Naar de navigatie Naar de inhoud

A B C D E F G H I J K L M
N O P Q R S T U V W X Y Z

A

  • Aandeel

    Een belang in het kapitaal van een onderneming. Een aandeel kan bestaan uit een waardepapier op naam of aan toonder. Het kan ook een inschrijving in een aandeelhoudersregister zijn.

  • Aandeel aan toonder

    Een aandeel waarop de naam van de eigenaar niet staat. Degene die het aandeel in zijn bezit heeft en kan tonen (toonder) wordt als de rechtmatige eigenaar gezien.

  • Aandeelbewijs

    Een op papier gedrukt bewijs van een aandeel. Het bestaat uit een mantel, dividendblad met genummerde dividendbewijzen en een talon. Aandeelbewijzen worden zelden meer op papier gedrukt.

  • Aandeelhouder

    Houder of bezitter van een of meer aandelen in een onderneming.

  • Aandeelhoudersregister

    Een door de onderneming bijgehouden lijst met namen en adressen van aandeelhouders. Op deze lijst is ook hun gestorte aandelenkapitaal en nominale aandelenkapitaal vermeld.

  • Accrued interest

    Meegekochte of opgelopen rente.

  • Actief beheer

    Het beheer van beleggingsproducten met als doel waarde toe te voegen ten opzichte van een benchmark. Dit doet de beheerder door andere posities in te nemen dan de benchmark. Het tegenovergestelde van actief beheer is passief beheer. Hierbij volgt de beheerder de benchmark juist zo nauwkeurig mogelijk.

  • Actief beheerde EFT

    Een op de beurs verhandeld fonds dat een beheerder of een team heeft die beslist over de onderliggende portefeuille. Een actief beheerde EFT heeft een benchmark-index, maar de beheerder kan afwijken van de index als hij dat nodig vindt. Zie ook: EFT.

  • Administratiekantoor

    Een kantoor dat (alle) aandelen bezit van een onderneming waarvoor het certificaten heeft uitgegeven. De certificaten worden gekocht door certificaathouders. Maakt een onderneming gebruik van een administratiekantoor? Dan kan de onderneming zelf bepalen welke koers het vaart, terwijl het toch mogelijk is kapitaal op te halen bij beleggers en investeerders.

  • Advieskoers

    Verwachte koers bij opening van de beurs. Deze koers is gebaseerd op orders die voor de opening van de beurs ingelegd zijn.

  • AEX

    Afkorting van Amsterdam Exchanges indeX. Sinds 1994 de officiële graadmeter van de algehele koersontwikkeling op de Amsterdamse beurs. De AEX wordt bepaald door de koersen van 25 fondsen. De 'internationals' voeren hierbij de boventoon.

  • Afboeken

    Heeft een beleggingsproduct geen waarde meer? Bijvoorbeeld na een faillissement? Dan kan de beurs dit als 'erkend waardeloos' verklaren en daarna 'protocollair vernietigen'. Het beleggingsproduct bestaat dan officieel niet meer. Toch behoudt de belegger nog een aantal jaren recht op een mogelijke uitkering. Het kan soms lang duren voordat de beurs die verklaring geeft. Als een belegger dit niet wil afwachten, kan hij de bank ook opdracht geven om dit beleggingsproduct af te boeken. De bank schrijft het dan van zijn beleggingsrekening af. De bank bewaart de gegevens van de belegger voor de beurs. Zo houdt de belegger toch recht op een mogelijke uitkering in de toekomst.

  • Afgeleide producten

    Beleggingsproducten zoals opties, futures en Turbo's. De prijs van deze producten is afgeleid van een bestaande onderliggende waarde, zoals aandelen of obligaties.

  • Afloopdatum

    Vaste datum waarop een termijncontract (zoals een optie, warrant of future) afloopt.

  • Aflossing

    Terugbetaling van geleend kapitaal, bijvoorbeeld een obligatielening. De aflossing kan ineens of in termijnen plaatsvinden. De aflosdatum is meestal bij uitgifte al bepaald. Vervroegd aflossen kan ook.

  • AFM

    Afkorting van Autoriteit Financiële Markten. Dit is de toezichthouder voor de gehele financiële marktsector. Doel van het toezicht is de financiële markten goed te laten functioneren.

  • Agio

    Positief verschil tussen de koopkoers en de nominale waarde van een aandeel of obligatie.

  • Agiobonus

    Een aandeel dat een onderneming vanuit de agioreserve verstrekt aan een aandeelhouder. De uitkering van dit soort bonusaandelen is fiscaal onbelast.

  • Agioreserve

    De reserve die een onderneming opbouwt als nieuwe aandelen bij de uitgifte boven de nominale waarde worden verkocht. Via deze reserve keert men later meestal dividend uit.

  • Agiostock

    Dit is een vorm van stockdividend die een onderneming gratis uitkeert aan aandeelhouders. Deze uitkering gebeurt vanuit de agioreserve. Op deze manier wordt de agioreserve omgezet in aandelenkapitaal. Over agiostock wordt geen belasting betaald. Dit in tegenstelling tot gewoon stockdividend dat vanuit de winst van een onderneming wordt uitgekeerd.

  • AIW-handel

    AIW staat voor As, if and when issued. AIW-handel kan voorkomen bij een emissie van aandelen op de Amsterdamse beurs. Het is de 'grijze' handel tussen het moment van toewijzen en de eerste officiële notering.

  • Allocatie

    De verdeling binnen een beleggingsportefeuille. Bijvoorbeeld de verdeling over de vermogenscategorieën aandelen, onroerend goed, obligaties en liquiditeiten. Maar ook over regio's en landen of sectoren (bedrijfstakken). Het doel van de verdeling is een zo hoog mogelijk rendement met een zo klein mogelijk risico.

  • Alpha

    Alpha is het extra rendement van een portefeuille bovenop het rendement van de benchmark. Bij een positieve alpha heeft de portefeuille het beter gedaan dan verwacht.

  • AMX

    Afkorting van Amsterdam Midkap Index. Deze index is in 1995 gestart. Het geeft inzicht in de koersontwikkeling van het middensegment van de Amsterdamse aandelenmarkt. In de AMX staan 25 fondsen die direct volgen op de 25 grootste fondsen van de AEX-index.

  • Arbitrage

    Het tegelijk kopen en verkopen van bepaalde beleggingsproducten op verschillende markten om zo gebruik te maken van prijsverschillen.

  • AscX

    Afkorting van Amsterdam Small cap Index. Deze aandelenindex van de Amsterdamse effectenbeurs bestaat uit lokale fondsen. Deze fondsen vallen door hun beurswaarde net buiten de AMX.

  • Asset management

    Ook wel vermogensbeheer genoemd. Het professioneel beheer van beleggingen zoals aandelen, obligaties en vastgoed.

  • Assignment

    Letterlijk: aanwijzing. De verplichting aan de schrijver van een optie om de onderliggende waarde te leveren (calloptie), of af te nemen (putoptie). Dit  tegen de in het optiecontract vastgestelde prijs (uitoefenprijs).

  • At-the-money-optie

    Een optie waarbij de uitoefenprijs (strike) van de optie gelijk is aan de koers van de onderliggende waarde.

  • AVA

    AVA staat voor Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Op de AVA kunnen aandeelhouders hun stemrecht gebruiken. Zij kunnen voor of tegen bepaalde voostellen van de uitgevende instelling stemmen. De AVA is een regelmatig terugkerende vergadering, meestal jaarlijks.

Blijf op de hoogte via

  • Volg ons via Facebook
  • Volg ons via Twitter
  • Volg ons via Linkedin
  • Volg ons via YouTube
  • Nieuwsbrief