Naar de navigatie Naar de inhoud

A B C D E F G H I J K L M
N O P Q R S T U V W X Y Z

D

  • Dagorder

    Een order die uitsluitend geldt op de dag waarop zij is gegeven.

  • Dealingroom

    Een ruimte in een bankgebouw waarvandaan wordt gehandeld op de financiële markten.

  • Debiteurenrisico

    Het risico dat iemand die een schuld heeft (de debiteur) helemaal niet, onjuist of te laat uitkeringen betaalt of zijn schuld aflost.

  • Defensieve aandelen

    Aandelen die verhoudingsgewijs niet zo gevoelig zijn voor ontwikkelingen in de economische cyclus of conjunctuur.

  • Deflatie

    Periode waarin de prijzen dalen. Deflatie is vaak slecht voor de economie. Consumenten stellen namelijk hun aankopen uit. Het tegenovergestelde is inflatie.

  • Dekkingseisen voor opties

    Door de beurs bepaalde financiële voorwaarden waaraan een belegger moet voldoen om ongedekte opties te mogen schrijven. Deze voorwaarden zijn bijvoorbeeld:

    • Een geldbedrag dat eerst aan de beurs gestort moet worden.
    • Een door de beurs bepaalde hoeveelheid aandelen die in bezit van de belegger moet zijn.
    De dekkingseisen worden per dag bepaald.

  • Delta van een optie

    De delta van een optie geeft aan hoeveel de waarde van de optie naar verwachting zal veranderen als de koers van de onderliggende waarde verandert.

  • Dematerialisatie

    Het begrip dematerialisatie wordt in het bankwezen gebruikt om aan te duiden dat waardestukken niet meer in tastbare vorm bestaan, maar alleen in girale vorm.

  • Deponeren van aandelen

    Het tijdelijk onderbrengen van aandelen bij een bank om een toegangsbewijs te krijgen voor het bijwonen van een aandeelhoudersvergadering.

  • Depot

    In depot geven betekent in bewaring geven, meestal van beleggingsproducten, bij een bank of tussenpersoon in beleggingsproducten.

  • Depotbank

    Een bank waar aandeelhouders hun aandelen moeten deponeren om een toegangsbewijs te krijgen voor de aandeelhoudersvergadering.

  • Derivaten

    Een product waarmee de nadelige gevolgen van een prijsstijging of -daling kunnen worden verkleind. Derivaten worden ook wel afgeleide financiële producten genoemd, omdat ze altijd zijn gekoppeld aan een ander financieel product. De waarde van een derivaat is afhankelijk van de prijsontwikkeling van zaken waaraan het verbonden is. Bijvoorbeeld: aandelen, valuta's, grondstoffen of leningen. Bekende derivaten zijn opties, termijncontracten of onderlinge ruilcontracten (swaps).

  • (Dis)agio

    Negatief verschil tussen de aankoopkoers van een aandeel of obligatie en de nominale waarde ervan.

  • Dividend

    Het deel van de winst dat een onderneming betaalt aan de aandeelhouders. Dividend wordt meestal jaarlijks betaald.

  • Dividendbelasting

    De belasting die een onderneming moet inhouden over het dividendbedrag dat zij betaalt aan haar aandeelhouders.

  • Dividendnota

    Een verklaring van een onderneming waarin staat welk bedrag er is betaald aan dividend en dividendbelasting.

  • Dividendpolitiek

    De manier waarop de hoogte van het dividend wordt bepaald. Als een onderneming een vast percentage van de winst heeft bestemd voor dividend, dan is er sprake van een wisselende pay-out-ratio Het bedrag dat per aandeel aan dividend wordt uitbetaald wisselt dan per jaar. Als een onderneming kiest voor een vaste (constante) pay-out-ratio, dan is het bedrag dat per aandeel wordt betaald aan dividend vrij constant, maar wisselt het percentage van de winst dat aan dividend wordt betaald.

  • Dividendrendement

    De hoogte van het betaalde dividend uitgedrukt in een percentage van de koers van het aandeel.

  • Dividendstripping

    Afspraak tussen 2 beleggers waarbij belegger A geen belangstelling heeft voor dividendinkomsten en belegger B juist wel. Belegger A verkoopt de aandelen op de dag voordat de periode ingaat waarbinnen het aandeel op de beurs alleen verhandeld kan worden zonder recht op dividend (ex dividend). Belegger B koopt de aandelen en krijgt dan recht op het dividend. Direct of kort na deze periode koopt belegger A de aandelen weer terug.

  • Dividenduitkering

    Het betalen van dividend aan aandeelhouders.

  • DNB

    Afkorting van De Nederlandsche Bank (DNB), de centrale bank van Nederland. DNB heeft als hoofddoelstelling financiële stabiliteit scheppen. Stabiliteit betekent dat er een zekere rust is in de financiële wereld. DNB is ook toezichthouder op banken en financiële instellingen in Nederland. Tot de taken van DNB behoren:

    • eurobankbiljetten uitgeven
    • erop toezien dat pensioenfondsen, verzekeraars en banken hun afspraken nakomen
    • een lage inflatie in stand houden
    • de goudvoorraad van Nederland beheren
    • zorgen dat betalingen en overschrijvingen snel worden doorgesluisd tussen banken
    • economisch onderzoek en economische voorspellingen doen
    • onafhankelijk economisch advies geven
    • actuele en historische cijfers en statistieken over geld, wisselkoersen en rentes bijhouden.

  • Doorlopende notering

    Als een aandeel tijdens een beursdag op ieder gewenst moment verhandelbaar is, heeft dit aandeel een doorlopende notering.

  • Doorlopende order

    Opdracht tot koop of verkoop van beleggingsproducten zonder vaste eindtijd. Deze opdracht kan worden beëindigd doordat de opdrachtgever de order intrekt of doordat het product wordt beëindigd.

  • Doorrollen

    Een order voor het uitvoeren van een koop of verkoop verlengen. Dit gebeurt vaak bij verliesgevende opties of shortposities.

  • Dow Jones

    De Dow Jones is de index van de New York Stock Exchange (NYSE). Voluit: Dow Jones Industrial Average. Het is de bekendste graadmeter van de Amerikaanse beurs. De index bestaat uit 30 fondsen die elk een leidende rol spelen in hun branche. Velen geven aan deze index een voorspellende waarde over de toekomstige koersontwikkelingen.

  • DRIP

    Afkorting van Dividend Reinvestment Plan. De mogelijkheid voor aandeelhouders om het ontvangen dividend rechtstreeks te besteden aan nieuwe aandelen.

  • DSI

    Afkorting van Dutch Securities Institute. Een stichting die als doel heeft om het vertrouwen van beleggers in de Nederlandse beleggingsbranche te vergroten. Deze stichting bewaakt de integriteit van de personen die werken binnen de Nederlandse beleggingsbranche.

  • Dual listing

    Als een aandeel op verschillende beleggingsbeurzen verhandeld kan worden.

  • Dumpen

    Grote pakketten beleggingsproducten verkopen, zonder te letten op het effect daarvan op de prijs en de markt.

  • Duration

    Maatstaf voor rentegevoeligheid van obligaties. De duration is hoger als de resterende looptijd van een obligatie langer is. Want dan reageren de koersen sterker op renteveranderingen. Een vuistregel hierbij is: stijgt of daalt de rente met 1%, dan verandert de waarde van de obligatie met 1% maal de duration.

  • Duurzaam beleggen

    Handelen in beleggingsproducten van ondernemingen of bedrijfstakken die volgens de maatschappelijke geaccepteerde normen een ethisch verantwoord beleid voeren. Zo belegt men dan juist niet in ondernemingen of bedrijfstakken waarvan het product of beleid ter discussie staat, zoals wapenhandel, de tabaksindustrie of alcoholproducenten. Men zou dan juist wel kunnen beleggen in ondernemingen die een positieve bijdrage leveren aan bijvoorbeeld het milieu of betere werkomstandigheden voor de medewerkers.

  • Duurzaamheidsindicator

    ABN AMRO heeft de Duurzaamheidsindicator ontwikkeld om aandelen te beoordelen op duurzaamheid. De indicator wordt samengesteld op basis van informatie van onafhankelijke specialisten. Met de Duurzaamheidsindicator is het mogelijk ondernemingen in een bedrijfstak snel onderling te vergelijken op duurzaamheid.

Blijf op de hoogte via

  • Volg ons via Facebook
  • Volg ons via Twitter
  • Volg ons via Linkedin
  • Volg ons via YouTube
  • Nieuwsbrief