Naar de navigatie Naar de inhoud

L

  • Laatkoers

    De prijs waarvoor verkopers een aandeel willen verkopen. Het kan ook de prijs zijn waarvoor banken valuta willen verkopen.

  • Lagging indicators

    Economische cijfers die een trend achteraf beschrijven. Het tegenovergestelde van leading indicators, die trends juist voorspellen. Een voorbeeld van een lagging indicator is het werkloosheidscijfer. Dat zal pas dalen wanneer de economie weer is gaan groeien. Zie ook: leading indicators.

  • Last (koers)

    De koers van de laatste transactie die is uitgevoerd. De 'last' koers staat vaak op koersoverzichten, net als de 'open' (eerste koers van de dag), 'close' (laatste koers van de dag), 'high' (hoogste koers van de dag) en 'low' (laagste koers van de dag).

  • Leading indicators

    Leading indicators zijn economische cijfers die trends voorspellen voor de ontwikkeling van de economie. Voorbeelden zijn:

    • aantal werkuren in een week in de industrie

    • nieuwe orders bij bedrijven

    • rendementen van obligaties

    • uitgegeven bouwvergunningen

    Vooral in de VS kijken beleggers met belangstelling naar publicatie van leading indicators. Zie ook: lagging indicators.

  • Leadmanager

    De bank die een emissie van nieuwe aandelen leidt en daarbij ook andere banken probeert te betrekken. De eventuele andere banken heten in zo'n geval co-leadmanagers.

  • Leverage

    Ook wel hefboomeffect genoemd. Met leverage probeert een belegger het rendement van het eigen vermogen te verhogen. Dit doet hij door een deel van de belegging te financieren met geleend geld. In totaal belegt hij dan met een hoger bedrag. Hierdoor kan de belegger een rendement halen dat hoger is dan de rente die hij betaalt over het geleende geld. Maar de belegger loopt met leverage ook risico. Het rendement van de belegging kan ook lager zijn dan de rente die hij moet betalen over het geleende geld.

  • Light-futures

    Futures op een index waarbij de onderliggende waarde van de future 10% bedraagt van die index.

  • Light-opties

    Opties op een index, bijvoorbeeld op de AEX. Bij een normale optie wordt de waarde van de optie berekend door de onderliggende waarde te vermenigvuldigen met 100. Bij een light-optie is dit 10% hiervan, dus wordt vermenigvuldigd met 10.

  • Limiet

    De hoogste prijs die een koper voor een aandeel wil betalen of de laagste prijs waarvoor een verkoper wil verkopen.

  • Limietorder

    Een beursorder waarbij een koper de maximale koers opgeeft waarvoor hij een beleggingsproduct wil kopen, of waarbij een verkoper de minimale koers opgeeft waarvoor hij wil verkopen.

  • Liquidatie-uitkering

    Een uitkering in geld of aandelen als een vennootschap wordt opgeheven (liquidatie).

  • Liquiditeit

    Verhandelbaarheid van beleggingsproducten. Beleggingsproducten waarbij veel vraag en aanbod is, zijn makkelijk verhandelbaar en daarmee liquide. Moeilijk verhandelbare beleggingsproducten zijn illiquide.

  • Liquiditeitsrisico

    Het risico dat beleggingen niet of nauwelijks verhandeld kunnen worden op de beurs.

  • Lokale fondsen

    Aandelen die maar aan één beurs genoteerd staan. Het gaat daarbij meestal om aandelen van kleinere bedrijven.

  • Long call

    Engelse term voor een optiepositie die bestaat uit één of meer gekochte callopties.

  • Long gaan

    Long gaan betekent dat een belegger een positie in een beleggingsproduct neemt door dit product te kopen. Het tegenovergestelde is short gaan.

  • Long positie

    Een long positie is een positie waarbij de belegger een aandeel of optie gekocht (in bezit) heeft.

  • Long put

    Engelse term voor een optiepositie, die bestaat uit één of meer gekochte putopties.

  • Looptijd

    De looptijd van een optie is de periode tot aan de expiratiedatum. Bij leningen is de looptijd de termijn waarbinnen aflossingen plaatsvinden.

  • Lopende kosten

    De lopende kosten van beleggingsfondsen zijn de kosten die de beheerder in een jaar betaalt uit het vermogen van het beleggingsfonds. Een overzicht van de lopende kosten staat in de Essentiële Beleggersinformatie van het beleggingsfonds.

  • Lossing

    Een lossing van een obligatie betekent dat de uitgevende instelling de obligatie aflost. De uitgevende instelling betaalt dan de hoofdsom van de obligatie terug aan de belegger. Dit gebeurt bij de meeste obligaties op de einddatum van de obligatie. Maar bij sommige obligaties kan dit ook eerder gebeuren. Bijvoorbeeld doordat de obligatie al voor de einddatum uitgeloot is, zoals bij premieobligaties.

  • Lot

    Aanduiding voor een premieobligatie met kleine nominale waarde.

  • Low (koers)

    De laagste koers van een beleggingsproduct in een bepaalde handelsperiode (bijvoorbeeld dag, week, maand, jaar).

Blijf op de hoogte via

  • Volg ons via Facebook
  • Volg ons via Twitter
  • Volg ons via Linkedin
  • Volg ons via YouTube
  • Nieuwsbrief