Trends in de mondzorg

Trends in de mondzorg

Wat gebeurt er in de mondzorg? 5 trends

Wat zijn de verschillende trends binnen de mondzorg? De sectorspecialisten van deze branchegroep bespreken de 5 belangrijkste ontwikkelingen.

 
  1. Ketenvorming en private equity

    5 tot 10% van de praktijken is onderdeel van een keten. Ketenvorming zet de komende jaren verder door. Bestaande ketens breiden uit en er zijn nieuwe toetreders. Samenwerkende Tandartsen is in 2017 overgenomen door DentConnect. De grootste ketens zijn DentConnect (85 praktijken), Samenwerkende Tandartsen (49 praktijken), Dental Clinics (69 praktijken), Kies Mondzorg (14 praktijken) en Fresh Mondzorg (8 praktijken).

    De ketens hanteren een ‘buy and build’-strategie en hebben een uitgesproken visie op overnames. Ze groeien door het doen van acquisities en het integreren van deze praktijken. Het soort praktijk, de potentie en de geografische ligging zijn hierbij vaak bepalend. Door de vorming van ketens zijn er efficiency-voordelen te behalen op het gebied van inkoop en administratie.

    Patiënten krijgen hierbij kortingen die aanbieders in de mondzorg ontvangen bij de inkoop van materialen en technieken, volledig doorberekend. Ook externe investeerders ontdekken de sector. Private equity-bedrijven nemen steeds vaker deel in een keten van tandartspraktijken.

  2. Capaciteitstekort tandartsen

    Jaarlijks treden er ongeveer 210 tandartsen toe op de arbeidsmarkt. Aan de andere kant gaan er jaarlijks circa 300 tandartsen met pensioen. Het aantal (vrouwelijke) tandartsen dat afstudeert en niet fulltime gaat werken neemt toe. Landelijk ligt de ratio op 1.960 inwoners per tandarts. Regionaal zijn hierin duidelijke verschillen: zo is de ratio in de provincie Noord-Holland 1.470 en in Zeeland 2.700. In de krimpgebieden neemt het aantal tandartsen relatief sterker af.

    De instroom van buitenlandse tandartsen vangt dit tekort op. Nederland erkent diploma’s van tandartsen die uit ander landen in de Europese Unie komen. Om een registratie in het BIG-register te krijgen, een vereiste om in Nederland handelingen als tandarts te verrichten, zijn tandartsen sinds 2017 verplicht Nederlands te leren.

    Al langere tijd is er overleg tussen politiek en beroepsorganisaties om het tekort deels op te lossen door de bevoegdheden van mondhygiënisten te verruimen (taakherschikking). Minister Bruno Bruins van Medische Zorg en Sport wil dat mondhygiënisten die de huidige 4-jarige opleiding Mondzorgkunde hebben gevolgd meer handelingen gaan doen. Denk hierbij aan zelfstandig verdoven, röntgenfoto’s maken en eerste gaatjes (primaire caviteiten) boren. Zonder toezicht of opdracht van een tandarts.

    Bruins denkt dat dit ervoor zorgt dat zorgverleners worden ingezet waarvoor ze zijn opgeleid. Tandartsen krijgen zo meer ruimte voor complexe mondzorg, zorg waar een academische opleiding voor nodig is.

    Het gaat vooralsnog om een tijdelijke zelfstandige bevoegdheid voor maximaal 5 jaar. Tijdens dit experiment onderzoekt men of de taakherschikking inderdaad leidt tot betere inzet van de capaciteit van mondhygiënisten en tandartsen binnen hun vakgebied. De bedoeling is om 1 januari 2020 te starten. Beroepsorganisaties KNMT en ANT hebben zich tegen deze verruiming van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) uitgesproken. Zij vrezen voor de patiëntveiligheid en de kwaliteit van de mondzorg.

  3. Schaalvergroting

    Er zijn naar schatting van de KNMT ongeveer 4.600 tandartspraktijken. Er is sprake van toenemende samenwerking binnen de mondzorg in de vorm van een teamconcept. Deze manier van samenwerken is de afgelopen jaren sterk gestegen.

    Specialisten voeren bepaalde deelbehandelingen uit en delegeren daarnaast bepaalde taken. Bijvoorbeeld naar een preventieassistente die is gespecialiseerd in een bepaalde verrichting. De tandarts houdt de regie en eindverantwoordelijkheid. De praktijken zijn hierdoor gemiddeld genomen groter en het patiëntenbestand stijgt door autonome groei en lokale overnames. Het aantal solisten neemt af.

    Schaalvergroting brengt efficiencyvoordelen met zich mee. Daarnaast zien wij het ontstaan van dentale inkoopcoöperaties. Door schaalvergroting is meer differentiatie mogelijk. De jongere generatie tandartsen werkt vaak bij voorkeur samen met anderen in een middelgrote of grotere praktijk.

  4. Invoering opdrachtgeversverklaring en alternatieve samenwerkingsvormen

    De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) volgde in mei 2016 de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) op. Vanaf het begin zorgde dit voor veel onduidelijkheid en onrust. De Belastingdienst heeft daarom beloofd de wet tot januari 2020 niet te handhaven. De periode van het niet-handhaven heeft echter geen invloed op de beoordeling van het ondernemerschap van de opdrachtnemer onder de huidige regelgeving. De Belastingdienst beoordeelt achteraf of een tandarts-zzp is aan te merken als ondernemer voor de Wet Inkomstenbelasting.

    Een nieuwe wet gaat de Wet DBA vervangen. Volgens het regeerakkoord zijn dit de uitgangspunten voor deze nieuwe wet:

    • Laag tarief voor zzp’er: automatisch arbeidsovereenkomst
    • Opdrachtgeversverklaring biedt vooraf zekerheid bij zzp’er met een gemiddeld uurtarief
    • Zzp’er met hoger uurtarief is straks door opt-out zonder risico in te zetten

    Het streven is de specifieke maatregelen per 1 januari 2020 in werking te laten treden.

    Vooral opdrachtgevers krijgen duidelijkheid over de arbeidsrelatie door de invoering van de opdrachtgeversverklaring. Opdrachtgevers krijgen deze verklaring via het invullen van een nog te ontwikkelen webmodule. In die webmodule wordt het gezagscriterium, als onderdeel van de arbeidsovereenkomst, zo veel mogelijk verduidelijkt. Veel duurzame samenwerkingsrelaties tussen tandartsen-opdrachtgevers en -opdrachtnemers lijken op basis van de geplande criteria niet langer te kwalificeren als overeenkomsten tussen ondernemers.

    Tot die tijd biedt de overeenkomst van opdracht voldoende ondernemerskenmerken om ook daadwerkelijk als ondernemer door te gaan. Belangrijk is dat de ondernemer daadwerkelijk voldoet aan de kenmerken. Dus: declareren onder eigen naam / AGB-code, debiteurenrisico lopen, actief opdrachten werven, in materiële zin investeren en dergelijke.

    Op basis van bovenstaande verwachten wij dat de variantmaatschap aan populariteit wint. Daarnaast is het denkbaar dat er nieuwe samenwerkingsvormen ontstaan met als doel het ondernemerschap te waarborgen.

  5. Toenemende regeldruk

    Hoewel de overheid de regeldruk voor zorgaanbieders/zorgverleners tot een minimum wil beperken, ervaart de branche een toenemende regeldruk.
    Naast de bestaande richtlijnen omtrent infectiepreventie in mondzorgpraktijken (WIP richtlijnen/Wet op Infectiepreventie) zijn er diverse nieuwe regels en richtlijnen.

    1. De Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg (Wkkgz) regelt 2 belangrijke zaken: kwaliteit en klachtrecht. De Wkkgz verplicht tandartsen om te beschikken over een klachtenregeling die voldoet aan de huidige eisen hiervoor. Ook moeten tandartsen aangesloten zijn bij een erkende geschilleninstantie. Doel van deze wet is om de rechtspositie van cliënten te verbeteren.
    2. Vanaf 2018 zijn tandartspraktijken verplicht om de inkoopkosten van materiaal en techniek op de praktijkwebsite te vermelden. De Nationale Zorgautoriteit (NZa) wil dat patiënten aan de hand van deze informatie verschillende aanbieders kunnen vergelijken.
    3. Op 25 mei 2018 treedt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking. Die stelt strengere eisen aan organisaties die persoonsgegevens verwerken. Mondzorgpraktijken moeten aantonen dat zij aan de nieuwe wetgeving voldoen. Ook moeten zij hebben nagedacht over het privacybeleid binnen de praktijk. Bijvoorbeeld door het opstellen van een privacyreglement.
    4. Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) waarbij een vergunningsplicht geldt voor nieuwe toetreders met meer dan 10 zorgverleners.

    Dit artikel is geschreven door sectorspecialisten Thera Evers, Arjan Wijnands en Maarten den Heijer.

Tip