Trends in de huisartsenzorg

Trends in de huisartsenzorg

5 trends voor huisartsen

Onze specialisten bespreken de 5 belangrijkste ontwikkelingen in de huisartsenbranche. Wat staat u te wachten?

 
  1. Van patiënt naar zorgconsument

    De zorgvraag van de patiënt staat steeds meer centraal. Ook de huisarts weet dat zijn functie verandert. Zijn rol groeit doordat steeds meer taken van de tweedelijnszorg verschuiven naar de eerstelijnszorg. De focus ligt hierbij op preventie en zelfzorg.

    De hoeveelheid zorg die een patiënt nodig heeft, neemt verder toe. De vergrijzing en de stijging van het aantal mensen met één of meerdere chronische aandoeningen zijn hier belangrijke oorzaken van. De zorgverlening komt daarom steeds meer te liggen bij de oudere patiënt.

    Veranderingen in de ggz, jeugd- en ouderenzorg hebben in de afgelopen jaren ook meer druk op de huisarts gezet. De normpraktijk, het aantal ingeschreven patiënten per fulltime werkende huisarts-eigenaar, gaat daardoor flink omlaag. Wel verwachten we dat de zorgvraag en daarmee de omvang van de praktijk in omvang toeneemt.

    Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat steeds meer zorgverleners gaan samenwerken. En dat steeds meer disciplines zich bij een huisartsenpraktijk aansluiten. De zorg blijft dus bestaan. Dat niet alleen: door deze samenwerking (en coaching) blijft de huisarts bovendien voldoen aan de wensen van de zorgconsument.

  2. Een bundeling van de krachten

    Niet-complexe zorg verschuift van de tweede lijn naar de eerste lijn. Op die manier blijft de zorg betaalbaar en toegankelijk. De praktijkhouder past zijn organisatie hierop aan waardoor er meer tijd en ruimte vrijkomt voor het uitvoeren van zorgtaken. De bekostiging van succesvolle zorgprogramma’s hebben de kritische aandacht van de zorgverzekeraars, omdat deze programma’s een steeds groter deel zijn van het zorgbudget. Voor de toegankelijkheid van zorg is dit een aandachtspunt.

    De samenwerking met andere zorgverleners in de wijk is een belangrijke ontwikkeling. Door de hoge werkbelasting dreigt de toegankelijkheid van de huisartsenzorg namelijk onder druk te staan. Welke patiënten dit raakt? Vooral mensen in sociaal zwakkere wijken. Denk aan achterstandswijken van grotere steden en in bepaalde regio’s van Nederland. Daar wonen meer mensen met chronische aandoeningen en andere gezondheidsproblemen. Vaak komen er ook sociaal-maatschappelijke problemen bij kijken.

  3. Verandering verdienmodel

    Ook geldstromen gaan waarschijnlijk anders lopen door het samenvallen van taken. Maatschappelijke taken vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), grotere invloed van de zorggroep en de innovatieve kracht van de zorggroep waarbij de praktijk is aangesloten, hebben niet alleen invloed op het verdienmodel en de bestendigheid van de praktijk. Zij beïnvloeden ook de samenstelling van het patiëntenbestand van de huisartsenpraktijk. Dit heeft mogelijk te maken met de leeftijd of het type aandoening. Een te hoge concentratie diabetici kan bijvoorbeeld leiden tot een lagere vergoeding.

    Zorgverzekeraars domineren het inkoopproces en kopen scherp in. De contractonderhandelingen voor 2018 kwamen soms moeizaam tot stand. Aan de andere kant beseffen de zorgverzekeraars ook dat ze innovatief moeten zijn. Dit heeft nieuwe bekostigingsmodellen van de huisartsenzorg als gevolg. Het ontwikkelen van initiatieven en samenwerking binnen de 1e, de 2e, maar ook de 0e lijn (wijkmantelzorg) zijn belangrijk voor de positie ten opzichte van de inkoper van de zorgverzekeraar.

  4. Praktijkopvolging en praktijkwaardering

    De huisarts heeft te maken met opvolgingsproblematiek. Aan de ene kant komt dit door het groeiende aantal vrouwelijke artsen. Deze artsen werken het liefst in dienstverband. Aan de andere kant zijn er veel jonge artsen die liever in grote steden werken dan in de regio. Sommige huisartsen anticiperen hierop door hun praktijken alvast te verplaatsen naar een gezondheidscentrum. Anderen zorgen voor een moderne, toekomstgerichte praktijkvoering met goed opgeleid personeel.

    Deze factoren hebben ook invloed op de niet-materiële waardebepaling van een praktijk. Hierover speelt al jarenlang een maatschappelijke discussie omdat een onderneming met volledig verzekerde zorg waarde creëert. Er zijn wettelijk geen mogelijkheden om dit te verbieden. De beslissing ligt uiteindelijk bij de overdragende en overnemende huisarts.

    Over het algemeen is dit gebaseerd op een vergoeding per patiënt of op de contante waarde van de overwinst van de onderneming. Er zijn grote regionale verschillen. Deze vraag speelt overigens niet bij de overdracht van apotheekhoudende praktijken. Dan verloopt de overdracht hetzelfde als bij een apotheekovername.

  5. Innovatie

    De patiënt in zijn rol als zorgconsument wordt steeds kritischer. Tegelijkertijd verandert de samenleving ingrijpend door technologische innovaties zoals digitalisering, kunstmatige intelligentie en internet. Ook in de praktijk krijgen deze ontwikkelingen meer aandacht. We verwachten dat deze ontwikkelingen een positief effect hebben op de werkdruk en de zorg gaan verbeteren. Ook de verwachtingen van de patiënt groeien: zij zijn mondiger en stellen hogere eisen.

    Het onderscheidend vermogen van een praktijk is belangrijk. Dit vraagt om ondernemerschap, innovatie en creativiteit van de huisarts en zijn medewerkers. In Nederland is er veel aandacht voor innovatie in de gezondheidszorg. Het levert een belangrijke bijdrage aan de productiviteit en de kwaliteit van de zorg. Denk aan het vastleggen en uitwisselen van informatie (elektronisch patiëntendossier) en zorgverlening op afstand (domotica, eHealth en mHealth). Innovatieve apparatuur verbetert ook de behandelmethoden. Verschillende huisartsenpraktijken maken inmiddels goed gebruik van deze innovaties. Misschien wel die van u?


    Dit artikel is geschreven door sectorspecialisten Rob Boelens, Els Hogenbirk, Peter de Klerk en Winston Texel.
Tip