000 = € 5.040 aan box 3-heffing niet meer betaalt. Om voordeel van de schuld te hebben, moet zij meer dan € 9.389 (€ 4.428 + € 5.040 – € 79) bruto aan rendement weten de behalen over die € 400.000. Dat is ongeveer 2,35%. Haalt zij minder dan 2,35% rendement, dan is aflossen in principe voordeliger.

Stel dat Charlotte niet meer dan € 200.000 zou willen aflossen op de hypotheek. Dan zou zij € 3.000 minder rente gaan betalen. De resterende € 3.000 zou nog altijd meer zijn dan de bijtelling van het eigenwoningforfait van € 2.400. In dat geval kan de inkomstenbelasting over het eigenwoningforfait en de Wet Hillen buiten beschouwing blijven. Over de rente van de ‘laatste € 200.000’ van haar hypotheekschuld bespaart zij de volle 46% inkomstenbelasting. De netto rentekosten over die € 200.000 bedragen € 3.000 (1,5% x € 200.000) min 46% x € 3.000 = € 1.620. Dat is 0,81% van € 200.000. Gedeeltelijk aflossen is in dit geval voordelig als het rendement vóór belasting minder dan 0,81% + 1,26% = 2,07% bedraagt.

Aandachtspunten

Aflossen van schulden vóór het einde van de contractuele rentelooptijd, kan tot gevolg hebben dat je een vergoedingsrente aan de bank moet betalen. Dat speelt met name als de rente op de lening die je wilt aflossen hoger is dan de rente die de bank kan krijgen door het afgeloste bedrag opnieuw uit te lenen gedurende de resterende looptijd. Doorgaans mag je jaarlijks een bepaald percentage van de oorspronkelijke leensom zonder vergoeding aflossen. Wil je meer aflossen, dan betaal je een vergoeding over het meerdere. De vergoedingsrente bij aflossing van een eigenwoningschuld in box 1 is fiscaal aftrekbaar in box 1. De ‘terugverdientijd’ van de netto vergoedingsrente na belasting is korter naarmate het rendement op je vermogen lager is. En je dus meer voordeel hebt van het kwijtraken van de schuld.

De afweging om wel of niet af te lossen op je hypotheek wordt een stuk ingewikkelder als je een (bank)spaarhypotheek hebt. Aan de hypotheek is dan een geblokkeerde bankrekening of spaarverzekering gekoppeld. Met maandelijkse (premie)stortingen bouw je dan belastingvrij vermogen op om de hypotheekschuld aan het eind mee af te lossen. In veel gevallen is het niet voordelig om zo’n (bank)spaarhypotheek te beëindigen.

Verder moet je goed bedenken dat door af te lossen op een eigenwoninglening, geld komt ‘vast te zitten in stenen’. Het is niet altijd makkelijk om dat geld op een later moment weer vrij te maken, zonder de woning te verkopen. En als je al opnieuw een lening op kunt nemen, zal de lening normaliter in box 3 zitten. Dat hoeft overigens geen nadeel te zijn. In situaties waarbij je een lage rente betaalt en je voldoende (forfaitair inkomen uit) vermogen in box 3 hebt, is het fiscale voordeel van een box 3-schuld vaak hoger dan dat van een schuld in box 1.

Wijziging box 3-stelsel

Het kabinet Rutte III wil de belastingheffing in box 3 aanpassen. In september 2019 is al een eerste ruwe schets van de plannen bekendgemaakt. Naar verwachting zal vóór de zomer van 2020 een concreet wetsvoorstel worden ingediend. Wij schreven eerder een toelichting op de voorgestelde wijzigingen. Als de plannen doorgaan, zal dit van invloed zijn op het hiervoor besproken vraagstuk. Bij de berekening van het netto rendement op beleggingen (anders dan spaargeld) zal in de toekomst rekening gehouden moeten worden met een hogere box 3-heffing dan nu. Het fiscale voordeel van een schuld in box 3 zal niet langer afhankelijk zijn van de omvang van het vermogen. En in principe voor iedereen circa 1% van de box 3-schuld bedragen.

Ook interessant voor u

3 manieren om de overwaarde van uw huis te benutten

3 manieren om uw overwaarde te benutten

28-06-2019

De laatste jaren zijn de huizenprijzen flink gestegen. Voor veel huiseigenaren is daarmee de overwaarde van hun huis flink toegenomen. Hoe kunt u deze overwaarde benutten? Wij zetten 3 mogelijkheden voor u op een rij

Lees meer
Fiscaal optimaal schenken aan een goed doel

Fiscaal optimaal schenken aan een goed doel

07-06-2019

Schenkingen aan een goed doel kunnen fiscaal aftrekbaar zijn. De schenking kost u zo minder dan het bedrag dat u schenkt. Maar wat zijn de belangrijkste belastingregels waar u aan moet denken?

Lees meer
Stel uw vermogensvraag

Stel uw vermogensvraag

Over welk vermogensonderwerp wilt u meer weten? Laat het ons weten. Misschien leest u er binnenkort meer over op Vermogensvragen. Wilt u liever persoonlijke contact met een Preferred Banking adviseur? Maak dan een afspraak.