Levensloopregeling


 

Spelregels

  • U mag vanaf 01-01-2012 inleggen op uw levenslooprekening als uw saldo, inclusief het tegoed op eventuele beleggingen en de bijgeschreven rente op 31-12-2011 minimaal EUR 3.000,- was.
  • Per jaar mag u maximaal 12% van uw bruto jaarloon sparen. Het totale saldo (stortingen inclusief rente) mag niet meer bedragen dan 210% van uw bruto jaarloon van het voorafgaande kalenderjaar.
  • Was u op 31 december 2005 51 jaar of ouder, maar nog geen 56 jaar, dan valt u onder de overgangsregeling. Voor u vervalt de voorwaarde dat binnen de levensloopregeling per jaar niet meer dan 12% van het brutoloon van dat jaar mag worden gespaard. U mag dus meer sparen. Wel moet u binnen de grens blijven van 210% van uw bruto jaarloon van het voorafgaande kalenderjaar. 
  • U kunt het saldo van de levenslooprekening alleen gebruiken voor onbetaald verlof of als aanvulling op uw pensioen.
  • Op het moment dat u verlof opneemt, mogen de maandelijkse uitkeringen uit uw levenslooptegoed niet hoger zijn dan uw laatstverdiende loon. U kunt dus niet kiezen voor een korter verlof tegen een hoger salaris. Wel voor een langer verlof tegen een lager salaris (bijvoorbeeld 70%). 

Correctie

Hebt u te veel gestort op de levensloopregeling? Vul het Correctieformulier saldo Levensloopplan in om het teveel gestorte bedrag te laten terugboeken.

Levensloopregeling en de belastingdienst

Loonbelasting
Over de ingelegde bedragen wordt geen loonbelasting geheven, wel premies werknemersverzekeringen. U betaalt pas loonbelasting als u het opgebouwde levenslooptegoed opneemt.

Vermogensbelasting
Het gespaarde bedrag telt niet mee als vermogen in box 3. Dat wil zeggen dat u geen vermogensrendementheffing (1,2%) betaalt over uw levensloopsaldo.

Regeling levensloopverlofkorting vervalt
Per 01-01-2012 vervalt de levensloopverlofkorting. U houdt de opgebouwde rechten. Neemt u verlof op dan wordt de levensloopverlofkorting verrekend met de Belastingdienst. U ontvangt EUR 201,- (2011) voor ieder jaar dat u hebt ingelegd.