Naar de navigatie Naar de inhoud

I

  • Illiquide markt

    Dit is een markt die niet groot genoeg is om grote orders snel en tegen een goede prijs te verwerken, zonder dat dit invloed heeft op de prijs. Een illiquide markt is ongunstig voor een belegger, omdat het moeilijk is een order tegen een gunstige prijs uit te voeren.

  • IMF

    Deze afkorting staat voor Internationaal Monetair Fonds. Deze organisatie werd samen met de Wereldbank in juli 1944 opgericht tijdens de Conferentie van Bretton Woods. Het oorspronkelijke doel was het door de Tweede Wereldoorlog ontregelde betalingsverkeer in goede banen te leiden. Tegenwoordig is het doel van het IMF het verzekeren van stabiliteit binnen het internationale financiële systeem.

  • Implied volatility

    Ook wel verwachte beweeglijkheid. Dit is een maatstaf die de sterkte aangeeft van de schommelingen die in de markt worden verwacht. Implied volatility is een belangrijke factor bij de prijsbepaling van een optie. Hoe groter de beweeglijkheid of schommelingen van de markt, hoe groter het risico en hoe hoger de prijs van een optie.

  • In aanmerking komende tegenpartijen

    Grote ondernemingen zoals banken, verzekeringsmaatschappijen en kredietinstellingen (de zogenoemde institutionele beleggers) die geen beleggingsadvies krijgen.

  • In portefeuille hebben

    Alle beleggingsproducten (zoals aandelen en bankpapier) die een (rechts)persoon in bezit heeft.

  • Incourant fonds

    Een aandeel dat niet op de officiële beurs wordt verhandeld. Omdat er weinig in zo'n fonds gehandeld wordt, wordt er soms dagenlang geen prijs vastgesteld.

  • Indexcijfer

    Een verhoudingsgetal waarmee je grootheden met elkaar vergelijkt met de waarde 100 in een basisjaar.  Kost bijvoorbeeld een aandeel in een jaar € 32,- en in het volgende jaar € 34,-? Dan stelt men € 32,- gelijk aan de waarde 100. Het indexcijfer voor het volgende jaar is dan 34/32 x 100 = 106. Dat betekent dat de prijsstijging 6% bedroeg.

  • Indexfonds

    Een indexfonds is een fonds dat een bestaande beursindex nabootst om zo hetzelfde rendement te behalen met hetzelfde risico. Indexfondsen worden ook wel trackers genoemd. Zie ook: Exchange Traded Fund (ETF).

  • Indexoptie

    Met het kopen van een indexoptie heeft de koper het recht om de onderliggende index te kopen (calloptie) of verkopen (putoptie) tegen een vastgestelde uitoefenprijs, op een afgesproken tijdstip in de toekomst. Omdat de waarde van een index niet wordt uitgedrukt in geld, wordt de onderliggende waarde van een indexoptie uitgedrukt in euro maal de waarde van de index.

  • Inflatie

    Inflatie betekent letterlijk opblazen. Doordat de prijzen van goederen en diensten stijgen, vermindert de waarde van geld. Je kunt dan voor eenzelfde hoeveelheid geld minder kopen dan voor de inflatie. Het tegenovergestelde van inflatie is deflatie.

  • Ingekocht aandeel

    Een aandeel dat door de vennootschap die het aandeel had uitgegeven is teruggekocht. Dit kan overigens alleen als dit in de statuten van de vennootschap is opgenomen en dit volgens de wettelijke regels gebeurt.

  • Initial margin

    Ook wel initiële marge genoemd. Het is de waarborgsom die de bank tijdelijk op de betaalrekening van een belegger blokkeert als deze klant een future (een toekomstige transactie) koopt of verkoopt.

  • Inschrijving register

    Bij veel beursgenoteerde ondernemingen is het mogelijk om het aantal aandelen dat een belegger in die onderneming heeft gekocht via een bank of tussenpersoon over te boeken in het aandeelregister van de onderneming zelf.

  • Institutionele belegger

    Dit is een groot instituut, zoals een pensioenfonds of een levensverzekeringsmaatschappij, dat namens een andere groep beleggers handelt op de beurs. Bijvoorbeeld door ontvangen premies te beleggen op de geld- en kapitaalmarkt.

  • Interimdividend

    Dit is het deel van een dividend (de winstuitkering) dat het management van een bedrijf als voorschot aan de aandeelhouders uitkeert. Dit gebeurt meestal als blijkt dat het boekjaar zal worden afgesloten met winst. Zo laat het management de aandeelhouders weten dat het goed gaat met het bedrijf. Het dividend dat daarna nog betaald moet worden heet het slotdividend.

  • In-the-money-optie

    In-the-money-opties zijn put- of callopties die het meeste geld waard zijn, vanwege de intrinsieke waarde die ze hebben. Een calloptie is 'in the money' als de uitoefenprijs lager is dan de beurskoers op dat moment. Een putoptie is 'in the money' als de uitoefenprijs hoger is dan de beurskoers. Zie ook: at the money en out of the money.

  • Intrinsieke waarde

    De wezenlijke waarde van iets. Bij een onderneming is dit de waarde die overblijft als de bezittingen van een onderneming worden verminderd met de schulden.

  • Intrinsieke waarde van een optie

    De waarde die een optie zou hebben als deze direct uitgeoefend zou worden. Dit is het verschil tussen de prijs van de onderliggende waarde en de uitoefenprijs van een optie. Bij een calloptie wordt de intrinsieke waarde berekend door de uitoefenprijs van de optie af te trekken van de prijs van de onderliggende waarde. Bij een putoptie wordt deze berekend door de koers van de onderliggende waarde af te trekken van de uitoefenprijs van de optie. De intrinsieke waarde van een optie is nooit lager dan nul.

  • Investering

    Het inzetten van tijd, geld of personeel, met als doel hier op langere termijn meer opbrengst mee te behalen.

  • Investment bank

    Een banktype dat in de Amerikaanse financiële wereld voorkomt. Dit type bank slaat een brug tussen bedrijven en overheden die investeerders zoeken en deze investeerders. Deze banken zijn gespecialiseerd in (internationale) emissies, de handel in waardepapieren (zoals eurobonds) en het nemen van participaties. In Nederland worden deze diensten aangeboden door algemene banken en merchant banks.

  • Investment grade

    Zie rating.

  • Investment trust

    Een gesloten beleggingsfonds met beperkte mogelijkheid om toe- of uit te treden. Meestal gaat het om een naamloze vennootschap die zelf aandelen heeft en gespecialiseerd is in de keuze en spreiding van het risico van aandelenbeleggingen. Een investment trust biedt beleggers de mogelijkheid om door koop van de aandelen van de trust indirect te beleggen in een groot aantal beleggingsproducten van ondernemingen uit verschillende sectoren.

  • IPO

    Afkorting van Initial Public Offering, de Engelse term voor de eerste uitgifte van aandelen of obligaties op een effectenbeurs.

  • ISIN-code

    Afkorting van International Security Identification Number. Ieder aan de beurs genoteerd beleggingsproduct heeft een unieke ISIN-code, waaraan het beleggingsproduct herkend kan worden. De code bestaat uit 3 delen met in totaal 12 posities:

    • land van uitgifte (positie 1 en 2)

    • National Securities Identification Number (positie 3 t/m 11)

    • controlecijfer (positie 12)

Blijf op de hoogte via

  • Volg ons via Facebook
  • Volg ons via Twitter
  • Volg ons via Linkedin
  • Volg ons via YouTube
  • Nieuwsbrief