Naar de navigatie Naar de inhoud

Pensioentermen uitgelegd

Pensioenjargon

Het pensioenjargon ontrafeld

Nu de pensioendiscussie in volle gang is, vliegen de vaktermen over pensioen u waarschijnlijk om de oren. Dat maakt het vaak lastig om het verhaal goed te volgen. Om het een en ander op te helderen, leggen we de meest voorkomende begrippen uit de pensioendiscussie aan u uit.

Arbeidsongeschiktheidspensioen

Pensioen dat door uw pensioenuitvoerder wordt uitgekeerd als u arbeidsongeschikt wordt. Arbeidsongeschiktheidspensioen is een aanvulling op een eventuele uitkering van de overheid. Het is een uitkering die ingaat na twee jaar ziekte en eindigt uiterlijk op de pensioenleeftijd. De eerste twee jaar van ziekte betaalt de werkgever het loon voor tenminste 70% door. Het arbeidsongeschiktheidspensioen is in die periode daarom nog niet nodig.

Beschikbare premieregeling

Een beschikbare premieregeling is een pensioenregeling. Bij een (beschikbare) premieregeling wordt aan het pensioenfonds of de verzekeraar iedere maand (meestal) een bepaald percentage van uw salaris aan pensioenpremie betaald. Vaak wordt met dit geld belegt. Op het moment dat u met pensioen gaat heeft u een bepaald vermogen opgebouwd. Hiermee moet u op dat moment een levenslange uitkering aankopen.

Een pensioenregeling die is gebaseerd op 'beschikbare premie'. Dit betekent dat de werkgever geen pensioenuitkering toezegt, maar alleen een pensioenpremie.

Het risico dat de beleggingen in waarde dalen is voor u. Het risico dat de rente op het moment dat u met pensioen gaat laag is, is ook voor u. Deze risico's kunnen worden afgekocht. Dat kost u wel geld. De kans is aanwezig dat mensen op dat moment gemiddeld langer leven. Dit zorgt ervoor dat u minder pensioen ontvangt t.o.v. de huidige situatie.

Dekkingsgraad

De dekkingsgraad is de thermometer voor de financiële gezondheid van een pensioenfonds. Hoe hoger de dekkingsgraad, hoe gezonder het pensioenfonds is. Over het algemeen kan worden aangenomen dat een dekkingsgraad onder de 105% ongezond is en een dekkingsgraad van 125% of meer zeer gezond is. Is de dekkingsgraad te laag, dan kan er sprake zijn van een dekkingstekort en/of reservetekort.

Dekkingstekort

Een dekkingsgraad van 100% betekent dat een pensioenfonds precies evenveel beleggingen heeft als verplichtingen om alle (toekomstige) pensioenuitkeringen te kunnen betalen. Pensioenfondsen zijn verplicht om een dekkingsgraad te hebben van minimaal ongeveer 105%. Is de dekkingsgraad lager dan deze 105%, dan is er sprake van een dekkingstekort. In dit geval moet het pensioenfonds er binnen drie jaar voor zorgen dat de dekkingsgraad ten minste weer 105% is.

Het korten van de pensioenaanspraken en pensioenrechten is een van de uiterste noodmaatregelen om dit te bereiken.

Eindloonregeling

De eindloonregeling is een pensioenregeling waarbij uw pensioenaanspraak is afgeleid van uw laatst verdiende salaris. Zolang u werkt én deelneemt aan de pensioenregeling, volgt uw pensioen de stijging van uw salaris.

Financieel Toetsingskader (FTK)

Het Financieel Toetsingskader is een onderdeel van de Pensioenwet. In de Pensioenwet staan onder andere de spelregels waar de pensioenfondsen zich aan moeten houden. In het FTK staan de financiële regels voor de pensioenfondsen. Denk hierbij aan:

  • hoe de pensioenpremie moet worden vastgesteld,

  • wat het minimaal vermogen van een pensioenfonds moet zijn,

  • wanneer er pensioenen gekort kunnen worden en

  • hoe de pensioenvoorzieningen gewaardeerd moeten worden.

De regering wil het FTK per 2015 wijzigen. Het wetsvoorstel is erop gericht om het pensioen minder gevoelig te maken voor grote schokken op de financiële markten.

Franchise

U bouwt niet over uw volledige salaris pensioen op. De wetgever gaat er immers van uit dat u later ook AOW ontvangt. Van uw salaris wordt voor de berekening hoeveel pensioen u ieder jaar opbouwt hiervoor een bepaald bedrag afgehaald. Dat bedrag noemen ze franchise. De franchise is, vreemd genoeg, niet bij iedere pensioenregeling even hoog. Een franchise van ongeveer € 13.000,- is laag. Een franchise van € 16.000,- of hoger is hoog. Hoe hoger de franchise, des te minder pensioen u opbouwt.

Algemene ouderdomswet. Dit is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. U ontvangt het AOW-pensioen vanaf de dag waarop u uw AOW-leeftijd bereikt. Per 1 januari 2013 is de AOW-leeftijd met 1 maand verhoogd. In de komende jaren gaat de AOW-leeftijd in stapjes omhoog. Na 2024 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.

Indexatieambitie

Pensioenfondsen proberen vaak de pensioenen jaarlijks mee te laten stijgen met de gemiddelde inflatie of salarisontwikkelingen. Dit streven heet de indexeringsambitie. Het lukt pensioenfondsen niet altijd om de pensioenen mee te laten stijgen. Indexatie kan namelijk alleen plaatsvinden als de dekkingsgraad voldoende hoog is.

Een richtlijn (afhankelijk van pensioenfonds tot pensioenfonds): bij een dekkingsgraad van meer dan 120% kan volledige indexatie plaatsvinden. Bij een dekkingsgraad van minder dan 105% kan geen indexatie plaatsvinden.

Bent u benieuwd naar de indexeringsambitie van uw pensioenfonds? De meeste pensioenfondsen hebben dit op hun website staan.

Kostendekkende pensioenpremie

Pensioenfondsen hebben inkomsten nodig om de pensioenen uit te kunnen betalen. De twee belangrijkste inkomstenbronnen zijn pensioenpremies en beleggingsrendementen. Wettelijk is vastgelegd hoe pensioenfondsen de kostendekkende pensioenpremie moeten bepalen.

Middelloonregeling

De middelloonregeling is een pensioenregeling waarbij de hoogte van de pensioenaanspraak die u ieder jaar opbouwt gebaseerd is op het salaris dat u dat jaar verdient. Dat betekent dat uw totale pensioenaanspraak op het moment dat u met pensioen gaat ongeveer is gebaseerd op uw gemiddeld verdiende salaris.

Bij een middelloonregeling wordt het pensioen in ieder jaar afgeleid van het salaris dat u in dat jaar verdiende.

Nabestaandenpensioen

Een nabestaandenpensioen is een uitkering voor uw kinderen en partner op het moment dat u komt te overlijden. Er zijn verschillende soorten nabestaandenpensioen:

  • 1: Algemene Nabestaandenwet (ANW)
    De Algemene nabestaandenwet (ANW) geeft de achterblijvende partner een basisuitkering, maar alleen indien hij of zij aan bepaalde voorwaarden voldoet. De overgebleven partner moet geboren zijn vóór 1950 of de kinderen moeten jonger zijn dan 18 jaar of de partner moet meer dan 45% arbeidsongeschikt zijn en mag niet een te hoog inkomen hebben. Kinderen hebben recht op een uitkering op het moment dat beide ouders zijn overleden. Bijna iedere inwoner van Nederland is automatisch verzekerd voor de ANW.

  • 2: Aanvullend partnerpensioen
    U heeft meestal recht op een partnerpensioen indien uw overleden partner in loondienst werkte. Dit komt bovenop een eventuele ANW-uitkering. Er zijn twee soorten regelingen: op risicobasis en op opbouwbasis. Bij de risicobasis is het zo dat als geen pensioenpremie meer wordt betaald tijdens de opbouwfase aan een bepaalde pensioenuitvoerder bij uw overlijden de uitvoerder niets zal uitkeren aan uw nabestaanden. Bij het opbouwsysteem bouwt u aanspraken op die ook na beëindiging dienstverband blijven staan.

  • 3: Wezenpensioen
    Heeft u kinderen? Dan kan er daarnaast nog wezenpensioen worden uitgekeerd. Wezenpensioen kan worden uitgekeerd via de pensioenregeling.

Pensioenbreuk

Pensioennadeel dat kan ontstaan als u van werkkring verandert en daardoor vaak ook van pensioenregeling. Het al opgebouwde pensioen bij uw oude werkgever wordt dan soms niet volledig aangepast aan de prijs- of loonontwikkeling. Dat betekent verlies van koopkracht.

Bij een eindloonregeling kan het nadeel ook ontstaan als u in uw nieuwe baan bij aanvang meer verdient dan bij uw oude werkgever. Een oplossing hiervoor kan zijn dat u uw opgebouwde pensioenaanspraken meeneemt naar uw nieuwe pensioenuitvoerder. Dat heet waardeoverdracht.

Pensioenfonds

Een organisatie die zorgt voor de uitvoering van de pensioenregeling. Er zijn bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen en beroepspensioenfondsen. Pensioenfondsen staan onder toezicht van De Nederlandsche Bank.

Pensioengevend salaris

Dat deel van uw salaris dat in de berekening wordt betrokken om te bepalen hoeveel pensioen u opbouwt. Soms is het pensioengevend salaris in de pensioenregeling gemaximeerd.

Pensioengrondslag

Dat deel van het salaris waar u pensioen over opbouwt. Dit is uw pensioengevend salaris minus een franchise.

Pensioenregeling

Een pensioenregeling is een regeling waarin onder andere staat omschreven hoe wordt uitgerekend hoeveel ouderdomspensioen iemand ieder jaar opbouwt bij zijn werkgever en/of hoe wordt uitgerekend hoeveel nabestaandenpensioen zijn nabestaanden ontvangen bij zijn overlijden.

Er zijn verschillende soorten pensioenregelingen. Zo zijn er in Nederland de middelloonregeling , eindloonregeling en de beschikbare premieregeling .

Een pensioenregeling die is gebaseerd op 'beschikbare premie'. Dit betekent dat de werkgever geen pensioenuitkering toezegt, maar alleen een pensioenpremie.
Bij een middelloonregeling wordt het pensioen in ieder jaar afgeleid van het salaris dat u in dat jaar verdiende.

Pensioenreglement

Schriftelijk document waarin precies staat omschreven hoe uw pensioenregeling in elkaar steekt en wat de rechten en plichten zijn van u en uw pensioenuitvoerder.

Pensioenpremie

Premie die aan de pensioenuitvoerder wordt betaald.

Pensioenuitkering

De uitkering die u of uw nabestaanden ontvangen.

Pensioenuitvoerder

De organisatie die uw pensioenregeling uitvoert. Dit zijn onder andere pensioenfondsen en verzekeraars.

Reservetekort

Pensioenfondsen moeten extra vermogen aanhouden om bepaalde risico's op te vangen. Te denken valt aan het risico van waardedaling van de aandelen en andere beleggingen of een daling van de rente. Ook loopt een pensioenfonds het risico dat mensen langer leven dan verwacht. Voor al deze risico's heeft De Nederlandsche Bank minimale eisen gesteld aan het extra aan te houden vermogen. Deze eisen worden uitgedrukt in een dekkingsgraad die minimaal aanwezig moet zijn. Is de dekkingsgraad lager? In dat geval is er sprake van een reservetekort. Een pensioenfonds heeft maximaal vijftien jaar de tijd om weer naar de benodigde dekkingsgraad toe te groeien. Net als in het geval van een dekkingstekort dragen extra pensioenpremies, rendementen op het vermogen en het (deels) achterwege laten van indexatie bij aan het herstel van het pensioenfonds.

Uitruil

Uitruilen houdt in dat u het ene type pensioen omruilt voor een ander type pensioen. Zo kunt u bijvoorbeeld een deel van het nabestaandenpensioen, met goedkeuring van uw eventuele partner, omzetten in een hoger ouderdomspensioen. Op die manier kunt u uw pensioen op maat maken en aanpassen aan uw eigen situatie en wensen. De ruil dient uiterlijk plaats te vinden op de pensioendatum.

Volatiliteit

De mate van bewegelijkheid van de koers van bijvoorbeeld een aandeel.

Waardeoverdracht

Het overdragen van het opgebouwde pensioen bij de pensioenuitvoerder van uw vorige werkgever naar de pensioenuitvoerder van uw huidige werkgever. Hierdoor kunt u mogelijk pensioenbreuk voorkomen. Soms is waardeoverdracht verstandig, soms ook weer niet.

Stel een vraag aan een adviseur

email facebook twitterVia e-mail
 Via Facebook
 Via Twitter

Verder praten over uw situatie


Bij grote financiële beslissingen is het fijn als iemand met verstand van zaken met u meedenkt. De adviseurs van ABN AMRO helpen u hier graag bij. Wij gaan samen met u op zoek naar de oplossing die het beste bij u past.

Hulp nodig? Bel met onze medewerkers. Dat kan 24 uur per dag, 7 dagen per week.

0900 - 00 24 (gebruikelijke belkosten)

Later? Dan gaan we op wereldreis

Hoeveel heeft u later te besteden?

En stel ligt in een hangmat. Zij denken na over later. Hoeveel hebben ze later te besteden en wat zijn hun plannen?

Fantaseert u wel eens over een wereldreis? Tijdens uw pensioen heeft u tijd. Maar misschien is uw inkomen dan lager dan u denkt. Ontdek dus hoe u nu inkomen kunt opbouwen voor later.

Blijf op de hoogte via

  • Volg ons via Facebook
  • Volg ons via Twitter
  • Volg ons via Linkedin
  • Volg ons via YouTube
  • Nieuwsbrief